Landschapsregio’s
In het project NL2120 zetten vijf landschapsteams bouwstenen voor een nature based Nederland in 2120 op kaart. Om uitkomsten per landschap te kunnen rapporteren is er een landsdekkende regio-indeling nodig. De regio’s mogen niet overlappen, en moeten samen heel Nederland afdekken, behalve de grote wateren. In RSOpen staat de indeling in SourceData/Landschap.dms als LandschapsRegio.
De gekozen kaart
De projectgroep heeft voorlopig gekozen voor een vereenvoudigingsstraal van 2.500 meter. Zo ziet de indeling er dan uit.

Geel is kust, blauw rivieren, groen veen, bruin zand en grijs overig. Wit is groot water of buitenland en draagt geen regio. De keuze is voorlopig: de straal is een parameter, dus een andere waarde is een run en geen verbouwing.
Gebruik in RSOpen
De indeling is een van de opties van ModelParameters/Advanced/IndicatorRegio_ref, de schakelaar die bepaalt op welke regio-indeling de indicatorentabel aggregeert; zie Effectmodules en indicatoren. Met de waarde Landschap krijgt die tabel een regel per landschap. De keuze raakt alleen de tabellen: de kaarten blijven op celniveau.
Een run levert sinds #705 twee tabellen op in plaats van een. RegionaleIndicatoren volgt de schakelaar en heeft dus een regel per landschap. NationaleIndicatoren staat er altijd naast, hard op heel Nederland en onafhankelijk van welke indeling gekozen is. Dat was een verzoek van de opdrachtgever: de landelijke getallen moeten er hoe dan ook zijn.
Let op bij het lezen van die csv. De bestandsnaam RegionaleIndicatoren is niet veranderd maar de inhoud wel, van een regel naar vijf. Een leesregel die de landelijke waarde op een vaste positie zoekt pakt vanaf nu stil een landschapsregio; de landelijke waarden staan in het andere bestand.
De twee tabellen tellen niet tot op de cent gelijk op, en dat hoort zo. De landelijke tabel telt het hele studiegebied, de regionale alleen de cellen die een regio kregen, en de grote wateren krijgen er geen. Gemeten op WLO_hoog_BAU in Y2040: van de 63 optelbare kolommen komt de landelijke regel in 42 gevallen exact overeen met de som over de vijf landschappen, en de overige 21 wijken minder dan een procent af, met een mediaan van 0,002 procent. De grootste post is de buitendijkse overstromingsschade met 0,91 procent, die deels op water ligt.
De aangeleverd bouwstenen van de landschapsteams bepalen de grenzen
De regio’s worden begrensd door de gebieden die de teams zelf aanleveren, en niet door een fysische landschapskaart. Dat is een keuze van de opdrachtgever: een landschap is hier het gebied waarover een team iets zegt qua NbS bouwstenen.
| regio | buitengrens | ha |
|---|---|---|
| kust | de drie kustleveringen, duinen, Wadden en Zuidwestelijke Delta | 50.388 |
| rivieren | de ecotopenlevering plus de behouden dijken | 88.480 |
| veen | de peilvakkenlaag van de veenlevering | 519.783 |
| zand | de beekdal- en droogdallevering, aangevuld met vier hoofdklassen | 1.621.050 |
Wat buiten alle vier valt is de regio overig. Die is daardoor de grootste van de vijf, en dat is een bewuste uitkomst. Het is vooral het kleigebied, plus het zandige land langs de kust waar geen team een ingreep heeft.
Waar twee gebieden elkaar raken geldt een vaste volgorde: eerst kust, dan veen, dan zand, dan rivieren.
Twee van de vier begrenzingen kennen een alternatief, en dat staat als schakelaar in de RSOpen configuratie met de afweging in de Descr. Bij veen is dat de vraag of ook de laag zonder peilvak meetelt; die dekt de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug, hoge zandgrond zonder polderpeil, en hoort in deze indeling bij zand. Het gaat om 10.889 ha, 2,1 procent van het veengebied. Bij zand is het alternatief de grove landschapsomhullende van ruim 3 miljoen ha, die na kust en veen alles zou opslokken wat juist overig moet worden.
De vereenvoudiging
De leveringen zijn grillige polygonen, en bij zand zijn het zelfs tienduizenden losse dalen. Een landschapskaart die daar strak omheen ligt is onbruikbaar. De grenzen worden daarom door de oogharen getrokken, met een straal als knop.
Per cel wordt van elk van de vier landschappen bepaald welk aandeel van de omgeving binnen die straal bij dat landschap hoort. De cel gaat naar het landschap met het hoogste aandeel, mits dat boven een ondergrens ligt; anders wordt de cel overig. Met een kleine straal liggen de grenzen op de leveringen zelf, met een grote straal lopen verspreide polygonen in elkaar over tot een aaneengesloten landschap en verdwijnen enclaves vanzelf.
De berekening staat op 100 meter en niet op de 25 meter van het AdminDomain, omdat een straal van een kilometer op 25 meter een kern van 81 bij 81 cellen over negen miljoen cellen vraagt. Dat is dezelfde afweging als bij de afstandsringen rond het Natuurnetwerk.
De voorlopig gekozen waarde is 2.500 meter. Dit is wat de straal doet, in hectares:
| straal m | kust | rivieren | veen | zand | overig |
|---|---|---|---|---|---|
| 0 | 54.249 | 91.018 | 539.380 | 1.545.506 | 1.267.110 |
| 250 | 65.275 | 108.189 | 577.955 | 1.584.262 | 1.161.581 |
| 500 | 77.695 | 125.848 | 604.760 | 1.605.170 | 1.083.789 |
| 700 | 86.004 | 136.625 | 619.148 | 1.615.013 | 1.040.473 |
| 1.000 | 99.964 | 153.956 | 639.926 | 1.628.927 | 974.489 |
| 1.500 | 120.124 | 176.265 | 665.874 | 1.647.572 | 887.427 |
| 2.000 | 138.444 | 191.911 | 687.296 | 1.662.449 | 817.163 |
| 2.500 | 155.625 | 203.329 | 707.480 | 1.676.362 | 754.466 |
| 3.250 | 177.749 | 214.617 | 733.405 | 1.699.335 | 672.156 |
| 5.000 | 210.005 | 209.587 | 784.205 | 1.760.616 | 532.849 |
De vereenvoudiging vult vooral de regio overig op en herverdeelt nauwelijks tussen de landschappen onderling. Sinds de zandvulling hieronder is zand bovendien bijna straalonafhankelijk; de straal bepaalt nu vooral hoeveel kust, rivieren en veen uit overig oppakken. Dat rivieren tussen 3.250 en 5.000 meter krimpt is geen fout maar de volgorde die zichtbaar wordt: zand groeit daar sneller en zand gaat voor.
De vulling van het zandlandschap
De beekdallevering laat gaten op droge kernen, het duidelijkst midden op de Veluwe, waar geen beekdalen liggen. Meer straal lost dat niet op, want daar valt niets uit te smeren. Op verzoek van de opdrachtgever zijn die gaten gevuld met vier hoofdklassen uit de Basiskaart Natuurlijk Systeem: Stuwwallen, Kleileemgebied, Dekzandgebied en Voormalige hoogvenen. Rivierterrassen hoort daar niet bij. De klassen staan als IsZandvulling in Classifications/Landschap, achter de schakelaar ZandVultUitBNSN.
Die vulling doet meer dan gaten dichten: ze voegt 1.400.304 ha aan de zandbegrenzing toe, want de klassen houden bij de rand van het zandgebied niet op. De regio zand gaat daarmee op 2 kilometer van 1.040.736 naar 1.662.449 ha, en overig van 1.349.910 naar 817.163 ha. Er is een onafhankelijke aanwijzing dat die uitkomst klopt: 1.662.449 ha ligt binnen een half procent van de eigen begrenzing van team Zand, die 1.618.033 ha hoge zandgronden plus 50.948 ha Heuvelland telt.
Een gevolg voor de volgorde: veen en zand overlappen elkaar sinds de vulling 95.048 ha in plaats van 6.011 ha, dus de keuze wie voorgaat is minder vrijblijvend geworden. Nu gaat veen voor.
Grote wateren en de bestaande stad
Landsdekkend betekent hier: elke cel binnen de provinciegrenzen behalve de grote wateren volgens de CBS-kaart, plus de cellen daarbuiten waar een team iets doet, zoals de buitendijkse stroken langs de Westerschelde. Waddenzee, IJsselmeer en Noordzee zonder ingreep dragen geen regio en vallen buiten de tabellen, net als het buitenland. Op een straal van 2 kilometer gaat het om 14.364 ha groot water; binnen Nederland blijft geen landcel zonder regio.
De bestaande stad is geen zesde regio maar een doorsnijding. De afbakening is BaseData/Omgeving/BBGSamengesteld, het bestaand bebouwd gebied van het basisjaar. Elke stadscel ligt dus in een van de vijf landschappen, en dat is met opzet: alleen zo is de vraag te stellen hoeveel verstedelijking er in het veengebied plaatsvindt tegenover het zandgebied. Een eigen stadsregio zou elke stadscel uit haar landschap halen en die vergelijking onmogelijk maken.
Eisen aan een regio-indeling
Elke indeling die als optie aan IndicatorRegio_ref wordt toegevoegd heeft een name en een Per_AdminDomain nodig; die twee gebruiken de indicatorensjablonen. Een vectorgeometrie is sinds #705 niet meer nodig: de waterbergingstabellen leiden hun blokindeling op het 500m-grid af als meest voorkomende regio van de onderliggende cellen, in plaats van met poly2grid op de regiogeometrie. Daardoor kan ook een rasterindeling als deze meedoen.
Die blokindeling kent wel een kleine rest. Een 500m-blok dat deels buiten het regiogebied valt krijgt geen regio, terwijl er bebouwd gebied met vraag in kan zitten. Gemeten op de waterbergingsindicator gaat het op de huidige kaart om 1.626 m3 van 497 miljoen, drie op de miljoen, en het gaat om kust- en grensblokken. Het is niet eigen aan deze indeling: op de landelijke indeling is het met 2.611 m3 iets groter. Of de oude aanpak met poly2grid dezelfde blokken liet vallen is niet gemeten.