Landgebruikskaart
Terug naar Landbouw methode
De landgebruikskaart is een landsdekkende kaart op 25 m (AdminDomain) die het model voor het basisjaar en voor elk zichtjaar afleidt uit de stand-administratie van het landgebruik en uit de verharding van datzelfde jaar. De kaart kent twee klassenindelingen die uit een en dezelfde berekening komen. LU_NL2120 is de gedetailleerde indeling, bedoeld voor een sluitende grondbalans: de sectoren zoals de allocatie en de BAG-stand ze op een cel zetten, elk in vijf verhardingsklassen, en daaronder het volledige landgebruikstype, dus natuurbeheertype, landbouwtype of LGN-klasse. LU_Hoofdklasse is dezelfde kaart gelezen door een aggregatiekolom, met de natuur op natuurtype, de landbouw op hoofdgroep, en stedelijk groen, infrastructuur en overig als eigen groepen; dat is de kaart die cartografisch te lezen is. Hoe de indeling LU_NL2120 is opgebouwd en waarom de klassenummers vastliggen staat op Landgebruikskaart NL2120.
Om diverse indicatoren te kunnen berekenen is er een landsdekkende landgebruikskaart nodig. Het resultaat van de stedelijke sectoren is echter geen landgebruik maar woningen, banen en verblijfsobjecten. Om dat naar een klasse te vertalen bepaalt de kaart de dominante bebouwde functie met de methode van Claassens, Koomen & Rijken (2023). Voor landbouw en natuur werkt de kaart anders: die zijn op deze kaart geen bezetter maar een toestand van de cel, en die toestand komt uit de stand-administratie.
Gebruikte databronnen:
- Basisregistratie Gewaspercelen (BRP), het gewas per perceel zoals de teler het opgeeft, jaargang
ModelParameters/BRP_Year. De gewascodes vertalen naar de landbouwtypen van de stand-administratie viaClassifications/Landbouw/BRPGewasType. - Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland (LGN), ingedeeld in 51 klassen, jaargang
ModelParameters/LGN_Year, geproduceerd door Wageningen Environmental Research. LGN is de fysieke basis van de stand-administratie en daarmee van de kaart. - Bestand Bodemgebruik (BBG) van het CBS, jaargang
ModelParameters/BBG_Year; vanaf jaargang 2020 in de klassenindeling van 2020. De kaart leest er het exogene grondgebruik uit dat zij in geen enkel jaar verandert. - De natuurbeheertypen komen uit de beheertypenkaarten, het Natuurbeheerplan van de provincies en de planpotentieelkaart van de MNP, en waar die zwijgen uit een heuristiek; zie de pagina over de stand-administratie.
De stand-administratie houdt per cel een type bij (LandgebruikType: beheertype, landbouwtype of LGN-klasse), het jaar van verandering en wie de cel bezet (SubSector_rel). De kaart is daar een afgeleide van: kaart en stand hebben dezelfde bron, en de controlegetallen naast de kaart tellen hoe vaak ze toch verschillen. De vegetatieafhankelijke indicatoren lezen de stand rechtstreeks; wie een kaartklasse wil leest deze kaart.
Basisjaar
De landgebruikskaart in het basisjaar (LU_Basisjaar, onder Basisjaar/Grondgebruik) is de eerste kaart van de reeks en wordt met hetzelfde sjabloon gemaakt als de zichtjaren, Templates/Indicatoren/Landgebruikskaart/Make_LandgebruikskaartNL2120_T, met de basisjaarstand als invoer (IsStartJaar). De stand van het basisjaar staat in BaseData/StartState/Landgebruik (cfg/main/BaseData/Landgebruik.dms). LGN beslist daar de categorie van de cel en de andere bronnen verbijzonderen erbinnen:
| Bron | Klasse-domein | Vertaalkolom | Wat het levert |
|---|---|---|---|
| Beheertypenkaarten en heuristiek | INL_Beheertype | Landgebruik/Beheertype | het natuurbeheertype waar LGN natuur of water ziet |
| BRP (25 m, per perceel) | BRPGewasType | BRPGewasType/LandbouwType_rel | het landbouwtype waar LGN landbouw ziet |
| LGN (25 m) | LGNKlasse | LGNKlasse/IsNatuur, LGNKlasse/IsWater, LGNKlasse/LandbouwType_rel | de categorie van de cel, en het landbouwtype waar geen perceel is opgegeven |
| BBG/CBS | CBSKlasse | CBSKlasse/IsExogeen | infrastructuur en begraafplaatsen, die de kaart met rust laat |
Het type per cel (Landgebruik/Type) volgt in vaste volgorde: het beheertype gaat voor, dan het landbouwtype, dan de LGN-klasse zelf. Een beheertype dat de categorie van LGN omdraait, een landtype op open water of een watertype op begroeiing, wordt niet overgenomen, en een perceel dat over een erf of een bos heen is ingetekend maakt daar geen landbouw van. Bebouwing en infrastructuur houden hun LGN-klasse.
De kaart legt daar de bebouwde functies overheen. Het bebouwde gebied dat LGN zelf aanwijst wordt sector: klasse 18, bebouwing in primair bebouwd gebied, wordt wonen en klasse 19, bebouwing in secundair bebouwd gebied, wordt werken (Landgebruik/LGN_Bebouwd_Sector). De overige cellen toetst de dominantieregel van de zichtjaarkaart aan de BAG- en LISA-stand van het basisjaar: cellen die de ondergrens voor woningen, voor de pandvoetafdruk van werken of voor verblijfsobjecten halen en in een groep van voldoende omvang liggen, worden wonen, werken of verblijfsrecreatie. Wat overblijft toont zijn type. Welke sectoren de kaart kent volgt uit de sectorlijst in ModelParameters/SectorAllocRegio: voor een sector die daar niet in staat valt de cel terug op haar type.
Naast de kaart blijft de bodemstatistiek zelf bewaard (BaseData/StartState/Bodemstatistiek/gg_CBS), omdat de functievlaggen (woonlocatie, werklocatie, groot water, bouwterrein, exogeen grondgebruik) daarop rusten en de kaart er het exogene grondgebruik mee herkent.

Zichtjaar
De zichtjaarkaart wordt per zichtjaar opgebouwd met hetzelfde sjabloon, gevoed met de stand aan het eind van dat zichtjaar en de verharding van dat jaar. Het vertrekpunt is de kaart van het vorige zichtjaar, in het eerste zichtjaar dus LU_Basisjaar; die komt binnen via PrevIndicatoren. De kaart vraagt aan haar voorganger of een cel water was (IsLU_Water) en of er wonen of verblijfsrecreatie lag (Sector_behoud), en aan de stand van dit jaar wie de cel bezet (Sector_uit_stand) en welk type zij heeft (Type).
De kern is een voorrangsregel (Voorrang_rel) die per cel in vaste volgorde beslist:
- Geen data. Buiten de kaart van het vorige jaar blijft de cel leeg.
- Exogene oplegging. Waar de variant een beheertype of een landbouwtype oplegt (
ExogeenOpleggen, na het opleggingsmasker) toont de kaart dat type uit de stand. De oplegging is voor alle zichtjaren dezelfde kaart, dus zo een cel wordt daarna door geen sector meer genomen. Zie Uitwerking natuur. - Water. Waar de vorige kaart water is, blijft de kaart water; water wint van de dominantieregel en van de allocatie.
- Waterberging. Een cel die de allocatie aan waterberging heeft gegeven wordt waterberging.
- Behoud. Exogeen grondgebruik (
IsLU_exogenous: infrastructuur en begraafplaatsen uit de bodemstatistiek), bestaand wonen en bestaande verblijfsrecreatie houden wat zij hadden. Deze afscherming voorkomt dat de allocatie en de dominantieregel over bestaand bebouwd gebied heen schrijven; alleen de oplegging gaat ervoor. Bestaand werken staat er niet bij: een werkencel die de allocatie aan wonen geeft wordt wonen. - Dominante bebouwde functie (wonen, werken of verblijfsrecreatie), bepaald met de methode van Claassens, Koomen & Rijken (2023). In een zichtjaar is een cel kandidaat voor de sector die de allocatie haar heeft gegeven; in het basisjaar voor elke sector waarvan de stand de ondergrens per hectare haalt (
ModelParameters/Advanced/MinimumWoningAmount,MinimumPandFootprintenMinimumVerblijfsobjectAmount).GetNieuwGrouped_Thoudt van de kandidaten alleen de cellen over die met andere kandidaten of met bestaande cellen van die sector een aaneengesloten groep vormen van ten minsteModelParameters/Advanced/MinimumGroupSizecellen; een losse cel maakt geen woongebied. Per cel kiestArgMax_ifdefinedover de gefilterde voetafdrukken welke van de drie functies dominant is. - Overig allocatieresultaat. Is de cel niet dominant bebouwd maar wel door de allocatie aan een sector toegewezen, dan wordt het die sector. Landbouw valt hier buiten: een cel met landbouw toont haar landbouwtype uit de stand, ook als de landbouwallocatie er een gewas heeft gekozen, want het per zichtjaar wisselende gewasbeeld leidt op de kaart af van de veranderingen die er wel toe doen.
- Anders houdt de cel wat zij had: de sector van de vorige kaart, of, waar die er niet is, haar type.
Wie de cel bezet (Sector_rel) volgt uit die uitkomst; geen data en de oplegging leveren geen bezetter op. Waar de kaart een sector toont krijgt de cel de klasse van die sector in haar verhardingsklasse: de verharde fractie van de cel (Verharding/Result, zie Verharding) wordt ingedeeld op vijf grenzen, met een eigen reeks voor werken en de wonenreeks voor alle andere sectoren (VerhardingK). De grenzen zijn zo gekozen dat elke klasse in het basisjaar een vijfde van het oppervlak van de sector krijgt. Waar de kaart geen sector toont krijgt de cel het type uit de stand (Result_Berekend). Op de hoofdklassenkaart (Result_Hoofdklasse) valt een cel zonder type op Overig terug en niet op leeg, want op een kaart hoort geen gat te vallen waar wel iets ligt; Deltares heeft die restklasse expliciet gevraagd. Voor de verhardingsindicator is er een lezing zonder de verhardingsbanden (Result_Hoofdklasse_ZonderVerharding), omdat die indicator geen klasse mag lezen die zelf uit de verharding volgt.
De watercase is de enige die over het oppervlak gaat en niet over de bebouwing. Waar de vorige kaart water is, blijft de kaart water, ook als de stand op diezelfde cel woningen telt: elke indicator die de kaart leest ziet dan water, elke indicator die de stand leest ziet wonen. Er lopen twee legitieme routes naar die toestand: cellen die in het basisjaar water zijn en toch woningen dragen, zoals een woonboot of een huis dat half over een sloot valt, en cellen die de zeef met opzet vrijgeeft, zoals een plangebied dat nog gedeeltelijk water is. Of water winnen ook het gewenste antwoord is bij het bebouwingstype wonen op water uit #614 is niet besloten; die keuze ligt bij PBL en Deltares. Open water dat een levering oplegt komt niet langs deze case maar langs de oplegging, want die staat eerder in de volgorde.
Een cel waarvoor de berekening leeg blijft omdat de stand er geen type meer heeft, krijgt de klasse van de vorige kaart (Result, met MakeDefined over Result_Berekend). Dat vangt de randcellen langs de kust, de grote wateren en de landsgrens die binnen het studiegebied liggen maar buiten het gecomprimeerde rekendomein van de allocatie; daar alloceert het model niet en legt het niets op, dus de klasse van het vorige jaar is daar de juiste. Hoeveel cellen dat betreft telt Areaal_TerugValOpVorigeKaart. Naast de kaart staan verder Areaal_Totaal, Areaal_Sector, Areaal_ZonderType, Areaal_ZonderKaart en Areaal_Natuur als controlegetallen; de laatste is een controlewaarde in het Diagnose-harnas.
Het zichtjaar is dus geen volledige herberekening: alleen waar de bebouwde omgeving een dominantiedrempel passeert, waar exogeen wordt opgelegd, waar de allocatie een sector heeft neergezet of waar de stand een ander type kreeg, wijkt de kaart af van het vorige jaar. Beide kaarten worden per zichtjaar als GeoTIFF weggeschreven, onder %LocalDataProjDir%/Indicatoren/<casus>/LandgebruikNL2120/ en .../LandgebruikHoofdklasse/, met de naam <jaar>_<studiegebied>.tif (Write_Result_SA en Write_Result_Hoofdklasse_SA). De export schrijft daarnaast de klasse van dit jaar en die van het vorige jaar op de cellen waar de kaart is veranderd (Landgebruikskaart_bij_tov_PrevYear en Landgebruikskaart_af_tov_PrevYear). De kaart zelf wordt altijd opnieuw uitgerekend, want zij is een afgeleide. Met ModelParameters/IndicatorenOntkoppeld leest een zichtjaar de kaart van zijn voorganger uit de ketentif van dat zichtjaar in plaats van uit de levende container, zodat een export niet de hele reeks meerekent; met ModelParameters/TabellenUitExport lezen de arealentabellen de weggeschreven tifs terug.
Vertaaltabellen
De vertaling van de BRP-gewascodes naar de landbouwtypen van de stand-administratie en naar de landbouwklassen van de allocatie staat in Classifications/Landbouw/BRPGewasType. De aggregatie van het type naar de hoofdklasse van het kaartbeeld staat in Classifications/Grondgebruik/LU_NL2120.dms (Hoofdklasse_van_Type): het beheertype via zijn natuurtype (NatuurType_naar_Hoofdklasse), het landbouwtype via zijn hoofdgroep (LandbouwType_naar_Hoofdklasse) en de LGN-klasse via LGN_naar_Hoofdklasse.
De LGN-klassen zelf vertalen als volgt naar het type in de stand-administratie (Classifications/Grondgebruik.dms, LGNKlasse). Op de agrarische klassen gaat het landbouwtype uit de BRP voor en is LGN de achtervang; op agrarisch gras en overig gras kan het Natuurbeheerplan een beheertype geven, en op rietvegetatie, bos in moerasgebied en natuurlijk beheerd grasland een van de beheertypenkaarten. De heuristiek die de natuur- en waterklassen zonder kaart een beheertype geeft staat achter ModelParameters/Natuur/Beheertype_GatenVullen; uit blijft daar de LGN-klasse zelf staan. De tien klassen die als LGN-klasse blijven staan komen op het kaartbeeld terecht als stedelijk groen (20, 23 en 28), infrastructuur (251 tot en met 253) of overig (18, 19, 26 en 29); 18 en 19 worden op de kaart wonen en werken.
Vertaaltabel LGN naar het type in de stand-administratie, als de BRP en de beheertypenkaarten zwijgen. De klasse onbekend is weggelaten.
| LGN-klasse | Type in de stand |
|---|---|
| agrarisch gras | Landbouw_Grasland_blijvend |
| maïs | Landbouw_Mais |
| aardappelen | Landbouw_Bouwland |
| bieten | Landbouw_Bouwland |
| granen | Landbouw_Bouwland |
| overige landbouwgewassen | Landbouw_Bouwland |
| glastuinbouw | Landbouw_Glastuinbouw |
| boomgaarden | Landbouw_Boomgaard_fruit |
| bloembollen | Landbouw_Bollen_bloemen |
| loofbos | natuurbeheertype |
| naaldbos | natuurbeheertype |
| zoet water | natuurbeheertype (water) |
| zout water | natuurbeheertype (water) |
| bebouwing in primair bebouwd gebied | LGN-klasse zelf |
| bebouwing in secundair bebouwd gebied | LGN-klasse zelf |
| bos in primair bebouwd gebied | LGN-klasse zelf |
| bos in secundair bebouwd gebied | natuurbeheertype |
| gras in primair bebouwd gebied | LGN-klasse zelf |
| bebouwing in buitengebied | LGN-klasse zelf |
| overig grondgebruik in buitengebied | Landbouw_Braak |
| gras in secundair bebouwd gebied | LGN-klasse zelf |
| zonneparken | LGN-klasse zelf |
| kwelders | natuurbeheertype |
| open zand in kustgebied | natuurbeheertype |
| duinen met lage vegetatie | natuurbeheertype |
| duinen met hoge vegetatie | natuurbeheertype |
| duinheide | natuurbeheertype |
| open stuifzand en/of rivierzand | natuurbeheertype |
| heide | natuurbeheertype |
| matig vergraste heide | natuurbeheertype |
| sterk vergraste heide | natuurbeheertype |
| hoogveen | natuurbeheertype |
| bos in hoogveengebied | natuurbeheertype |
| overige moerasvegetatie | natuurbeheertype |
| rietvegetatie | LGN-klasse zelf |
| bos in moerasgebied | LGN-klasse zelf |
| natuurlijk beheerde agrarische graslanden | Landbouw_Grasland_natuurlijk |
| gras in het kustgebied | natuurbeheertype |
| overig gras | Landbouw_Grasland_natuurlijk |
| boomkwekerijen | Landbouw_Boomkwekerij |
| fruitkwekerijen | Landbouw_Boomgaard_fruit |
| hoofdinfrastructuur en spoorbaanlichamen | LGN-klasse zelf |
| halfverharde wegen, infrastructuur langzaam verkeer en overige | LGN-klasse zelf |
| smalle wegen | LGN-klasse zelf |
| struikvegetatie in hoogveengebied (laag) | natuurbeheertype |
| struikvegetatie in moerasgebied (laag) | natuurbeheertype |
| overige struikvegetatie (laag) | natuurbeheertype |
| struikvegetatie in hoogveengebied (hoog) | natuurbeheertype |
| struikvegetatie in moerasgebied (hoog) | natuurbeheertype |
| overige struikvegetatie (hoog) | natuurbeheertype |
Verantwoording
De keuzes hierboven zijn gemaakt in de volgende issues; daar staat de afweging en de meting die eraan ten grondslag ligt.
- #614: het bebouwingstype wonen op water, en de open vraag of water op de kaart van wonen hoort te winnen.
- #633: een landgebruikskaart met landbouw als een klasse en natuur uitgesplitst naar beheertype, gevraagd vanuit Deltares.
- #665: water als eigen case in de voorrangsregel.
- #751: de stand-administratie van het landgebruik met de BRP als gewasbron en het type per cel als basis van de kaart.
- #766: waterberging als eigen case in de voorrangsregel.
- #783: de twee klassenindelingen, de grondbalans op
LU_NL2120en het kaartbeeld opLU_Hoofdklasse, met de verhardingsklassen binnen de sectoren. - #803: de kaart opgebouwd uit de stand en de verharding, met de voorrangsregel op een plek en landbouw als toestand van de cel in plaats van bezetter.
- #824: de kaart van het vorige zichtjaar via
PrevIndicatoren, zodat een export per zichtjaar kan draaien. - #826: de terugval op de vorige kaart voor cellen waarvan de stand geen type meer heeft.