Toepassing NL2120

Terug naar Home


NL2120 is de toepassing waarvoor RSopen in 2025 en 2026 is doorontwikkeld, in samenwerking tussen PBL, Deltares en Object Vision. De vraag is hoe Nederland er in 2120 uit kan zien wanneer water en bodem sturend zijn, en wat dat betekent voor wonen, werken, landbouw, natuur en waterberging. Deze pagina beschrijft de toepassing: welk scenario, welke varianten, welke invoer en welke uitkomsten. De algemene beschrijving van het model staat in Deel I en II; hier staat alleen wat specifiek voor deze toepassing is ingesteld.

Scenario en zichtjaren

De toepassing rekent met het scenario WLO hoog. Het basisjaar is 2023 en het eindjaar 2120, met zichtjaren elk decennium vanaf het eerste zichtjaar; dat staat sinds #658 op 2040, dus Y2040 tot en met Y2120. De claims voor wonen en werken lopen tot 2060 en blijven daarna staan, zie Tijdsdynamiek. De zichtjaren worden sequentieel doorgerekend: de stand aan het eind van een zichtjaar is de invoer voor het volgende. Dat is nodig omdat verschillende mechanismen padafhankelijk zijn, waaronder de geschiktheid voor wonen, die de natuur en het water meeweegt die aan het begin van een zichtjaar liggen.

Het studiegebied is heel Nederland, op een raster van 25 meter.

De vier varianten

Een casus is een scenario plus een variant en heet bijvoorbeeld WLO_hoog_NbSGenuanceerd. NL2120 kent vier varianten:

Variant Waar hij voor staat
BAU Business as usual: huidig beleid en huidig peilbeheer, geen nature-based solutions
BAU2 Business as usual met vastgezet peil en aanvullende infiltratiemaatregelen in het veen
NbSMax Maximale inzet op nature-based solutions
NbSGenuanceerd Nature-based solutions volgens de landschapstoekomstbeelden voor veen, kust en zand

De instellingen per variant staan in VariantParameters/VariantK.dms. Hieronder de punten waarop de vier verschillen, gegroepeerd naar onderwerp. Alles wat er niet in staat, is voor de vier varianten gelijk.

Beschikbaarheid en geschiktheid

Instelling BAU BAU2 NbSMax NbSGenuanceerd
Bouwregime in de overstromingsgevaarzones 2 tot 5 Bouwen Bouwen Bouwen met maatregelen Bouwen met maatregelen
Aangepast bouwen mag de overstromingsmaatregel invullen nee nee ja ja
Hoogbouw toegestaan in zeer mooi landschap nee nee ja ja
Superstedelijke ontwikkelpakketten toegestaan ja ja nee nee
Funderingsschade wordt hersteld ja ja nee nee
Selectie evident benut voor wonen en werken BAU BAU NbS NbS

Dichtheid

In NbSGenuanceerd liggen de dichtheidsfactoren hoger: nabij OV, nabij water en in en rond bevolkingskernen wordt dichter gebouwd dan in de andere drie varianten. Voor eengezinswoningen gaat de factor van 1,10 naar 1,30 en voor meergezinswoningen van 1,50 naar 1,70, afhankelijk van de factor.

Klimaatadaptatie in de stad

Instelling BAU en BAU2 NbSMax NbSGenuanceerd
Groen dak op bestaande bouw in 2050 0,25 0,40 0,40
Groen dak op nieuwbouw 0,30 0,00 0,00
Blauw dak op nieuwbouw 0,00 1,00 0,70
Halfverharding van bestaand verhard oppervlak 0,01 0,50 0,50
Wadi van bestaand groen 0,05 0,50 0,50
Doorlatend groen en berging op water bij nieuwbouw 0,00 1,00 1,00

Veen en waterbeheer

Instelling BAU BAU2 NbSMax NbSGenuanceerd
Waterbeheeroptie peil volgt de maaivelddaling peil vast, met bodemdaling peil vast, zonder bodemdaling peil vast, zonder bodemdaling
Winterdrooglegging uit de peilvakkenkaart 0 0,2 m hoger peil 0,2 m hoger peil
Zomerdrooglegging uit de peilvakkenkaart 0,4 m 0,2 m 0,2 m
Infiltratiemaatregel geen AWIS AWIS AWIS
Waterberging wordt gealloceerd nee nee ja ja
Bron van de waterbergingsclaim BAU BAU2 BAU2 BAU2
Waterberging mag op bestaand water nee nee ja ja

Dit zijn ook de enige punten waarop BAU en BAU2 uit elkaar lopen. De drie rijen voor drooglegging en infiltratiemaatregel komen in het model alleen uit bij de veenemissie. De waterbeheeroptie komt alleen uit bij de geschiktheid voor landbouw, en die sector wordt in deze toepassing niet gealloceerd. De bron van de waterbergingsclaim doet in deze twee varianten niets, omdat de opgave er op nul staat. Op de productierun van 1 september 2026 leverden de twee daarom over alle negen zichtjaren bit voor bit dezelfde standkaarten op, en verschilden van de 69 kolommen in de regionale indicatorentabel alleen de zes koolstofkolommen: de cumulatieve veenemissie uit SOMERS en de koolstofboekhouding die daarop leunt. Cumulatief tot 2120 gaat die emissie van 279 Mton CO2 in BAU naar 195 Mton in BAU2, zie #730.

Het paar isoleert daarmee als enige in deze toepassing een enkele keuze, het peilbeheer in het veen. Dat de standkaarten gelijk zijn betekent niet dat het peilbeheer niets doet: het betekent dat drooglegging en infiltratiemaatregel in dit model niet terugkoppelen naar de allocatie. Zie CO2 uitstoot veengebieden voor wat er wel van afhangt.

Indicatoren

De mortaliteitsindicator rekent in BAU en BAU2 met de middenwaarde van de NDVI-bandbreedte en in de twee NbS-varianten met de bovengrens.

Wat er exogeen wordt opgelegd

Niet alles wordt gealloceerd. Natuur en water worden per variant als kaart opgelegd, voordat de allocatie begint. Die cellen worden leeggemaakt en daarna door de zeef vrijgehouden. De methode staat op Uitwerking natuur; hier staat alleen wat voor deze toepassing is ingesteld.

Elke variant legt alleen op wat nieuw is ten opzichte van het basisjaar. Bestaande natuur wordt niet opgelegd: die blijft natuur zonder dat het model er iets voor hoeft te doen, en waar geen restrictie op ligt mag de allocatie er terecht.

Variant Waaruit Opgelegd
BAU en BAU2 De MNP-kaart met planpotentieel 387.654 ha
NbSMax De rivierenkaart NbSMax plus het plandeel uit BAU 420.013 ha
NbSGenuanceerd Veen, kust, zand en rivieren samen 659.001 ha

Waar in NbSGenuanceerd meer dan een levering dezelfde cel raakt, gaat veen voor kust, kust voor zand en zand voor rivieren. Onderling overlappen ze 8.562 ha, vrijwel allemaal beekdal dat ook in het veengebied ligt.

De oplegging raakt geen bestaand bebouwd gebied en geen infrastructuur: hoofdwegen, spoorwegen, vliegvelden en begraafplaatsen blijven ongemoeid. Dat scheelt in BAU 9.190 ha en in NbSGenuanceerd 12.270 ha aan oplegging.

De landschapstoekomstbeelden zetten daarnaast gebieden op slot voor wonen en werken. Dat gebeurt alleen in NbSGenuanceerd:

  • Veen: de bebouwingstypekaart met niet bouwen, aangepast bouwen en wonen op water. Waar niet gebouwd mag worden verdwijnt de bestaande bebouwing.
  • Kust: kerven, meegroeilandschappen en voorlanden. Ook hier verdwijnt de bestaande bebouwing.
  • Zand: beekdalen en droogdalen, 220.746 ha. Hier komt geen nieuwbouw meer, maar de bestaande bebouwing blijft staan.
  • Rivieren: de riviertrajecten en de binnendijkse gebieden, 88.348 ha. Het deel dat agrarisch blijft, 8.566 ha, gaat wel op slot en wordt niet opgelegd.

Of er ook gesloopt wordt volgt uit twee regels: er wijkt bebouwing waar het model een nieuw landgebruik oplegt, en waar het bouwregime Slopen is ook als er geen natuur voor in de plaats komt. Zie Beschikbaarheid.

Claims

De claims voor wonen en werken komen uit TIGRIS XL, run 32 van december 2025, in stappen van vijf jaar. Alle vier de varianten gebruiken dezelfde claimset: het verschil tussen de varianten zit in waar er gebouwd kan worden, niet in hoeveel er gebouwd moet worden.

De waterbergingsclaim komt van Deltares en staat per veen-deelgebied, per variant en per zichtjaar. Alleen de twee NbS-varianten alloceren waterberging; in BAU en BAU2 staat de opgave voor alle regio’s op nul, zie #664. De kolomkeuze in VariantK (BAU voor BAU, BAU2 voor de andere drie) heeft daardoor alleen in de NbS-varianten betekenis.

Het basisjaar van de TIGRIS-claims ligt eerder dan de waargenomen voorraad. Voor een deel van de regio’s is de claim daardoor al gehaald voordat de allocatie begint. Dat is geen modelfout maar een eigenschap van de invoer, en het is nodig om de claimrealisatie goed te lezen; zie Claimrealisatie en Overflow.

Sectoren en schaalniveaus

In deze toepassing worden drie sectoren gealloceerd:

Sector Schaalniveaus, van fijn naar grof
Wonen NVM-regio, COROP, provincie
Werken NVM-regio, COROP, provincie
Waterberging Waterbergingsregio (de veen-deelgebieden)

Verblijfsrecreatie, zon, wind en landbouw staan in de configuratie maar zijn in deze toepassing niet actief. De landbouw wordt wel gemodelleerd voor de opbrengsten en de veenrekenregels, maar niet gealloceerd.

Die laatste zin gaat over de stand van de sectorlijst en niet meer over de vraag of het kan. Sinds #553 en #780 draait de landbouwallocatie wel: zichtjaar 2040 van WLO_hoog_BAU rekent hem door in ongeveer een minuut, en sinds 7 september 2026 ook WLO_hoog_NbSGenuanceerd. Daarvoor kwamen daar achtentwintig claims niet rond in Zuid-Holland, Limburg, Utrecht en Noord-Holland, de provincies waar natuur, water en de opgelegde natte teelt samen zoveel landbouwgrond nemen dat een claim rond het basisjaarareaal er niet meer in past. De landbouw is in deze toepassing een restclaim, wat overblijft na stad en natuur met de basisjaarverdeling binnen dat restant, en de claim beweegt daar nu mee; zie Landbouw-methode onder Regionale vraag. De regionale arealen per landschap voor NbSGenuanceerd zijn nog niet geleverd; zolang dat zo is vult de restclaim dat gat, maar vervangt hij geen gebiedsopgave.

Twee dingen om te weten voordat de sector wordt aangezet. De regionale arealen per gebied die #780 vraagt zijn er nog niet, dus de claim staat op een band rond het basisjaar met een restclaim eroverheen, en dat is een plaatshouder. En de openstaande vragen over welke water- en scenario-instellingen bij welke variant horen staan in #782.

Een daarvan is inmiddels beantwoord. NbSGenuanceerd las tot 8 september 2026 de grondwaterstanden van BAU, zodat de vernatting die het punt van die variant is niet terugkwam in de opbrengstderving van precies die cellen. Deltares heeft in #782 de standen per veenbouwsteen geleverd en die variant heeft nu een eigen hydrologische levering. NbSMax blijft op BAU staan; Deltares heeft aangegeven dat die variant genegeerd kan worden.

Instellingen van de landbouw

Deze instellingen horen bij deze toepassing en niet bij de methode; wat zij doen staat op Landbouw methode.

Voor alle vier de varianten gelijk:

Instelling Waarde
Claimvariant (Claim_agrarisch_Variant) claims_conservatief
Claimbandbreedte 0, dus elke klasse staat op haar basisjaarareaal
Exotische gewassen in de allocatie (ExotenActief) uit
Alleen op bestaand landbouwareaal (LandbouwAlleenOpBestaandAreaal) aan
Claim volgt de beschikbare ruimte (ClaimVolgtBeschikbareRuimte) aan, met een krimpmarge van 0,98
Boervariant RationeleBoer
Beregeningsscenario B2, de percelen met een installatie in 2018
Klimaatband van de schaderelatie Warm, in alle varianten
Minimale landbeschikbaarheid 0,60 ha per cel van 100 meter
Prijsmultipliers alle 1,00, dus geen prijsdifferentiatie tussen de varianten
GLB-hectaresteun basisjaar en 2028 233 en 138 euro per ha
Eco-regeling basisjaar en 2028 98 en 75 euro per ha
Veenweidevergoeding basisjaar 30 euro per ha
Mestprijs basisjaar 25 euro per m3
Gebruiksnorm dierlijke mest 170 kg N per ha

De claimbandbreedte staat op 0 sinds 8 september 2026, op besluit van de opdrachtgever na de afspraak met Deltares: zolang team landbouw geen andere informatie levert verandert de landbouw in BAU niets ten opzichte van het basisjaar. Na stad en natuur staat de landbouw dus stil, en alleen de restclaim haalt er per regio af wat er niet meer past. De band van 5 procent van daarvoor blijft als gevoeligheidsstand beschikbaar via een omgevingsvariabele.

Per variant verschillend:

Instelling BAU BAU2 NbSMax NbSGenuanceerd
Hydrologische levering BAU BAU2 BAU NbSGenuanceerd
Kansenkaartlevering BAU BAU WBS WBS
GLB-hectaresteun 2040 en 2050, euro per ha 125 en 110 125 en 110 90 en 75 125 en 110
Eco-regeling 2040 en 2050, euro per ha 65 en 55 65 en 55 65 en 55 65 en 55
Diensten op natuurlijk grasland 2040 en 2050, euro per ha 0 0 500 300
Veenweidevergoeding 2040 en 2050, euro per ha 30 30 30 30
Mestprijs 2040 en 2050, euro per m3 30 30 20 20

De ankers voor 2040 en 2050 zijn een keuze en geen raming: zij trekken de reele erosie van de hectaresteun door die WUR en PBL beschrijven, met een lagere steun in het scenario dat geld van hectaresteun naar diensten verschuift. Er is geen bron na 2034. De veenweidevergoeding is een aanname die gelijk is gehouden aan het basisjaar; zij hoort pas omhoog te gaan wanneer de vernatting ook in de opbrengstderving zit, anders komt de vergoeding zonder de derving.

Databronnen en peiljaren

Bron Peiljaar of versie
BAG 10 juli 2026
LISA 2023
BGT 19 augustus 2026
Bestand Bodemgebruik 2022
Begrenzing bebouwd gebied 2022
LGN 2024
CBS Kerncijfers wijken en buurten 2024
TIGRIS XL claims run 32, december 2025
NVM-transacties voor het prijsmodel 2000 tot 2023

Uitkomsten

Per casus en zichtjaar levert de toepassing de stand (woningen, banen, ruimtebeslag per cel), de landgebruikskaarten en de indicatoren. Het overzicht van de indicatoren staat op Effectmodules en indicatoren; de bundel die voor de oplevering wordt weggeschreven staat in Templates/Indicatoren_T/Export.dms.

De thema’s van de oplevering zijn: landgebruik en landgebruiksverandering, stedelijke dichtheid en inbreiding, claimrealisatie, bereikbaarheid van banen en groen, CO2-emissie uit veen en koolstofopslag, overstromingsschade, wateroverlast en waterberging, woningwaarde en sterfte in relatie tot groen, funderingsschade, verdringing van vruchtbare landbouwgrond, en sloop met de bijbehorende uitkoop- en sloopkosten.