Toepassing NL2120

Terug naar Home


NL2120 is de toepassing waarvoor RSopen in 2025 en 2026 is doorontwikkeld, in samenwerking tussen PBL, Deltares en Object Vision. De vraag is hoe Nederland er in 2120 uit kan zien wanneer water en bodem sturend zijn, en wat dat betekent voor wonen, werken, landbouw, natuur en waterberging. Deze pagina beschrijft de toepassing: welk scenario, welke varianten, welke invoer en welke uitkomsten. De algemene beschrijving van het model staat in Deel I en II; hier staat alleen wat specifiek voor deze toepassing is ingesteld.

Scenario en zichtjaren

De toepassing rekent met het scenario WLO hoog. Het basisjaar is 2023 en het eindjaar 2120, met zichtjaren elk decennium vanaf 2040 (ModelParameters/Model_FirstZichtjaar), dus Y2040 tot en met Y2120. Het eerste zichtjaar is 2040 en niet 2030, omdat de TIGRIS-claim voor 2030 in veel regio’s onder de stand van het basisjaar ligt en het model niet kan slopen om een claim te halen; de eerste stap beslaat daardoor het hele verschil met het basisjaar. De claims voor wonen en werken lopen tot 2060 en blijven daarna staan, zie Tijdsdynamiek. De zichtjaren worden sequentieel doorgerekend: de stand aan het eind van een zichtjaar is de invoer voor het volgende. Dat is nodig omdat verschillende mechanismen padafhankelijk zijn, waaronder de geschiktheid voor wonen, die de natuur en het water meeweegt die aan het begin van een zichtjaar liggen.

Het studiegebied is heel Nederland, op een raster van 25 meter.

De vier varianten

Een casus is een scenario plus een variant en heet bijvoorbeeld WLO_hoog_NbSGenuanceerd. NL2120 kent vier varianten:

Variant Waar hij voor staat
BAU Business as usual: huidig beleid en huidig peilbeheer, geen nature-based solutions
BAU2 Business as usual met vastgezet peil en aanvullende infiltratiemaatregelen in het veen
NbSGenuanceerder Als NbSGenuanceerd, maar op verzoek van team Stad van Deltares met ontwikkelpakketten waarin een strook openbare ruimte bij de tuinen is getrokken, en zonder bouwbeperking in de overstromingsgevaarzones
NbSGenuanceerd Nature-based solutions volgens de landschapstoekomstbeelden voor veen, kust, zand en rivieren

De instellingen per variant staan in VariantParameters/VariantK.dms, een kolom per variant. Hieronder de punten waarop de vier verschillen, gegroepeerd naar onderwerp. Alles wat er niet in staat is voor de vier varianten gelijk.

Beschikbaarheid en geschiktheid

Instelling BAU BAU2 NbSGenuanceerder NbSGenuanceerd
Ontwikkelpakketten de 28 standaardpakketten de 28 standaardpakketten de standaardpakketten plus 12 NbS-pakketten met een fractie uitgeefbaar van 0,40 de standaardpakketten plus 12 NbS-pakketten
Standaardpakketten ook buiten de woonplancapaciteit ja ja nee nee
Bouwregime in de overstromingsgevaarzones 3 tot en met 5 bouwen bouwen bouwen bouwen met maatregelen
Bebouwingstype veen stelt eisen aan de bouwwijze nee nee ja ja
Hoogbouw toegestaan in zeer mooi landschap nee nee ja ja
Geen sloop van woningen met een beter energielabel dan D D B B
Funderingsschade wordt hersteld ja ja nee nee
Selectie evident benut voor wonen en werken BAU BAU NbS NbS

De NbS-pakketten van NbSGenuanceerder zijn die van NbSGenuanceerd met een strook openbare ruimte bij de tuinen; de buurttotalen aan verharding, groen en water per pakket blijven gelijk. In de NbS-varianten landt een NbS-pakket alleen in zijn toepassingsgebied en een standaardpakket alleen binnen de harde of zachte woonplancapaciteit; daarbuiten bouwt het model er alleen natuurinclusief. Bij bouwen met maatregelen en bij de veeneisen mag alleen een ontwikkelpakket met een bouwwijze die aan de eis van de plek voldoet, zie Beschikbaarheid. Superstedelijke pakketten zijn in alle vier de varianten toegestaan, tiny houses in geen enkele.

Dichtheid

De maximale dichtheid waarin gebouwd mag worden is de waargenomen dichtheid maal een factor, generiek en per locatietype, zie Dichtheid. In de twee NbS-varianten liggen de locatiespecifieke factoren hoger dan in BAU en BAU2: nabij OV, nabij water en in en rond bevolkingskernen wordt dichter gebouwd. Per cel van de tabel eerst de factor in BAU en BAU2, dan die in NbSGenuanceerder en NbSGenuanceerd.

Locatie Eengezins Meergezins Niet-wonen
Generiek 1,00 en 0,80 1,00 en 1,00 1,00 en 1,00
Nabij OV, nabij water 1,10 en 1,30 1,50 en 2,00 1,50 en 1,70
Bevolkingskern boven 100.000 inwoners 1,20 en 1,50 1,20 en 1,70 1,20 en 1,50
Bevolkingskern van 20.000 tot 100.000 inwoners 1,10 en 1,50 1,10 en 1,70 1,10 en 1,50
Bevolkingskern onder 20.000 inwoners 1,10 en 1,70 1,10 en 2,00 1,10 en 1,70

Klimaatadaptatie in de stad

De fracties bepalen welk deel van elk oppervlak als bergingsmaatregel wordt uitgevoerd; de parameternamen staan op Piekbuiberging. BAU en BAU2 hanteren een terughoudende inschatting, de twee NbS-varianten een ambitieuze. De waarden voor de halfverharding komen van team Stad van Deltares: geen infiltratie in BAU en BAU2, en in de NbS-varianten wordt alles wat halfverhard kan worden dat ook.

Maatregel BAU en BAU2 NbSGenuanceerder en NbSGenuanceerd
Groen dak, op bestaande bouw in 2050 en op nieuwbouw 0,30 0,00
Blauw dak op platte daken, bestaand in 2050 en nieuw 0,00 0,70
Halfverharding van bestaande fietspaden, parkeervlakken, voetpaden, wijkwegen, woonerven en inritten, en van nieuwe openbare verharding 0,00 1,00
Halfverharding van nieuwe uitgeefbare verharding 0,10 0,30
Holle weg, bestaand en in nieuwe wijken 0,10 0,30
Wadi van bestaand groen en van nieuw openbaar groen 0,10 0,50
Wadi van nieuw uitgeefbaar groen 0,05 0,30
Doorlatend groen en berging op water bij nieuwbouw 0,00 1,00

Een blauw dak bergt een orde van grootte meer dan een groen dak; in de NbS-varianten gaat het dak daarom van groen naar blauw, en een blauw dak kan alleen op het platte deel. De peilopzet op bestaand oppervlaktewater staat in de tabel over veen en waterbeheer.

Veen en waterbeheer

Instelling BAU BAU2 NbSGenuanceerder NbSGenuanceerd
Zomerdrooglegging uit de peilvakkenkaart 0,4 m 0,2 m 0,2 m
Winterdrooglegging uit de peilvakkenkaart gelijk aan de zomer 0,2 m hoger peil dan in de zomer 0,2 m hoger peil dan in de zomer
Infiltratiemaatregel geen AWIS AWIS AWIS
Hydrologische levering voor de opbrengstderving BAU BAU2 NbSGenuanceerd NbSGenuanceerd
Waterberging wordt gealloceerd nee nee ja ja
Bron van de waterbergingsclaim BAU BAU2 BAU2 BAU2
Peilopzet van 15 cm op bestaand oppervlaktewater nee nee ja ja
Waterberging landt bij voorkeur op het nieuwe veenwater van bouwsteen 9a en 9b nee nee ja ja

Waar de peilvakkenkaart geen waarde heeft geldt in BAU een zomerdrooglegging van 0,6 m en een winterdrooglegging gelijk aan de zomer. Percelen waarvoor SOMERS geen rekenregel met een infiltratiemaatregel heeft, in de praktijk de moerige gronden, blijven in alle varianten buiten de vernatting en houden hun waargenomen drooglegging; dat is afgesproken met Deltares (#619).

BAU en BAU2 verschillen alleen op de drooglegging, de infiltratiemaatregel, de hydrologische levering en de bron van de waterbergingsclaim. Het paar isoleert daarmee een enkele keuze, het peilbeheer in het veen. Dat peilbeheer werkt door in de veenemissie uit SOMERS en, via de onderwaterdrainage en de opbrengstderving in de landbouwgeschiktheid, in de landbouwallocatie; wonen en werken lezen die kolommen niet. De bron van de waterbergingsclaim doet in deze twee varianten niets, omdat de opgave er op nul staat. In de productierun van 1 september 2026 gaat de cumulatieve veenemissie tot 2120 van 279 Mton CO2 in BAU naar 195 Mton in BAU2 (#730). Zie CO2 uitstoot veengebieden voor wat er van het peilbeheer afhangt.

Indicatoren

De mortaliteitsindicator rekent in BAU en BAU2 met de middenwaarde van de NDVI-bandbreedte en in de twee NbS-varianten met de bovengrens. De koolstofboekhouding rekent de veenoxidatie in BAU en BAU2 met SOMERS en in de NbS-varianten met de kentallen per bouwsteen van team Veen van Deltares; in die twee varianten stopt de oxidatie ook zodra een veenweideperceel stedelijk wordt.

Wat er exogeen wordt opgelegd

Niet alles wordt gealloceerd. Natuur en water worden per variant als kaart opgelegd voordat de allocatie begint. De opgelegde cellen gaan op slot voor de allocatie en krijgen het aangeleverde beheertype in de landgebruikskaart; de bestaande bebouwing erop blijft staan, behalve waar een levering de cel als sloopgebied aanwijst. De methode staat op Uitwerking natuur; hier staat alleen wat voor deze toepassing is ingesteld.

Elke variant legt alleen op wat nieuw is ten opzichte van het basisjaar: bestaande natuur blijft natuur zonder dat het model er iets voor hoeft te doen, en op bestaand water wordt geen water opgelegd. De uitzondering is het veen in de NbS-varianten, waar de bouwstenen een eindtoestand beschrijven en ook bestaande natuur het aangeleverde type krijgt.

Variant Waaruit Opgelegd in 2120, natuur en water samen, productielevering van 11 september 2026 (#797)
BAU en BAU2 De MNP-planpotentieelkaart van de WUR, wat het vigerende natuurbeleid nog realiseert, op 25 meter met een dekkingsdrempel van de halve cel 62.613 ha
NbSGenuanceerder en NbSGenuanceerd De landschapsleveringen voor veen, kust, zand en rivieren, met de MNP-kaart als onderlaag in kust, rivieren, zand en buiten de vier landschapsgebieden 466.198 ha

Waar in de NbS-varianten meer dan een levering dezelfde cel raakt geldt een vaste voorrang: kust, dan de natte natuur van zand, dan veen, dan rivieren, dan de droge natuur van zand, en daaronder de onderlaag. Het landschap dat voorgaat wint met alles wat het levert, bij veen ook de natte teelt en het vernatte grasland. Voor zand is de opgave additioneel ten opzichte van BAU: eerst wordt de MNP-kaart opgelegd, daarna alloceert de zandopgave op wat er over is. In het veen ligt geen onderlaag, want de bouwstenen dekken het hele veengebied.

De oplegging raakt geen bestaand bebouwd gebied en geen exogeen grondgebruik: hoofdwegen, spoorwegen, vliegvelden en begraafplaatsen blijven ongemoeid, in alle varianten. Waar de oplegging daardoor wegvalt blijft de bebouwing staan en gaat het gebied alleen op slot voor nieuwbouw.

De landschapstoekomstbeelden zetten daarnaast gebieden op slot voor wonen en werken, in de twee NbS-varianten:

  • Veen: het bouwregime volgt uit de bouwsteen die per peilvak is gealloceerd. Bij de veenvormende bouwstenen 5 tot en met 8 en bij het nieuwe open water van bouwsteen 9a wijkt de bestaande bebouwing; bij aangepast bouwen en wonen op water mag alleen een bodemdalingbestendig of drijvend ontwikkelpakket. Bestaand open water wordt niet gedempt, en de opgave geldt over het deel van het peilvak dat het model mag omzetten.
  • Kust: kerven, meegroeilandschappen en voorlanden. Geen nieuwbouw, de bestaande bebouwing blijft staan en gaat met de nieuwe natuur samen.
  • Zand: beekdalen en droogdalen. Geen nieuwbouw, de bestaande bebouwing blijft staan. De natte natuur uit de zandopgave landt binnen dit masker, op alle landbouwgrond in de dalen; de droge natuur landt erbuiten, per deelgebied en per afstandsring rond het Natuurnetwerk.
  • Rivieren: de riviertrajecten en de binnendijkse gebieden. In het sloopgebied, de nieuwe uiterwaarden min de behouden dijken en min de bebouwing die er maar deels in valt, wijkt de bestaande bebouwing; op de riviertrajecten en de behouden dijken komt geen nieuwbouw. De 43 binnendijkse moerasnatuurgebieden krijgen beheertype N05.01 zonder sloop, de agrarische ecotopen gaan op slot maar krijgen geen natuur. De zoekgebieden voor woningbouw uit dezelfde levering staan in de voorkeursvolgorde van de woningallocatie na bestaand bebouwd gebied en voor het overige buitengebied.

Harde en zachte plannen gaan voor op het landschapsregime, als besluit van de aanleverende partij; het effect is klein, want er ligt nauwelijks plancapaciteit in de maskers.

Gesloopt wordt er alleen waar een levering de cel als sloopgebied aanwijst, en dan alleen waar de omzetting naar het nieuwe landgebruik ook werkelijk landt. Het sloopgebied van rivieren is de uitzondering en sloopt onvoorwaardelijk, omdat die sloop uit veiligheid gekozen kan zijn. Waar het model natuur oplegt zonder sloopaanwijzing blijft de bebouwing staan onder het nieuwe landgebruik; in BAU en BAU2 wordt daardoor niets gesloopt voor natuur. Zie Beschikbaarheid.

Claims

De claims voor wonen en werken komen uit TIGRIS XL, run 32 van december 2025, in stappen van vijf jaar waarvan het model de decennia leest. Alle vier de varianten gebruiken dezelfde claimset: het verschil tussen de varianten zit in waar er gebouwd kan worden, niet in hoeveel er gebouwd moet worden.

De waterbergingsclaim komt van Deltares en staat per waterbergingsregio, de veen-deelgebieden, voor 2050 en 2100, in een reeks zonder en een reeks met peilopzet op bestaand water; de andere zichtjaren volgen lineair uit die twee. Alleen de twee NbS-varianten alloceren waterberging; in BAU en BAU2 staat de opgave voor alle regio’s op nul, op het besluit in #664 dat de referentievarianten geen waterberging op het veen alloceren. De kolomkeuze in VariantK (BAU voor BAU, BAU2 voor de andere drie) heeft daardoor alleen in de NbS-varianten betekenis.

Het basisjaar van de TIGRIS-claims ligt eerder dan de waargenomen voorraad. Voor een deel van de regio’s is de claim daardoor al gehaald voordat de allocatie begint. Dat is geen modelfout maar een eigenschap van de invoer, en het is nodig om de claimrealisatie goed te lezen; zie Claimrealisatie en Overflow.

Sectoren en schaalniveaus

In deze toepassing worden vier sectoren gealloceerd, in deze volgorde:

Sector Schaalniveaus, van fijn naar grof
Wonen NVM-regio, COROP, provincie
Werken NVM-regio, COROP, provincie
Waterberging Waterbergingsregio (de veen-deelgebieden)
Landbouw Provincie

Vanaf 2070 draait de allocatie in de verkorte opzet van ModelParameters/Skeleton: wonen en werken alleen nog op NVM-niveau met drie iteraties, omdat hun claim vanaf 2060 stilstaat en er alleen nog te heralloceren valt wat natuur, water en vernatting hebben gesloopt; waterberging en landbouw draaien volledig door.

Verblijfsrecreatie, zon en wind staan in de configuratie maar zijn in deze toepassing niet actief. Natuur is geen sector: nieuwe natuur komt uitsluitend uit de exogene oplegging hierboven.

De landbouw is in deze toepassing een restclaim: per allocatieregio wat er na stad, natuur en water aan landbouwgrond overblijft, met de basisjaarverdeling over de gewasklassen binnen dat restant. Landbouw komt er niet bij en de allocatie raakt alleen grond die in het basisjaar al landbouw was; wat de veenbouwstenen aan natte teelt en vernat grasland opleggen telt mee als gerealiseerd. Zie Landbouw methode onder Regionale vraag. Regionale arealen per gebied, de opzet die #780 vraagt, zijn er niet; zolang dat zo is vult de restclaim dat gat, maar vervangt hij geen gebiedsopgave. Voor de rivieren is zo een opgave niet nodig, omdat de levering ruimtelijk expliciet is; voor zand ontbreekt de landbouwinput (#791). Welke water- en scenario-instellingen bij welke variant horen, en of BAU2 met de warme klimaatband van de schaderelatie op de referentiestanden nog de bedoelde gevoeligheidsvariant is, staat als open vraag in #782.

Instellingen van de landbouw

Deze instellingen horen bij deze toepassing en niet bij de methode; wat zij doen staat op Landbouw methode.

Voor alle vier de varianten gelijk:

Instelling Waarde
Claimvariant (Claim_agrarisch_Variant) claims_conservatief: per gewasklasse een band rond het basisjaarareaal, geschaald naar de ruimte die er per regio over is
Claimbandbreedte (Claimbandbreedte) 0, dus elke klasse staat op haar basisjaarareaal maal de restclaimfactor; een andere band is als gevoeligheidsstand te zetten via de omgevingsvariabele RSO_CLAIMBANDBREEDTE
Krimpmarge van de restclaim (Krimpmarge) 0,98
Exotische gewassen in de allocatie (ExotenActief) uit
Boervariant (Boervariant_name) RationeleBoer
Beregeningsscenario (BeregeningScenario_name) B2, de percelen met een installatie in 2018
Klimaatband van de schaderelatie (Klimaat_name) Warm, in alle varianten; het basisjaar leest de referentieband
Minimale landbeschikbaarheid (MinimalLandAvailability_Landbouw) 0,60 ha per cel van 100 meter
Prijsmultipliers (PriceMult_Melk en de andere klassen) alle 1,00, dus geen prijsdifferentiatie tussen de varianten
GLB-hectaresteun basisjaar en 2028 233 en 138 euro per ha
Eco-regeling basisjaar en 2028 98 en 75 euro per ha
Veenweidevergoeding basisjaar 30 euro per ha
Mestprijs basisjaar 25 euro per m3
Gebruiksnorm dierlijke mest (Gebruiksnorm_N) 170 kg N per ha

De claimbandbreedte staat op 0 op besluit van de opdrachtgever, na de afspraak met Deltares dat de landbouw in BAU niets verandert ten opzichte van het basisjaar zolang team landbouw geen andere informatie levert. Na stad, natuur en water blijft het areaal per gewas en per provincie dus op dat van het basisjaar, en alleen de restclaim haalt er per regio af wat er niet meer past. De plek ligt daarmee niet vast. Een wissel tussen aardappelen, bieten, granen en overige akkerbouw kost niets, dus de allocator verdeelt die vier binnen het akkerbouwareaal naar hun geschiktheid, en de gewaskaart van een zichtjaar laat daar zien waar elk gewas relatief het best past en niet waar het in het basisjaar stond. In zichtjaar 2040 van BAU houdt ongeveer driekwart van de landbouwcellen de klasse van het basisjaar.

Per variant verschillend:

Instelling BAU BAU2 NbSGenuanceerder NbSGenuanceerd
Hydrologische levering BAU BAU2 NbSGenuanceerd NbSGenuanceerd
Kansenkaartlevering, alleen van betekenis voor de exotische gewassen BAU BAU WBS WBS
Scenario van de Landbouw- en Natuurverkenning waarop de ankers rusten REF REF NAT NAT
GLB-hectaresteun 2040 en 2050, euro per ha 125 en 110 125 en 110 90 en 75 90 en 75
Eco-regeling 2040 en 2050, euro per ha 65 en 55 65 en 55 65 en 55 65 en 55
Diensten op natuurlijk grasland 2040 en 2050, euro per ha 0 0 500 500
Veenweidevergoeding 2040 en 2050, euro per ha 30 30 30 30
Mestprijs 2040 en 2050, euro per m3 30 30 20 20

De hydrologische levering van NbSGenuanceerd is de BAU-stand met daaroverheen de grondwaterstanden van de gealloceerde veenbouwsteen, zodat de vernatting in de opbrengstderving terugkomt; NbSGenuanceerder leest dezelfde levering. De ankers voor 2040 en 2050 zijn een keuze en geen raming: zij trekken de reele erosie van de hectaresteun door die WUR en PBL beschrijven, met een lagere steun in het natuurinclusieve scenario, dat geld van hectaresteun naar diensten verschuift. Er is geen bron na 2034. De toewijzing van het natuurinclusieve scenario aan de NbS-varianten en van WBS als kansenkaartlevering ligt ter bevestiging bij Deltares (#780). De veenweidevergoeding is een aanname, gelijk gehouden aan het basisjaar; een hogere vergoeding hoort bij de vernatting die in de NbS-varianten in de opbrengstderving zit, en die vraag ligt bij team Veen van Deltares.

Databronnen en peiljaren

Bron Peiljaar of versie
BAG 10 juli 2026
LISA 2023
BGT 19 augustus 2026
Bestand Bodemgebruik 2022
Begrenzing bebouwd gebied 2022
LGN 2025
BRP gewaspercelen 2025
Natuurbeheerplan van de provincies via BIJ12 subsidiejaar 2026
MNP-planpotentieelkaart 25 september 2025
CBS-gebiedsindelingen en Kerncijfers wijken en buurten 2024
IBIS bedrijventerreinen 2024
Plancapaciteit 20 november 2025
Ruimtelijke restricties 7 september 2026
TIGRIS XL claims run 32, december 2025
NVM-transacties voor het prijsmodel 2000 tot 2023, coefficientenset van 11 juli 2026, prijspeil 2023

Uitkomsten

Per casus en zichtjaar levert de toepassing de stand (woningen, banen, ruimtebeslag per cel), de landgebruikskaarten en de indicatoren. Het overzicht van de indicatoren staat op Effectmodules en indicatoren; de bundel die voor de oplevering wordt weggeschreven staat in Templates/Indicatoren_T/Export.dms, en hoe een oplevering wordt gedraaid en samengesteld op Batchrun draaien.

De thema’s van de oplevering zijn: landgebruik en landgebruiksverandering, stedelijke dichtheid en inbreiding, claimrealisatie, bereikbaarheid van banen en groen, CO2-emissie uit veen en koolstofopslag, overstromingsschade, wateroverlast en waterberging, woningwaarde en sterfte in relatie tot groen, grondexploitatie (met de funderingsafwaardering in de verwervingspost; de funderingsschade zelf wordt niet als kaart of kolom geexporteerd), landbouwopbrengsten en verdringing van vruchtbare landbouwgrond, en sloop met de bijbehorende uitkoop- en sloopkosten. In de productielevering van 11 september 2026 (#797) staan de tabellen landsdekkend en per landschapsgebied: kust, rivieren, veen, zand en overig.

De uitlevering voor het resultatenrapport aan het kernteam (versie 1.0, 14 september 2026, tag oplevering_NL2120_20260914) bevat naast de reguliere bundel tien grootheden die de export niet als kolom kent. Die staan in /Indicatoren/AdHoc/Rapport_v01 (cfg/main/Indicatoren/AdHoc.dms) en schrijven elk een csv: de netto broeikasgasemissie in CO2-equivalent, de tweedeling van de natuurbeheertypen in nat en droog met de arealen daarvan, de basisjaararealen per landschapsgebied, de uitgestelde sterfte in plaats van de cumulatieve som, de basisjaarwaarden van dichtheid, verharding, banenbereikbaarheid, piekbuiopgave en overstromingsschade, de claimreeks van woningen en banen per provincie, de piekbuiberging bij de bui van eens per honderd jaar, de landbouwkolommen geteld op de landgebruiksadministratie van de stand, de negen posten van het exploitatiesaldo van de woningbouw en de ophoogkosten van werklocaties. Elk item draagt in zijn Descr de plek waar het structureel in de export hoort; #828 bundelt die voorstellen, zodat de container bij een volgende run kan verdwijnen.

Verantwoording

De keuzes hierboven zijn gemaakt in de volgende issues; daar staat de afweging en de meting die eraan ten grondslag ligt.

  • #553: de basisjaarstand van de landbouw en de bronkant van de landbouwallocatie, waarmee de sector kan meedraaien.
  • #575: de waterbergingsopgave per veen-deelgebied van Deltares.
  • #614: bouwregime, bouwwijze en sloop als drie aparte assen; de bebouwingstypekaart veen geeft alleen de bouwwijze-eis.
  • #619: de moerige gronden blijven buiten de vernatting; de drooglegging waar de peilvakkenkaart zwijgt.
  • #620: de sloop volgt de sloopkaart van een levering en niet de oplegging; het rivierensloopgebied zonder de behouden dijken; de zoekgebieden voor woningbouw als trede.
  • #641: geen oplegging en geen sloop in bestaand bebouwd gebied en op infrastructuur.
  • #652: de zandopgave in hectares per deelgebied, nat in de beekdalen en droog in ringen rond het Natuurnetwerk.
  • #654: de kustlevering met kerven, meegroeilandschappen en voorlanden.
  • #657: de veenkentallen van team Veen in de koolstofboekhouding van de NbS-varianten.
  • #658: het eerste zichtjaar op 2040 en de reeks tot 2120.
  • #660: de tweetrapsallocatie van de veenbouwstenen als eindtoestand; bestaand water wordt niet gedempt.
  • #664: geen waterbergingsallocatie in BAU en BAU2; de voorkeur van de waterberging voor het water van bouwsteen 9a en 9b.
  • #683: harde en zachte plannen gaan voor op het bouwregime uit de landschapstoekomstbeelden.
  • #684: sloop vereist dat een nieuw landgebruik landt; het veenregime uit de gealloceerde bouwsteen.
  • #707: kust op niet bouwen zonder sloop.
  • #721: variantspecifieke ontwikkelpakketten achter de standaardset.
  • #723: de bouwwijzekeuze per cel, de lichtste bouwwijze die aan de eisen van de plek voldoet.
  • #730: de vijf rijen waarop BAU en BAU2 verschillen, en de veenemissie van beide.
  • #734: de overstromingsgevaarzones per variant op bouwen of bouwen met maatregelen.
  • #746: een blauw dak alleen op het platte deel van het dak.
  • #757: de halfverhardingsfracties van team Stad, ook in nieuwe wijken.
  • #765: de verkorte allocatieopzet voor de late zichtjaren en het meetharnas dat de instellingen ervan vastlegt.
  • #780: de landbouw als restclaim; de ankers voor GLB, diensten en mest per variant; de open vraag over de scenariotoewijzing.
  • #782: de eigen hydrologische levering van NbSGenuanceerd; de klimaatband als scenarioparameter; de open vraag over BAU2.
  • #791: de moerasnatuurgebieden van rivieren met beheertype N05.01 zonder sloop; voor zand ontbreekt de landbouwinput.
  • #795: de dekkingsdrempel op de MNP-planpotentieelkaart.
  • #797: de productielevering met de vier varianten, met tabellen landsdekkend en per landschapsgebied.
  • #812: de fractie uitgeefbaar van 0,40 voor de pakketten van NbSGenuanceerder.
  • #813: de MNP-kaart als onderlaag onder de landschapsleveringen in kust, rivieren, zand en buiten de landschapsgebieden.
  • #828: de tien grootheden van het resultatenrapport als items in de AdHoc-container, met per item de structurele plek in de export.