Landgebruikskaart NL2120
Terug naar Effectmodules en indicatoren
LU_NL2120 is de gedetailleerde klassenindeling van de Landgebruikskaart, bedoeld voor een sluitende grondbalans: elke klasse is een sector in een verhardingsklasse of een landgebruikstype, en de arealentabel per klasse (LandgebruikNL2120_Areaal) verdeelt zo het studiegebied over wat het model heeft neergezet en wat er ligt. Hoe de kaart per cel beslist welke klasse zij krijgt staat op Landgebruikskaart; deze pagina beschrijft de indeling zelf, de hoofdklassen van het kaartbeeld en de legenda. Alles staat in Classifications/Grondgebruik/LU_NL2120.dms.
Twee bouwstenen
LU_NL2120 is de unie van twee classificaties, in vaste volgorde:
SectorVerhardingK: elke sector behalve landbouw, elk in vijf verhardingsklassen. Dit deel beschrijft wat de allocatie en de BAG-stand op een cel zetten.LandgebruikType: het type uit de stand-administratie, dus een natuurbeheertype waar de cel natuur of water is, een landbouwtype waar zij landbouw is, en anders de LGN-klasse zelf. De drie delen, 84 beheertypen, vijftien landbouwtypen en 51 LGN-klassen, tellen samen 150 klassen.
Een cel krijgt een klasse uit het eerste deel waar de kaart een sector toont, en anders haar type uit de stand. Landbouw staat bewust niet in het eerste deel: op deze kaart is landbouw geen bezetter maar een toestand van de cel, en het landbouwtype zit al in het tweede deel. Sector_rel op de klasse zegt wie de cel bezet en is leeg voor het tweede deel; IsLandbouw, IsNatuur en IsWater lezen de vlaggen van het type en zijn onwaar voor het eerste deel, dus een cel die wonen heeft genomen telt niet als landbouw, ook niet als er gewas onder ligt.

De sectoren in verhardingsklassen
Welke sectoren het eerste deel kent volgt uit de sectorlijst in ModelParameters/SectorAllocRegio (Actor/Sector/wo_Landbouw). Het deel bestaat uit vijf blokken, een per verhardingsklasse, met in elk blok alle sectoren in hun vaste volgorde: de rij van sector s in verhardingsklasse v staat op v maal het aantal sectoren plus s. Ook een sector waarvoor de onderverdeling niet is bedoeld, zoals waterberging, krijgt vijf rijen; lege rijen komen niet in de arealentabel, en een unie met per sector een ander aantal rijen zou breken zodra een sector aan of uit gaat.
De verhardingsklasse volgt uit de verharde fractie van de cel in dat jaar (zie Verharding), ingedeeld op vijf ondergrenzen (VerhardingK). Werken heeft een eigen reeks grenzen en alle andere sectoren volgen de wonenreeks (Sector_VolgtWerkenGrenzen), want wonen en werken zijn anders verdeeld. De grenzen komen van ClassifyEqualCount op de verharding van het basisjaar, zodat elke klasse daar een vijfde van het oppervlak van de sector krijgt; verandert de samenstelling van wonen en werken, dan moeten ze opnieuw bepaald worden.
| Verhardingsklasse | Ondergrens wonen | Ondergrens werken |
|---|---|---|
| zeer lage verharding | 0 | 0 |
| lage verharding | 0,590 | 0,502 |
| middelmatige verharding | 0,646 | 0,590 |
| hoge verharding | 0,694 | 0,654 |
| zeer hoge verharding | 0,757 | 0,753 |
Klassenummers liggen vast
De volgorde van de twee delen ligt vast, en binnen het tweede deel de volgorde beheertypen, landbouwtypen, LGN-klassen. Wie er een bouwsteen tussenvoegt, of een rij ergens anders dan achteraan toevoegt, verschuift alle klassenummers erna en daarmee de betekenis van al weggeschreven tif-bestanden. Twee verschuivingen zijn ingebouwd:
- Het eerste deel hangt aan de actieve sectorenset in
ModelParameters/SectorAllocRegio. Een sector aan- of uitzetten schuift het hele tweede deel op met vijf maal het verschil; kaarten van runs met een verschillende sectorenset zijn dus niet op klassenummer te vergelijken. - Het derde deel van het type volgt de klassenindeling van LGN. Een jaargang met een andere indeling verschuift de nummers van dat deel.
Daarom draagt elke levering de legenda mee, en vergelijkt wie kaarten van verschillende runs naast elkaar legt eerst de legenda’s. De kaart zelf rekent nergens met de blokvolgorde: zij zoekt haar klasse op via een samengestelde sleutel (Sleutel) en de identiteitskolom per deel (LandgebruikType_rel), en een IntegrityCheck op de aggregatiekolommen vuurt zodra er een rij bijkomt die nergens heen wijst. Een wijziging in de opbouw valt zo hard om in plaats van stil te verschuiven.
De hoofdklassen van het kaartbeeld
LU_Hoofdklasse is de indeling van de kaart die cartografisch te lezen is: dezelfde SectorVerhardingK, dan de natuur in achttien natuurtypen (NatuurHoofdK), de landbouw in zeven hoofdgroepen (LandbouwHoofdK) en drie restklassen (RestHoofdK), in die vaste volgorde. Elke klasse van LU_NL2120 wijst met Hoofdklasse_rel naar precies een hoofdklasse: de sectoren houden hun eigen rij, het type gaat via zijn natuurtype, zijn landbouwhoofdgroep of de LGN-tabel (Hoofdklasse_van_Type; de vertaaltabellen staan op Landgebruikskaart). De hoofdklassenkaart is zo de gedetailleerde kaart, door deze kolom heen gelezen.
De natuurtypen zijn de achttien hoofdgroepen van de Index Natuur en Landschap, N00 tot en met N17. De watertypen N01, N02 en N04 zijn niet samengevoegd tot een klasse water, want N01 grootschalige dynamische natuur is op de beheertypenkaart grotendeels land; samenvoegen had die landnatuur blauw gekleurd. De landbouwhoofdgroepen zijn grasland, akkerbouw, tuinbouw vollegrond, bollen en bloemen, boom- en fruitteelt, glastuinbouw, en riet en paludicultuur. Mais gaat naar akkerbouw en niet naar grasland, want op de kaart is het een akker, ook al rekent het model mais als voedergewas onder de grondgebonden veehouderij; boomkwekerij, boomgaard en bos op landbouwgrond vormen een groep, want drie kleuren daarvoor zijn op een landelijke kaart niet uit elkaar te houden.
De restklassen zijn stedelijk groen, infrastructuur en overig: wat er van LGN overblijft nadat de beheertypenkaart de natuur en de BRP de landbouw heeft verbijzonderd en de allocatie de stedelijke functies heeft geclaimd. Overig is de bak die Deltares expliciet wil houden: er ligt wel iets, zoals bebouwing die de dominantieregel niet als woon- of werkgebied oppakt, maar het model doet er niets mee; lichtgrijs, zodat de klasse op de kaart terugtreedt. Stedelijk groen telt niet als natuur en niet als verhard; infrastructuur en overig tellen wel als verhard.
Voor de verhardingsindicator is er LU_Hoofdklasse_ZonderVerharding, met per sector een klasse in plaats van vijf verhardingsbanden, omdat die indicator geen klasse mag lezen die zelf uit de verharding volgt (zie Verharding).
Legenda
In het eerste deel is de naam van een klasse de sectornaam met de verhardingsklasse erachter (Wonen_Verharding_4_hoog) en de kleur de sectorkleur, per verhardingsklasse geschaald van 0,40 voor de laagste tot de volle kleur voor de hoogste, zodat ook de laagste band nog als wonen of werken herkenbaar blijft. In het tweede deel begint de naam met Type_ en volgt de naam van het type (Type_Natuur_N05_01_02, Type_Landbouw_Bouwland, Type_LGN_zonneparken), en zijn label en kleur die van het type.
Een GeoTIFF draagt alleen het klassenummer. De export schrijft daarom eenmaal per levering de legenda’s weg onder %LocalDataProjDir%/Indicatoren/Legendas/ (Legendas in Templates/Indicatoren_T/Export.dms): LU_NL2120.csv met per klasse naast nummer, naam, label en kleur de classificaties waaruit zij is opgebouwd (hoofdklasse, sector en verhardingsklasse, landgebruikstype, beheertype met natuurtype en de tweedeling nat en droog, landbouwtype en LGN-klasse) en de jaargangen van BRP en LGN waarop de typen rusten, en ernaast LU_Hoofdklasse.csv, INL_Beheertype.csv en BRPGewasType.csv, die zegt welke gewassen van de BRP in elk landbouwtype vallen. Het opleverscript batch/MaakOplevering.ps1 zet de legenda als <bestandsnaam>_meta.txt naast elke kaart die klassenummers draagt. Waar de kaarten zelf worden weggeschreven staat op Landgebruikskaart.
Voorbeeld
In de NL2120-toepassing staan wonen, werken, waterberging en landbouw aan (zie Toepassing NL2120). Het eerste deel telt dan drie sectoren maal vijf verhardingsklassen, dus vijftien klassen; LU_NL2120 heeft er 165 en LU_Hoofdklasse 43. De klassen 0 tot en met 2 zijn wonen, werken en waterberging met zeer lage verharding, en zo per blok door tot 14; klasse 15 is het eerste beheertype, N00.01, klasse 99 het eerste landbouwtype en klasse 114 de eerste LGN-klasse. Die aantallen horen bij die sectorenset en niet bij de indeling.
Verantwoording
De keuzes hierboven zijn gemaakt in de volgende issues; daar staat de afweging en de meting die eraan ten grondslag ligt.
- #633: een landgebruikskaart met natuur uitgesplitst naar beheertype en landbouw zonder gewasbeeld, gevraagd vanuit Deltares.
- #751: de stand-administratie met het type per cel als unie van beheertypen, landbouwtypen en LGN-klassen, het tweede deel van deze indeling.
- #776: het Natuurbeheerplan als beheertypenkaart, waardoor N01 grotendeels landnatuur is en de watertypen niet zijn samengevoegd.
- #783: de twee klassenindelingen,
LU_NL2120voor de grondbalans enLU_Hoofdklassevoor het kaartbeeld, met de verhardingsklassen binnen de sectoren en de restklasse overig. - #803: landbouw als toestand van de cel in plaats van bezetter, de kaart opgebouwd uit de stand, en de indeling zonder verhardingsbanden voor de verhardingsindicator.
- #828: de tweedeling nat en droog van de natuur als kolom op de klasse en in de legenda.