Stand administratie landgebruik
Terug naar Landgebruikskaart
Sinds september 2026 (#751) houdt het model per cel een stand-administratie van het landgebruik bij, naast de Landgebruikskaart. De kaart zegt in welke klasse van LU_ModelType een cel valt; de stand-administratie zegt zo precies als de bronnen toelaten wat er ligt, en sinds wanneer.
Drie woorden
Grondgebruik of bodemgebruik is de bodemstatistiek van het CBS (gg_CBS, SourceData/Grondgebruik/BBG): een functietoekenning per terreineenheid, waar is dit terrein voor. Landbedekking is het Landelijk Grondgebruiksbestand (LGN): wat groeit of ligt hier, op 25 meter uit teledetectie. Landgebruik is wat het model per cel bijhoudt, de kaart en de stand-administratie. De drie beantwoorden verschillende vragen en zijn niet in elkaars plaats te gebruiken.
Het type per cel
LandgebruikType (Classifications/Grondgebruik/Landgebruik.dms) is de unie van drie classificaties, in volgorde van voorrang:
- de 84 natuurbeheertypen van de Index Natuur en Landschap (
INL_Beheertype), voor cellen die natuur of water zijn; - veertien stabiele landbouwtypen (
LandbouwType: grasland, bouwland, mais, bollen, boomkwekerij, fruit, glastuinbouw, riet en paludicultuur, enzovoort), geaggregeerd uit de gewascode van de BRP en anders uit LGN; - de 51 klassen van LGN zelf, voor bebouwing, infrastructuur en alles wat geen beheertype of landbouwtype heeft.
Aan het type hangen de kentallen als kolommen: de koolstofklasse, de veenkentallen en methaan van team Veen, de NDVI-band en de vlaggen natuur, water en bebouwd. Een indicator hoeft dus niet meer via LU_ModelType of LGN te vertalen.
De basiskaart
BaseData/StartState/Landgebruik maakt het type van het basisjaar. LGN beslist de categorie (water, natuur, landbouw, bebouwd), de andere bronnen verbijzonderen erbinnen:
- Op natuur en water geeft de beheertypenkaart het type: het Natuurbeheerplan van de provincies (#776,
SourceData/Grondgebruik/NBP), aangevuld met de MNP-planpotentieelkaart en daarna een heuristiek (water uit de bodemstatistiek, begroeiing uit LGN, met een natte lezing op veen en moerige grond volgens BOFEK). Een type dat de categorie van LGN omdraait wordt niet overgenomen: geen terrestrisch beheertype op een cel die LGN als open water ziet, geen watertype op begroeiing. Dat isBeheertype_Bron_Passend; zonder die toets werd 28.571 ha open water in de stand natuur, want reservaten zijn als een vlak over de plas heen getekend. - Op landbouw geeft de BRP het type, per perceel, en LGN waar geen perceel is opgegeven. Een perceel dat over een erf of een bos heen is ingetekend maakt daar geen landbouw van.
- Bebouwing en infrastructuur komen uit LGN.
Controle/Tabel_Kerngetallen schrijft de arealen per route naar LocalData/Diagnose/751_kerngetallen.txt. Gemeten op 5 september 2026 binnen het studiegebied: 780.742 ha met een beheertype, 2.111.504 ha met een landbouwtype, 616.766 ha op de LGN-klasse zelf; van de beheertypen komt 585.346 ha uit het Natuurbeheerplan, 48.629 ha uit de MNP-kaart en 146.768 ha uit de heuristiek.
Doorgifte per zichtjaar
Landgebruik/Type en Landgebruik/JaarVerandering zijn standvariabelen (Classifications/Actor/LandgebruikK), naar het patroon van de windvariabelen: geen sector, geen claim, geen allocatie, alleen doorgifte. Ze worden per zichtjaar als tif weggeschreven en in het volgende zichtjaar teruggelezen. In het eerste zichtjaar landt de exogene natuuroplegging in de stand: elke cel die een beheertype of een landbouwtype opgelegd krijgt, krijgt dat type met het zichtjaar als jaar van verandering. Het type wordt niet gewist als een cel wordt bebouwd; Subsector_rel zegt wie de cel bezet. De basisjaartifs dragen een fingerprint, zie Ontkoppelde bestanden.
Twee routes voor de landgebruikskaart
De basisjaarkaart van het landgebruik (LU_Basisjaar) kan langs twee routes worden gemaakt, gekozen met ModelParameters/Landgebruik_Basis:
- BBG: de bodemstatistiek bepaalt de klasse, met de BRP en LGN als achtervang voor de landbouw. Dit is de route die tot september 2026 de enige was en die nog de standaard is.
- LGN: de stand-administratie is de basis; het bebouwde gebied van LGN wordt wonen of werken naar zijn functie, de rest van de bebouwing krijgt zijn klasse via de dominantieregel uit de BAG- en LISA-standen.
De twee verschillen op 606.739 ha, vooral omdat de bodemstatistiek functies toekent waar LGN bedekking ziet. Omdat de stand-administratie altijd LGN leest, toetst de natuuroplegging twee keer of een levering iets nieuws is: voor de stand tegen de stand, voor de kaart tegen de bron van de kaart. Zo krijgt een cel die LGN natuur noemt en de bodemstatistiek landbouw wel natuur op de kaart, zonder dat de stand daar een verandering boekt. Staat de schakelaar op LGN, dan vallen de twee toetsen samen. Zie Uitwerking natuur voor de oplegging zelf.
Wie de stand leest
- De koolstofboekhouding (Carbon Storage and Sequestration): de koolstofklasse van het type, in het basisjaar en in elk zichtjaar; het componentkental van team Veen alleen waar de veenlevering natte teelt of vernat grasland heeft opgelegd.
- De methaanindicator en de SOMERS-veenoxidatie (CO2 uitstoot veengebieden): stedelijk en water uit het type en de sector in de stand.
- De groenindex voor de mortaliteit: de NDVI-band van het type, alleen waar het type sinds het basisjaar is veranderd.
- De Landgebruikskaart NL2120: het beheertype van bestaande en opgelegde natuur.
Wat open staat
De landgebruikskaart draait nog op de bodemstatistiek terwijl de stand LGN leest. Het omzetten van Landgebruik_Basis naar LGN maakt kaart en stand een geheel, maar verschuift het bebouwde areaal (wonen van 286.540 naar 402.691 ha) en daarmee elke areaalindicator, en de bodemstatistiek voedt daarnaast nog een reeks functievlaggen (woonlocatie, werklocatie, groot water, bouwterrein, exogeen grondgebruik) met eigen lezers. Dat uitfaseren staat in #781, met een inventaris van alle lezers van de bodemstatistiek.