Woningwaarde agv groenveranderingen

Deze indicator schat de verandering in woningwaarde die optreedt doordat de hoeveelheid natuur en water in de omgeving van woningen verandert tussen het basisjaar en het zichtjaar. De waardering gebeurt met een hedonisch prijsmodel: de natuur- en waterfractie in de omgeving zijn verklarende variabelen van de woningprijs, dus een verandering daarin vertaalt zich in een verandering in waarde. De uitkomst is een euro-bedrag per cel (AdminDomain), uitgesplitst naar bestaande voorraad, nieuwbouw en totaal.

Methodiek vernieuwd in juli 2026 (issue #566): de eerdere binaire groen-dummy (minstens 50% groen binnen 100 m, alle groen op een hoop) is vervangen door twee continue fracties, natuur binnen 2,5 km en water binnen 500 m, geschat in een nieuwe prijsindex-run (spec rs_groen). Daarmee telt elke vierkante meter nieuwe natuur of nieuw water mee in plaats van alleen drempelovergangen, wordt natuur onderscheiden van landbouw (essentieel voor varianten waarin landbouw naar riviernatuur wordt omgezet), en telt ook het water- en groenaandeel van nieuwbouw-ontwikkelpakketten mee.

Sindsdien zijn er twee dingen bij gekomen. In augustus 2026 is met Deltares afgesproken dat al het groen in een NbS-pakket meetelt, niet alleen het openbare deel (#566). En met issue #637 gebruikt ook de allocatie deze fracties: de geschiktheid voor wonen weegt sindsdien de natuur en het water mee die aan het begin van een zichtjaar liggen. Zie de paragraaf Relatie met de suitability.

Achtergrond en bron

De woningprijs wordt in RuimteScanner bepaald met een semi-logaritmisch hedonisch model op basis van NVM-transactiedata (2000 tot 2023, ~3,4 mln transacties; PriceIndices-pipeline, spec rs_groen). De volledige prijsfunctie staat op Hedonisch woningprijsmodel; hieronder alleen de twee groenblauwtermen. De prijs per woning is:

prijs = exp( constante + woningkenmerken + locatiekenmerken + β_natuur · fr_natuur + β_water · fr_water )

waarin:

Variabele Definitie Bron
fr_natuur_tot2500m Aandeel natuur (0–1) in de schijf 0–2500 m rond de woning LGN2024, hedonische natuurdefinitie
fr_water_500m Aandeel water (0–1, zoet + zout) in de schijf 0–500 m LGN2024, klassen 16/17

De hedonische natuurdefinitie (bos, kwelders, duinen, heide, veen, moeras, natuurgraslanden, struweel; LGN-klassen 11/12, 30–46, 321–333) wijkt bewust af van de model-interne LU_ModelType-indeling: riet, moerasbos en natuurlijk beheerde graslanden tellen als natuur (belevingswaarde), terwijl bos/gras binnen bebouwd gebied (stadsgroen) er niet onder valt. De definitie staat op twee plekken die synchroon moeten blijven: PriceIndices/main/Classifications/LGNKlasse.dms (schatting) en cfg/main/Classifications/Grondgebruik.dmsLGNKlasse/IsNatuur_hedonisch (toepassing).

De geschatte coëfficiënten per woningtype (WP4), run Estimates_20260711 (rs_groen):

WP4 β_natuur (0–2500 m) β_water (0–500 m)
appartement +0,44 +0,63
rijtjeswoning +0,43 +0,33
twee-onder-één-kap +0,63 +0,42
vrijstaand +0,47 +0,54
Interpretatie: +10 procentpunt natuur binnen 2,5 km ≈ +4,4 à +6,5 % woningprijs; +10 procentpunt water binnen 500 m ≈ +3,3 à +6,5 %. Alle coëfficiënten zijn sterk significant ( t ≥ 57). Omdat de fracties binnen de exp-functie zitten, schaalt de euro-waarde mee met de volledige woningprijs: dezelfde natuuropslag levert bij een dure woning meer euro’s op dan bij een goedkope.

Waarom alleen natuur en water? In de schatting zijn ook fracties stadsgroen, landbouw en overig groen (bermen e.d.) binnen 500 m getest. Die kregen negatieve of wisselende tekens bij stedelijke woningtypen: ze meten vooral buurtopbouw (ruim opgezette suburbane wijk versus duur stenig centrum), geen groenwaardering, en zijn daarom niet in de indicator opgenomen. De varianten staan als sensitiviteiten (rs_groen_vol, rs_groen_donut) in de PriceIndices-output. De keuze voor een 2,5 km-schijf voor natuur volgt Daams et al. (2016): natuurgebieden werken tot kilometers door in woningprijzen, en uiterwaardnatuur ligt zelden binnen 500 m van woonkernen.

Rekenwijze

Voor elke woning wordt eerst de hedonische prijs zonder de natuur/water-termen bepaald (P_rest). Vervolgens worden de fracties voor beide jaren opgelegd en het verschil genomen:

P_rest   = hedonische woningprijs zonder natuur/water-termen
P_basis  = P_rest · exp( β_natuur · fr_natuur_basis + β_water · fr_water_basis )
P_zicht  = P_rest · exp( β_natuur · fr_natuur_zicht + β_water · fr_water_zicht )
dWaarde  = P_zicht − P_basis

Doordat dezelfde P_rest voor beide jaren wordt gebruikt, valt alle prijsvariatie behalve natuur/water weg. Bij ongewijzigde fracties is dWaarde = 0; natuur of water erbij geeft een positief, eraf een negatief bedrag.

Voor nieuwbouwwoningen geldt dezelfde formule, met een kortere weg naar P_basis. De suitability rekent de nieuwbouwprijs per ontwikkelpakket met de fracties van het basisjaar, dus die prijs ís P_basis en hoeft niet opnieuw te worden opgebouwd:

P_basis  = nieuwbouwprijs uit de suitability (basisjaar-fracties)
dWaarde  = n_nieuwbouw · P_basis · ( exp( β_natuur · Δfr_natuur + β_water · Δfr_water ) − 1 )

Het verschil staat in het exponent en niet als twee losse prijzen, omdat het aftrekken van twee bijna gelijke exponenten in float32 nodeloos precisie kost. De uitkomst is dezelfde P_zicht − P_basis als hierboven.

De indicator levert drie resultaten:

Output Betekenis
WaardeVeranderingDoorGroenVerandering_BestaandeWoningen Waardeverandering van de bestaande voorraad (basisjaar-woningen) door veranderde fracties. Δ, kan negatief zijn.
WaardeVeranderingDoorGroenVerandering_NieuwbouwWoningen Waardeverandering van de cumulatieve nieuwbouw sinds het basisjaar door de veranderde fracties (n · (P_zicht − P_basis)). Δ, kan negatief zijn.
WaardeVeranderingDoorGroenVerandering_Woningen Bestaand + Nieuwbouw: de netto waardeverandering van de hele voorraad door de veranderde natuur- en waternabijheid. Beide termen meten hetzelfde: het verschil met de basisjaarsituatie op dezelfde cel.
Near-zero-uitkomsten ( dWaarde < € 0,01) worden als null weggeschreven, zodat ze in kaartbeelden transparant zijn (actiepunt #566).

Gecorrigeerd in augustus 2026 (issue #678). De nieuwbouwterm was een niveau in plaats van een verandering: de volle groenpremie ten opzichte van een woning met nul natuur binnen 2,5 km en nul water binnen 500 m. Die referentiesituatie is geen beleidsalternatief, dus ook een variant zonder enige groeningreep leverde een positief bedrag op, en het bedrag mat vooral de omvang van de nieuwbouw. In BAU 2040 gaf die term 73,8 miljard euro, terwijl de werkelijke waardeverandering van diezelfde nieuwbouw 22,2 miljard is; ruim zeventig procent was dus geen verandering. Bovendien zit diezelfde premie al in de indicator Woningwaarde nieuwbouw, want de suitabilityprijs draagt de basisjaartermen; wie beide in een batenoverzicht zette, telde haar twee keer. Sinds de correctie meet de nieuwbouwterm hetzelfde als de bestaande-voorraadterm, namelijk het verschil met het basisjaar, en tellen de twee indicatoren samen precies op tot de volle marktwaarde bij de fracties van het zichtjaar. Het niveau vertekende overigens ook het variantverschil, en wel naar beneden: de weggevallen basisjaarpremie is groter waar meer en duurdere nieuwbouw staat, dus in BAU, en dat compenseerde een deel van het NbS-voordeel weg. Voor 2040 gaat het verschil tussen BAU en NbSGenuanceerd van 51,4 naar 58,8 miljard euro.

Naast elk van de drie staat de netto contante waarde in het basisjaar (..._NCW), die ook wordt weggeschreven. Dit is een waardering van een toestand op een moment, namelijk hoeveel de voorraad in dit zichtjaar meer of minder waard is door de veranderde nabijheid, dus een enkele factor van dit zichtjaar is hier de goede bewerking; geen opbouw per periode zoals bij uitkoop en sloop. Zie Verdiscontering en netto contante waarde.

Aantal nieuwbouwwoningen (cumulatief)

Het aantal nieuwbouwwoningen per cel is het cumulatieve verschil in de woningvoorraad tussen zichtjaar en basisjaar:

n_nieuwbouw = max( voorraad_zichtjaar − voorraad_basisjaar , 0 )

Hiermee telt de nieuwbouwterm álle woningen die sinds het basisjaar zijn bijgekomen en in het zichtjaar nog staan, inclusief de waargenomen BAG-nieuwbouw van het eerste decennium (die wel in de zichtjaar-voorraad maar niet in de basisjaar-voorraad zit). Het netto-verschil verrekent sloop en herontwikkeling automatisch, zodat er geen dubbeltelling met de Bestaand-term ontstaat.

Waarom cumulatief (issue #558)? Een eerdere versie telde alleen de nieuwbouw van het lopende decennium. In runs waarin de woningvraag op een gegeven moment constant wordt gezet, gaf dat in het eindzichtjaar een nieuwbouwlaag van enkel nullen. De cumulatieve telling toont in het eindzichtjaar het volledige effect over de hele allocatieperiode.

Waardeverandering van woningen door veranderend groen

Bepaling van de fracties

De twee schijven in de groenwaardering

De fracties zijn exact dezelfde regressoren als waarop de coëfficiënten zijn geschat: schijf-aandelen berekend met vlakke potentiaalkernels (Flat2), genormaliseerd op het LGN-gedekte deel van de schijf (randcorrectie kust en buitenland). De natuurschijf (0 tot 2500 m) wordt op het 100 m-grid gerekend en per AdminDomain-cel opgezocht; de waterschijf (0 tot 500 m) direct op de AdminDomain-resolutie.

Die randcorrectie stelt één eis aan de teller: hij moet met hetzelfde masker gemeten worden als de noemer, dus alleen natuur en water op LGN-gedekte cellen tellen mee. Voor het basisjaar gaat dat vanzelf goed, want LGN-natuur en LGN-water liggen per definitie binnen de LGN-dekking. Voor het zichtjaar komt de celwaarde uit de modelkaart, en die kent landgebruik op cellen waar LGN de klasse onbekend heeft. Zonder maskering telt zo een cel wel in de teller en niet in de noemer, en dan is de uitkomst geen fractie meer. Sinds #702 worden NatuurCel en WaterCel daarom met IsGedekt vermenigvuldigd voordat de potentiaal eroverheen gaat, en bewaakt een IntegrityCheck dat het resultaat in 0 tot 1 blijft.

Dat dit nodig was, bleek in augustus 2026 bij het naspeuren van #702. De noemer heeft een ondergrens van 0,0001 tegen deling door nul, en die geldt voor 43 procent van het 100 m-grid en 46 procent van het 25 m-grid: overal waar binnen de schijfstraal geen enkele gedekte cel ligt, dus vooral op zee en over de landsgrens. Legt het model daar landgebruik neer, dan wordt de teller door 0,0001 gedeeld. In BAU 2040 leverde 67,5 vierkante meter water buiten de dekking op één cel een waterfractie van 1080 op, en in NbSGenuanceerd 2040 kwam de natuurfractie op vier cellen tot 625. Het ging landelijk om enkele hectaren landgebruik in de grensstrook, geen woning en geen allocatiecel, dus de euro’s schoven 0,0009 procent. De kustingrepen uit #623 waren niet de oorzaak: LGN dekt de Waddenzee en de Westerschelde als zout water, en 99,45 procent van dat ruimtebeslag valt binnen het masker.

Wat het model buiten de LGN-dekking neerlegt telt dus niet mee in de waardering. Dat is de bewuste keuze, want de coëfficiënt hoort bij een fractie die op de LGN-dekking van 2024 is gemeten. Zou NL2120 op termijn landoppervlak maken voorbij dat masker, dan hoort dat in de noemer thuis en moet de noemer meegroeien in plaats van de teller ingeperkt worden. Die vraag ligt bij Deltares, zie #702.

Sinds #637 staat die berekening in een gedeeld sjabloon, Templates/Suitabilities/Groenfracties_T. Het sjabloon rekent de fracties voor een aangeleverde stand. De indicator voert er de stand aan het eind van het zichtjaar in, de allocatie de stand aan het begin. Zo gebruiken beide dezelfde definities, dezelfde kernels en dezelfde noemers.

De celwaarde voor natuur en water volgt uit een vaste volgorde:

  1. Een fysiek ingericht ontwikkelpakket bepaalt de celwaarde via zijn eigen groen en water, ook bij herontwikkeling waar het landgebruikstype gelijk blijft.
  2. Een landbouwmutatie kan de basisjaarwaarde alleen verhogen. De landbouwallocatie wisselt elk zichtjaar gewassen over vrijwel het hele landelijk gebied, en dat is in hedonische zin geen verandering van de landsdekking. Alleen de expliciet natte klassen, riet en moerasbomen, tellen als winst.
  3. Bij een andere mutatie bepaalt de nieuwe klasse de waarde, via de hedonische vlaggen IsNatuur_hedonisch en IsWater_hedonisch op LU_ModelType.
  4. Zonder mutatie blijft de LGN-basisjaarwaarde staan.

Bij een drijvend ontwikkelpakket geldt binnen stap 1 een extra regel (#665). Een drijvende buurt dempt het water waar zij op ligt niet, dus het bestaande wateroppervlak van de cel blijft voor een deel staan en het pakket legt zijn eigen groen en water alleen op het deel dat overblijft. Welk deel dat is, staat in ModelParameters/Wonen/DrijvendBehoudtWaterFractie. Die staat op 0, het gedrag van voor #665, waarin de inrichting van het pakket de celwaarde volledig bepaalt en een drijvende buurt op open water dus als grotendeels gedempt de boeken in gaat. Op 1 blijft het water onder de woningen volledig bestaan. De vlag die zegt of een pakket drijvend bouwt is dezelfde die de zeef leest, BouwwijzeK/IsDrijvend.

De hedonische vlaggen volgen de LGN-klasse achter de modelklasse, met twee afspraken uit #637. Riet en moerasbomen tellen als natuur, conform de definitie in de schatting. Waterberging is de uitzondering die als water telt: die sector houdt LGN-code 41 voor de landgebruikskaart en de NDVI, maar een bergingsgebied is hedonisch open water.

Voor het groen van de ontwikkelpakketten geldt een aparte afspraak (Deltares, augustus 2026, #566): al het groen in een NbS-pakket telt mee, niet alleen het openbare deel. De schakelaar ModelParameters/Wonen/OPGroenAlsNatuur_ref bepaalt welke pakketten meedoen: NbS (standaard, alleen de natuurinclusief ingerichte pakketten), Alle of Geen. De overlap met de perceelsterm in de prijs is verwaarloosbaar: een cel is 0,08% van de 500 m-schijf en 0,003% van de 2500 m-schijf, dus de fractie gaat vrijwel volledig over de omgeving.

Sinds #677 is ook de waterkant schakelbaar, met ModelParameters/Wonen/OPWaterAlsWater_ref en dezelfde standen. Die staat op Alle, wat het gedrag is van voordat de schakelaar bestond. De aanleiding staat onder Aannames en beperkingen.

BAG-nieuwbouwcellen (#550) hebben wel een gematcht ontwikkelpakket maar geen fysieke inrichting, en houden daarom hun basisjaarwaarden.

Relatie met de suitability (allocatie)

De opbrengsten per ontwikkelpakket worden eenmaal per variant gerekend, met de natuur- en waterfracties van het basisjaar. Die kaarten blijven variantdata en hoeven dus niet per casus en per zichtjaar opnieuw te worden uitgerekend.

Sinds #637 corrigeert de allocatie die opbrengsten per zichtjaar voor de natuur en het water die er aan het begin van dat zichtjaar liggen. De correctie zit in Templates/Allocatie/Zichtjaar_T/GroenNabijheid: het gedeelde fractiesjabloon wordt gevoed met de beginstand van het zichtjaar, en levert per woningtype een relatieve prijsopslag ten opzichte van het basisjaar. In het semi-log model zitten de groentermen multiplicatief in de prijs, dus opbrengsten maal (1 plus opslag) is hetzelfde als de prijs opnieuw rekenen met de nieuwe fracties. Alleen de opbrengsten worden gecorrigeerd, niet het exploitatiesaldo als geheel.

Er zit bewust een vertraging van een zichtjaar in. Wat in een zichtjaar wordt gebouwd, is gebouwd in de periode ervoor en kan dus niet beprijsd zijn met natuur die in diezelfde periode is aangelegd. Daarmee is er ook geen endogeniteit binnen een zichtjaar: de kaart ligt vast voordat de eerste iteratie begint, dus de geschiktheid van een cel hangt niet af van groen dat in dezelfde ronde ernaast wordt neergezet.

In het eerste zichtjaar is de opslag expliciet nul. Er is dan nog niets gerealiseerd dat mee kan tellen: de exogene oplegging gebeurt in dat zichtjaar, de BAG-nieuwbouw is gebouwd in diezelfde periode en gealloceerd is er nog niets. Wie alleen het eindjaar doorrekent, heeft maar een zichtjaar en krijgt dus geen dynamiek; de batch rekent daarom standaard alle zichtjaren door.

De arbeidsdeling tussen allocatie en indicator blijft daarmee: de allocatie waardeert het groen dat er aan het begin van het zichtjaar ligt, de indicator waardeert de verandering ten opzichte van het basisjaar aan het eind van het zichtjaar.

Parameters

Parameter Bron Toelichting
β_natuur, β_water (per WP4) BaseData/Suitabilities/Wonen/PrijsIndex/ReadCoefficients_WP4/<WP4>/Result/fr_natuur_tot2500m resp. .../fr_water_500m Hedonische coëfficiënten uit de rs_groen-set (Estimates_<NVM_filedate>_<type>.csv).
fr_natuur, fr_water basisjaar SourceData/Grondgebruik/LGN/Groenfracties LGN2024-fracties, identiek aan de schattingsmeting.
fr_natuur, fr_water zichtjaar WaardeNabijheidGroen/Fracties Gedeeld sjabloon Groenfracties_T, gevoed met de stand aan het eind van het zichtjaar.
OPGroenAlsNatuur_ref ModelParameters/Wonen Welk groen uit de ontwikkelpakketten meetelt als natuur: NbS-pakketten (standaard), alle pakketten of geen.
OPWaterAlsWater_ref ModelParameters/Wonen Welk water uit de ontwikkelpakketten meetelt als open water: alle pakketten (standaard), NbS-pakketten of geen.
P_rest Templates/Suitabilities/Woningwaarde_perWoningType_zonderGroen_T Hedonische woningprijs zonder de natuur/water-termen, per WP4 per cel.
Nieuwbouwprijs …/Suitability/src/Wonen/Impl/Woningwaarde_perOP/<OP>/Prijs_perWoning_zWeging Prijs van de gealloceerde OP-woning; bevat de basisjaar-termen, die er in de indicator worden uitgedeeld.

Rekenvoorbeeld

Rijtjeswoning met P_rest = € 400.000, β_natuur = 0,43. In de omgeving (schijf 0 tot 2,5 km) wordt 15 % van het areaal omgezet van landbouw naar riviernatuur (fr_natuur 0,05 → 0,20), water ongewijzigd:

  • P_basis = 400.000 · exp(0,43 · 0,05) = € 408.700
  • P_zicht = 400.000 · exp(0,43 · 0,20) = € 435.900
  • dWaarde ≈ + € 27.200 per woning.

De per-woning bedragen worden per cel gesommeerd tot een euro-bedrag per cel.

Aannames en beperkingen

  • Prijsniveau-afhankelijk: de euro-waarde schaalt lineair mee met de volledige woningprijs. Fouten in het prijsniveau werken door in de euro’s; de relatieve opslag blijft correct.
  • Landbouw is de impliciete referentie: landbouw draagt zelf geen positieve premie, en de omzetting van landbouw naar natuur wordt gewaardeerd via de gestegen natuurfractie. Dat is conform de schatting, waarin landbouw-nabijheid geen geloofwaardige positieve prijsopslag bleek te dragen.
  • Stadsgroen als fractie zit niet in de schatting: die bleek buurtopbouw te meten in plaats van groenwaardering. Het groen van de ontwikkelpakketten telt wel mee, maar via de natuurfractie van de cel zelf en alleen voor de pakketten die OPGroenAlsNatuur_ref aanwijst, standaard de NbS-pakketten. Of de coefficient daarbij past is in #677 nagetrokken en niet uit de configuratie te beslissen. De hedonische definitie sluit bos en gras binnen bebouwd gebied uit (LGN-klassen 20, 22, 23 en 28) maar telt moeras, riet, moerasbos en natuurlijk beheerd grasland (41, 42, 43 en 45) wel mee, zonder voorbehoud over bebouwd gebied. Het antwoord hangt dus af van of LGN zo een wijk als bebouwd gebied zou begrenzen. Voor de NbS-pakketten pleit dat het landschappen met woningen erin zijn: NuanceerdLNLLaagVS heeft 8 procent bebouwd oppervlak, 4 tot 6 procent verharding, circa 61 procent groen en 35 procent water. Ertegen pleit dat de pakkettabel geen natuurtype kent, alleen boom, gras en struik. Gemeten stond er in 2040 in de variant NbSGenuanceerd 12 miljard van de waardeverandering van de bestaande voorraad op het pakketgroen, bijna een derde van het verschil met BAU; in BAU is het effect nul, want de zeef houdt NbS-pakketten daar buiten.
  • De waterfractie van de gewone ontwikkelpakketten is geen schatting. Ze is in alle 27 pakketten exact 0,40 van het onverharde deel, uitgeefbaar zowel als openbaar, dus groen en water zijn daar in een vaste verhouding 60 op 40 verdeeld. In Default_src.dms staat die naast de Bruin-fractie, die expliciet op nul staat omdat ze niet is ingeschat. De 26 NbS-pakketten lopen wel uiteen, van 0,00 tot 0,69, en zijn dus wel ontworpen. Het gevolg is dat een superstedelijk pakket 8 procent van zijn private buitenruimte als open water geboekt krijgt en een dorps-landelijk pakket 36 procent, en dat die getallen door de watercoefficient gaan. Gemeten in 2040 gaat het om 3,27 miljard in BAU, dat volledig uit die vaste verhouding komt. Met OPWaterAlsWater_ref op NbS telt alleen ontworpen water mee; de schone oplossing is een ingeschatte waterfractie voor de gewone pakketten. Zie #677.
  • Zout water telt mee als water: aan de kust mengt de waterfractie zee- en binnenwater; de coëfficiënt is een gemiddelde over beide.
  • Buiten de LGN-dekking is het model blind: natuur of water dat daar wordt neergelegd telt niet mee, want teller en noemer moeten hetzelfde masker houden (#702). Dat is nu een paar hectare in de grensstrook en dus verwaarloosbaar, maar het is wel de aanname die springt zodra er landoppervlak voorbij het masker van 2024 bij komt.
  • Vintage-meetfout: de fracties zijn voor de hele transactieperiode 2000–2023 op LGN2024 gemeten. Natuur en water zijn persistent, maar rond uitbreidingswijken kan de landbouw/natuur-omgeving van vroege transacties afwijken.
  • Definitie-synchronisatie: de fractiedefinities (klassen, stralen, kernels, randcorrectie) moeten identiek blijven tussen schatting (PriceIndices) en toepassing (RSopen); anders zijn de coëfficiënten niet overdraagbaar. Ook de LGN-klassenvolgorde moet synchroon blijven (de _m25.tif bevat klasse-indices).
  • Hedonisch = correlationeel: de betalingsbereidheid is geschat op historische transacties; aanname is dat die overdraagbaar is naar de zichtjaar-situatie.

Literatuur

  • PBL (2023), Bomen en woningprijzen (5083): boomkroon/groen/park-premies op 50/500/100 m.
  • Daams, Sijtsma & Van der Vlist (2016), The Effect of Natural Space on Nearby Property Prices, Land Economics 92(3): natuur werkt tot ~7 km door.
  • Crompton (2001), The Impact of Parks on Property Values: proximate principle.
  • Luttik (2000), The value of trees, water and open space as reflected by house prices in the Netherlands, Landscape and Urban Planning: waterpremies +8 tot 10%.
  • Panduro & Veie (2013), Classification and valuation of urban green spaces, Landscape and Urban Planning: uitsplitsing groentypen.

Configuratie

  • Indicator: /Indicatoren/<casus>/Zichtjaren/<jaar>/WaardeNabijheidGroen (cfg/main/Templates/Indicatoren.dms).
  • Fracties basisjaar: cfg/main/SourceData/Grondgebruik/LGN.dms (Groenfracties); natuurdefinitie in cfg/main/Classifications/Grondgebruik.dms (IsNatuur_hedonisch/IsWater_hedonisch).
  • Prijs zonder natuur/water: cfg/main/Templates/Suitabilities/Woningwaarde_perWoningType_zonderGroen.dms.
  • Coëfficiënten: BaseData/Suitabilities/Wonen/PrijsIndex/ReadCoefficients_WP4/<WP4>/Result/{fr_natuur_tot2500m, fr_water_500m}; schatting in de PriceIndices-repo (spec rs_groen, zie R-pipeline en Spatial variabelen aldaar).
  • Export-tifs: WaardeVeranderingDoorGroenVerandering_{BestaandeWoningen,NieuwbouwWoningen,Woningen}_…, elk met een _NCW-tegenhanger. De nieuwbouwkaart heette tot #678 WaardeDoorGroenNabij_NieuwbouwWoningen_…; oudere tifs onder die naam bevatten een niveau en zijn niet vergelijkbaar met de huidige.