Plancapaciteit

De ruimtelijke plannen of plancapaciteit geven de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen van gemeenten, provincies en het Rijk weer. Het betreft ruimtelijk expliciete plannen die al dan niet openbaar beschikbaar zijn. Deze worden door het PBL geïnventariseerd en verwerkt in de PlanCapaciteit-repository.

Binnen deze repository worden alle plannen op verschillende schaalniveaus ingelezen en samengebracht. Op basis van expert judgement worden ze vervolgens gecategoriseerd als harde of zachte plannen. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt tussen plannen voor wonen en werken. De plannen voor werken worden verder uitgesplitst naar locaties die voornamelijk bestemd zijn voor kantoren, industrieterreinen (hogere milieucategorieën) of algemene bedrijfslocaties.

Hoewel plannen als hard óf zacht worden geclassificeerd, kunnen de bestemmingen voor werkfuncties elkaar deels overlappen. In de systematiek wordt aangenomen dat op industrieterreinen uitsluitend nijverheid en logistiek voorkomen, op kantoorlocaties alle functies behalve nijverheid en logistiek, en op algemene bedrijfslocaties alle functies behalve industrie. Deze indeling is gebaseerd op de mate van mengbaarheid met andere functies en de toegestane maximale milieucategorie. In het model staat ze als drie KanOp-vlaggen per Jobs6-subsector in Classifications/Actor.dms (KanOpIndustrieterrein, KanOpKantoor, KanOpAlgemeneBedrijfslocatie).

Doorwerking in het model

Plancapaciteit werkt op twee plekken door:

  1. In de zeef: locaties met plannen voor de betreffende subsector zijn vrijgesteld van de restricties die alleen buiten plancapaciteit gelden. Deze vrijstelling was altijd al per subsector KanOp-gefilterd, respecteert de schakelaars HardePlannenGeldigInZeef en ZachtePlannenGeldigInZeef (sinds augustus 2026 ook in de zichtjaarzeef) en vervalt in zichtjaren na ModelParameters/Advanced/PlancapaciteitGeldigTotEnMet, omdat plannen een beperkte looptijd hebben.

    Die vervaldatum raakte tot #682 maar een klein deel van de zeef. De inhoudelijke restricties staan in de basisjaarzeef, en die wordt eenmaal per variant opgebouwd en kan het zichtjaar dus niet kennen; de vervaldatum werkte alleen op twee vlaggen in de zichtjaarzeef, die daar sinds #670 nog maar een enkele toets voeden. Sindsdien levert de basisjaarzeef twee uitkomsten, met en zonder planvrijstelling, en kiest de zichtjaarzeef er per zichtjaar een van.

  2. In de tredes: locaties binnen harde of zachte plannen krijgen voorrang in de allocatie. Sinds augustus 2026 is ook deze trede-voorrang per subsector KanOp-gefilterd; daarvoor gold de unie van de drie werklocatietypen en kreeg bijvoorbeeld nijverheid ook voorrang op harde kantoorplannen. Sinds #739 kent de trede-voorrang dezelfde vervaldatum als de vrijstelling in de zeef, achter ModelParameters/Advanced/TredeVolgtPlancapaciteitVervaldatum. De tredes worden zichtjaaronafhankelijk opgebouwd, dus staan er varianten met en zonder plancapaciteit klaar en kiest de allocatie er per zichtjaar een van.

    Die tweede plek weegt zwaarder dan de eerste. De plancapaciteit-as staat vooraan in de combine die de ladder opbouwt en is daarmee het zwaarste cijfer, en de allocatie ordent strikt lexicografisch: een cel in een hogere trede gaat altijd voor op elke cel in een lagere trede, ongeacht de geschiktheid. Bij nijverheid en logistiek is plancapaciteit zelfs de enige inhoudelijke as van de ladder.