Verharding

Deze indicator geeft de verhardingsgraad per cel: de fractie van het celoppervlak die verhard is (gebouwen + bestrating/overig verhard), tussen 0 en 1. De verharding bepaalt mede hoeveel hemelwater niet kan infiltreren en is daarmee een belangrijke invoer voor o.a. piekbuiberging in bebouwd gebied en hittestress.

Rekenwijze per sector

De verharding wordt bepaald op het 25 m-grid en verschilt per sector waar (her)ontwikkeling heeft plaatsgevonden.

Wonen

Twee gevallen, afhankelijk van of de woningen via een ontwikkelpakket (OP) zijn gealloceerd of als waargenomen BAG-/bestaande voorraad in de cel staan:

  • Gealloceerde nieuwbouw (OP bekend): verharding = gebouwvoetafdruk + verhard buitenterrein van het ontwikkelpakket:
    Verhard_NB = OP_Buurt/Terreinoppervlakte/Totaal/GebouwVoetafdrukPlusVerhard[OP_rel] · NrHaPerCell
    
  • BAG-nieuwbouw / bestaande voorraad (geen OP-typologie): verharding op basis van de werkelijke pandfootprint plus een default-verhardingsfractie van de rest van de cel:
    Verhard = pandfootprint + (celoppervlak − pandfootprint) · FractieVerhard
    

De default-verhardingsfractie is min(ModelParameters/Wonen/DefaultVerharding · VariantParameters/VariantK/VerhardingTovDefault, 1).

Het onderscheid tussen beide gevallen loopt via de vlag IsBAGnieuwbouwWonen (los van OP_rel), zodat BAG-nieuwbouwcellen hun op de werkelijke footprint gebaseerde verharding houden, ook nu die cellen sinds issue #550 wel een (gematchte) OP_rel hebben. Zie BAG nieuwbouw in details.

Werken en verblijfsrecreatie

Voor deze sectoren wordt de pandfootprint aangevuld met een sectorspecifieke verhardingsfractie van het resterende terrein:

Verhard = pandfootprint_sector + (celoppervlak − pandfootprint_sector) · FractieVerhard_sector

begrensd op het celoppervlak. De fracties komen uit VariantParameters/FractiesGroenIn{Werken,Verblijfsrecreatie}. Naast de per-cel verharding worden een landelijk gemiddelde en gemiddelden per regio berekend. Op welke indeling die regionale gemiddelden optellen is een instelling die voor alle indicatoren tegelijk geldt, ModelParameters/Advanced/IndicatorRegio_ref, met als keuzen heel Nederland, provincie, COROP, gemeente, NVM-regio en landschapsregio.

Niet-(her)ontwikkelde cellen

Waar in het zichtjaar geen wonen, werken of verblijfsrecreatie is gealloceerd, volgt de verharding uit het landgebruik. Per LU_ModelType is in het basisjaar een gemiddelde verhardingsgraad per NVM-regio bepaald (Mean_PerRegion_Basisjaar), en dat gemiddelde is de referentiewaarde voor een cel die naar dat type wisselt (Verharding_PerModelType).

Er zijn drie gevallen, en de richting van het effect volgt in alle drie het mechanisme.

  • De bebouwing wijkt, dus de cel ligt in een van de sloopmaskers. De uitkomst is het minimum van de basisjaarverharding en het gemiddelde van het type dat de cel in dit zichtjaar heeft. Uitkoop en sloop nemen verharding weg en leggen er niets voor terug, dus langs deze tak kan de waarde alleen omlaag. Of het landgebruikstype meeverandert doet niet ter zake.
  • De bebouwing blijft staan en de cel wisselt van type. De uitkomst is het maximum van de basisjaarverharding en de waarde die het nieuwe type toestaat. Alleen typen met de vlag IsVerhard mogen langs deze weg een verhardingsgraad krijgen; voor de overige typen is de toegestane waarde nul, zodat de cel haar eigen waarde houdt. Verstedelijking legt verharding aan, dus langs deze tak kan de waarde alleen omhoog.
  • De bebouwing blijft staan en het type ook. De cel houdt haar eigen waargenomen basisjaarverharding.

Of de bebouwing wijkt komt uit dezelfde drie sloopmaskers waarmee de uitkoop- en sloopkosten worden geteld: opgelegde nieuwe natuur, de sloopkaarten van de landschapsleveringen, en gealloceerde waterberging in het veen. Zie uitkoop en sloopkosten.

Het gemiddelde van het type is in de eerste tak een plafond en geen vervanging. Dat onderscheid is gemeten in issue #697: als vervanging stijgt de landelijke verharding juist, want de tak raakt vooral open land dat natuur wordt, en het gemiddelde van de bestaande natuur ligt hoger dan een kale akker of een veenweide. Nieuwe natuur op een akker krijgt niet vanzelf de parkeerplaatsen en bezoekerscentra van de bestaande natuurgebieden.

Dat de sloop voorgaat op de typewisseling is de laatste stap van #697, gezet nadat Deltares had bevestigd dat ook sloop zonder oplegging verharding hoort weg te nemen. Twee soorten cellen komen daarmee binnen: het bouwregime van het landschapstype dat sloopt zonder dat er iets voor in de plaats komt, en een oplegging die uitkomt op het type dat er al lag, bijvoorbeeld nieuwe natuur binnen een bestaand natuurgebied. Gemeten op 28 augustus 2026, zichtjaar 2040, met de stand uit de ontkoppelde bestanden: het landelijk verharde oppervlak daalt met 3.469 ha in WLO_hoog_BAU, van 503.638 naar 500.170, en met 5.942 ha in WLO_hoog_NbSGenuanceerd, van 498.041 naar 492.099. Dat is 0,7 respectievelijk 1,2 procent.

De twee casussen komen daar langs verschillende routes. In BAU is er geen sloop door het bouwregime, dus vrijwel de hele daling komt van oplegging op een type dat al natuur was. In NbSGenuanceerd komt 5.197 van de 5.942 ha juist wel van het bouwregime. Van de 83.932 ha zonder typewisseling in BAU levert 27.555 ha daadwerkelijk verharding in, van de 176.446 ha in NbSGenuanceerd 38.577 ha; op de rest lag het plafond al boven de waargenomen waarde, zodat er niets te winnen viel.

De totalen in deze twee alinea’s zijn niet vergelijkbaar met de meting van 27 augustus die hierboven wordt aangehaald. Het sloopmasker van WLO_hoog_NbSGenuanceerd is sindsdien met ongeveer 24.000 ha gekrompen door het nieuwe sloopgebied bij de rivieren, wat het landelijke totaal met ruim 200 ha verschuift.

Samenstelling van het eindresultaat

Per cel wordt het eerste passende geval gekozen:

Result = switch(
    Wonen gealloceerd              -> Wonen/Verharding,
    Werken gealloceerd             -> Werken/Verharding,
    Verblijfsrecreatie gealloceerd -> Verblijfsrecreatie/Verharding,
    anders                         -> verharding op basis van landgebruik(sverandering)
)

De uitkomst is een fractie (0-1) per cel en wordt als tif weggeschreven (Verharding_<jaar>_fractie_<studyarea>.tif).

Aannames en beperkingen

  • Default- vs OP-verharding: gealloceerde nieuwbouw gebruikt de stedenbouwkundige verharding van het ontwikkelpakket; bestaande/BAG-voorraad gebruikt de werkelijke pandfootprint plus een grove default-fractie.
  • Variant-afhankelijk: de default-verhardingsfractie schaalt met VerhardingTovDefault per variant (bv. klimaatadaptieve varianten met minder verharding).
  • Halfverharding/wadi’s (blauwe/groene maatregelen) zitten niet in deze fractie zelf; die worden in de indicator piekbuiberging in bebouwd gebied verrekend.
  • Landgebruiksgemiddelden voor onbebouwde en onveranderde cellen zijn basisjaargemiddelden per NVM-regio per landgebruikstype. De regionale gemiddelden die de indicator daarnaast levert horen bij werken en verblijfsrecreatie, volgen de instelling IndicatorRegio_ref en spelen in deze route geen rol. De NVM-indeling van de landgebruiksgemiddelden staat daar los van en verandert niet mee.
  • Waterberging heeft in het basisjaar geen cellen, dus het gemiddelde van dat type is nul. Een cel die voor waterberging in het veen wordt geleegd komt daarmee op nul verharding uit. Het getal volgt dus uit een leeg type en niet uit een aparte keuze, maar het is wel de bedoelde uitkomst: Deltares heeft in #697 bevestigd dat het om zachte bodems gaat en niet om verharde bassins.
  • Waar sloop en typewisseling samenvallen wint de sloop, ook als het nieuwe type meer verharding zou toestaan dan er stond. Dat is met opzet zo: het model legt op zo’n cel niets nieuws aan, het maakt haar leeg.

Configuratie

  • Indicator: /Indicatoren/<casus>/Zichtjaren/<jaar>/Verharding (cfg/main/Templates/Indicatoren/Verharding.dms).
  • Parameters: ModelParameters/Wonen/DefaultVerharding, VariantParameters/VariantK/VerhardingTovDefault, VariantParameters/FractiesGroenIn{Werken,Verblijfsrecreatie}.
  • Export-tif: Verharding_<jaar>_fractie_<studyarea>.tif.