Piekbuiberging
Deze indicator zet de bergingsopgave bij hevige neerslag in bestaand bebouwd gebied af tegen de blauw-groene bergingscapaciteit die in het zichtjaar beschikbaar komt. Hij wordt per casus en per zichtjaar berekend, gerapporteerd op een grid van blokken (de blokmaat is een parameter, in de NL2120-toepassing 500 meter) en geaggregeerd naar de indicatorregio en voor heel Nederland.
Let op: dit is de indicator die de stedelijke bergingsopgave en de gerealiseerde retentie boekhoudt. Niet te verwarren met de sector waterberging, de landgebruiksklasse die per waterbergingsregio wordt gealloceerd om het veen nat te houden. Die staat beschreven in Uitwerking waterberging.
Plaats in de boom
De indicator hangt onder elke casus en elk zichtjaar:
/Indicatoren/<casus>/Zichtjaren/<jaar>/Piekbuiberging
De definitie erft van het basisjaar (container Piekbuiberging := Basisjaar/Piekbuiberging, cfg/main/Templates/Indicatoren/Piekbuiberging.dms) en voegt via #include<Aanbod.dms> het zichtjaar-aanbod toe. De opgave wordt op het AdminDomain van 25 meter bepaald en daarna gesommeerd naar het rapportagegrid op de blokmaat Grid_ref (Geography/rdc_500m bij 500 meter).
Opgave
De opgave is de bergingsopgave bij een hevige neerslaggebeurtenis. Hij wordt eenmalig in het basisjaar bepaald (Basisjaar/Piekbuiberging in cfg/main/Templates/Indicatoren_T/Basisjaar.dms) en per zichtjaar overgenomen:
Opgave = WaterdiepteBijHevigeNeerslag x NrMeter2PerCell x BestaandBebouwdGebied
De waterdieptekaart komt van Deltares en staat in SourceData/Water. Welke kaart de opgave levert bepaalt Kans_ref in ModelParameters/Piekbuiberging: op 1000 rekent de indicator met WaterdiepteBijHevigeNeerslag_T1000, op 100 met de T100-kaart. Beide zijn rasters van 25 meter, de T100-kaart uit de levering van december 2025 en de T1000-kaart uit die van januari 2026. Bij een zwaardere bui staat er meer water, dus de keuze verzet de opgave: over bebouwd gebied geeft de T100-kaart 347,3 mln m3 en de T1000-kaart 497,0, en de ingevulde fractie is bij de zwaardere bui navenant kleiner. In de NL2120-toepassing staat Kans_ref op 1000.
Wat de bronkaart voorstelt
Beide kaarten komen uit de reeks waterdiepte bij kortdurende hevige neerslag van de Klimaateffectatlas. Die reeks is doorgerekend voor drie bui-intensiteiten, 35, 70 en 140 mm in twee uur, met herhalingstijden van ongeveer 10, 100 en 1000 jaar. De T100-kaart hoort bij 70 mm in twee uur, de T1000-kaart bij 140 mm.
Vier aannames uit de bijsluiter bepalen wat de kaart wel en niet vertelt, en ze komen alle vier verderop op deze pagina terug.
- Riool. De bergings- en afvoercapaciteit is 20 mm per uur, dus over de twee bui-uren verdwijnt tot 40 mm voordat er iets blijft staan. Aangenomen is daarbij dat de verharde buitenruimte in de bebouwde kom optimaal op het riool is aangesloten.
- Simulatieduur. De kaart geeft de maximaal opgetreden waterdiepte over een bui van twee uur plus vier droge uren. Het maximum treedt per cel op een eigen moment op.
- Oppervlaktewater. De interactie met het oppervlaktewatersysteem is verwaarloosd en oppervlaktewater heeft een onbeperkte bergingscapaciteit. Dat is aan de kaart te zien: cellen die binnen bebouwd gebied voor minstens 99 procent uit water bestaan staan gemiddeld op 2,4 mm.
- Hoogtemodel. AHN2, ingemeten tussen 2007 en 2012, met de expliciete kanttekening dat de kaart niet bruikbaar is voor bebouwing van na 2012. Van de begrenzing bebouwd gebied van 2022 was 56.813 ha in 2012 nog geen bebouwd gebied, 12,3 procent van het oppervlak en 9,3 procent van de opgave.
Beide kaarten zijn aan twee kanten afgekapt; de getallen hieronder gelden voor de T1000-kaart binnen de begrenzing van 2022. Onderaan op 0,05 m, de klassegrens waaronder de Klimaateffectatlas een locatie als droog toont: er is geen enkele cel met een waarde tussen 0 en 0,05 m, en binnen bebouwd gebied staan 791.483 cellen op exact 0,05 m, samen 24,7 van de 497,0 mln m3. Bovenaan op precies 0,30 m: 63.986 cellen binnen bebouwd gebied, samen 12,0 mln m3, dus de diepe plekken zijn afgesneden. Daartussen is de kaart continu en niet in klassen geleverd, ruim vijftien miljoen unieke waarden. Wat er onder de ondergrens is gebeurd, op nul zetten of ophogen naar 0,05, is uit het raster niet te zien; die vraag ligt bij Deltares.
Is de opgave een gelijktijdig volume
Niet per cel, en dat is een eigenschap van de bronkaart en niet van RSopen. Een optelling van celmaxima is geen volume dat ergens tegelijk op straat staat.
Er is wel een plafond om het totaal aan af te meten. De maaiveldberging van een gebied piekt aan het einde van de bui: daarna is er geen bron meer en zijn er twee putten, riool en bodem. Het grootste gelijktijdige volume is dus de neerslag min wat riool en bodem in die twee uur hebben weggenomen, ongeacht waar het water staat.
De 497,0 mln m3 komt over de 460.880 ha bebouwd gebied neer op een gebiedsgemiddelde waterschijf van 107,8 mm. Bij 140 mm bruto en een riool van 20 mm per uur over het hele oppervlak is het plafond 100 mm en ligt de opgave er 7,8 procent boven. Werkt die 20 mm per uur alleen op het aangesloten verharde deel, dat binnen bebouwd gebied 54,4 procent van het oppervlak is, dan is het plafond 118 mm en zit de opgave er comfortabel onder. De bijsluiter laat beide lezingen toe; welke de goede is, is een vraag aan Deltares. De verhouding tussen de som van celmaxima en het werkelijke gelijktijdige volume ligt daarmee tussen ongeveer 1,0 en 1,5, met de rioollezing en de infiltratiecapaciteit als de twee onbekenden. Als landelijke bergingsopgave is het getal dus bruikbaar, met die marge erbij.
Lokaal is het effect groter. Over de 125 blokken van 2 km die voor minstens 95 procent uit bebouwd gebied bestaan is het gemiddelde 113,9 mm, de mediaan 113,8 en het maximum 161,9 mm. Dat maximum ligt boven de bruto neerslag, en zo’n blok is voor een bui van twee uur bijna gesloten, dus instroom van buiten kan de verklaring niet zijn. De niet-gelijktijdigheid is dus reëel en zit vooral in de ruimtelijke verdeling. Zie Aanbod boven de blokopgave.
Het masker BestaandBebouwdGebied is de eigen begrenzing bebouwd gebied (BaseData/Omgeving/UrbanContour), met het peiljaar uit ModelParameters/BegrenzingBebouwdGebied_jaar. Dat zijn vlakken op volle resolutie, dus dorpen en dorpsranden vallen erbinnen en verspreide bebouwing erbuiten. Buiten die begrenzing is de opgave nul. Datzelfde masker geldt ook voor het aanbod, zodat opgave en aanbod op hetzelfde gebied slaan; zie De maskering van het aanbod.
In het basisjaar geldt Restopgave = Opgave. Dat is een bewuste aanname: eventueel al aanwezige bergingscapaciteit telt als verbruikt, en alles wat de indicator in een zichtjaar aan aanbod optelt komt daar bovenop.
Aanbod
Het aanbod is de extra bergingscapaciteit in m3 die door blauw-groene maatregelen in het zichtjaar beschikbaar komt (Aanbod.dms). Het wordt per cel van 25 meter bepaald en gesplitst naar cellen waar de allocatie wel of niet heeft toegeslagen:
Aanbod/Totaal = WaarAllocatieHeeftPlaatsgevonden/Totaal + WaarGeenAllocatieHeeftPlaatsgevonden/Totaal
De scheidslijn is Stand/Sector_rel. Die is gevuld zodra de allocatie de cel na het basisjaar heeft aangeraakt, dus de tweede tak gaat over alles wat onaangeroerd is gebleven.
Maatregelen en bergingscapaciteit
Elke maatregel is een oppervlak maal een fractie maal een bergingscapaciteit in m3 per m2. Die capaciteiten staan in Classifications/WaterretentieK, met als bron de tabellen aanleg- en beheerkosten van Deltares en de kengetallen van team Stad van Deltares.
| Maatregel | m3/m2 | Bij nieuwe ontwikkeling | In bestaand gebied |
|---|---|---|---|
| GroenDak | 0,01 | wonen, werken, verblijfsrecreatie, op het platte deel van het dak | ja, op het platte deel van de bestaande daken |
| BlauwDak | 0,10 | wonen, werken, verblijfsrecreatie, alleen op het platte deel van het dak | ja, alleen op het platte deel van de bestaande daken |
| GroenDakSchuin | 0,00 | het schuine deel van een groen dak | het schuine deel van een groen dak |
| Halfverharding | 0,05 | wonen, werken, verblijfsrecreatie | ja, via de BGT |
| Wadi | 0,30 | wonen, werken, verblijfsrecreatie | ja, via de BGT |
| HolleWeg | 0,10 | wonen, werken, verblijfsrecreatie, op het wijkwegdeel van de openbare verharding | ja, via de BGT |
| HalfverhardingWijkweg | 0,05 | nee, daar dekt Halfverharding de hele openbare verharding | ja, via de BGT |
| HalfverhardingWoonerf | 0,05 | nee, idem | ja, via de BGT |
| HalfverhardingInrit | 0,05 | nee, idem | ja, via de BGT |
| DoorlatendGroen | 0,05 | alleen wonen, alleen op hoge gronden | ingebouwd, bron nog leeg |
| BergingOpWater | 0,50 | alleen wonen | ingebouwd, bron nog leeg |
| Waterplein | 0,75 | nee | nee |
| InfiltratieveldMetOpslag | 0,80 | nee | nee |
| Infiltratiekratten | 0,40 | nee | nee |
De onderste drie staan in de klassificatie maar worden nergens toegepast: er is geen kaart die zegt waar ze liggen of kunnen liggen. Dat is precies wat de vlag HeeftBenodigdeVelddata regelt. De subset MetBenodigdeVelddata bevat de acht maatregelen die in bestaand gebied uit een oppervlaktekaart kunnen worden afgeleid, en de bestaand-gebied-tak loopt daaroverheen. De klassificatie draagt ook aanleg- en onderhoudskosten per m2. Daarmee rekent de indicator naast het aanbod de aanlegkosten en het jaarlijkse onderhoud van de maatregelen uit, over dezelfde oppervlakken en langs dezelfde twee takken (container Kosten in Piekbuiberging.dms); aanleg en onderhoud zijn verschillende grootheden en horen niet bij elkaar opgeteld te worden.
Naast WaterretentieK staat WaterretentieKOrg in de configuratie: de oorspronkelijke aanlevering van acht maatregelen, door Deltares geleverd voor het PBL-project Herijking klimaatrisico’s NAS (2025). Die wordt nergens gelezen.
Waarom de halfverharding in vier klassegroepen uiteenvalt
Halfverharding, HalfverhardingWijkweg, HalfverhardingWoonerf en HalfverhardingInrit dragen alle vier hetzelfde kental van 0,05 m3/m2. Ze staan los van elkaar omdat het aandeel dat werkelijk halfverhard wordt per variant kan verschillen per soort oppervlak, en dat aandeel is een variantparameter. De BGT-klassenkaart wordt weggeschreven voordat de variant bekend is, dus een aandeel per variant kan alleen als een eigen kaart met een eigen fractie. Welke BGT-klassen in welke groep vallen staat in Classifications/Grondgebruik/BGT.dms:
| Groep | BGT-klassen | Oppervlak landelijk |
|---|---|---|
| Halfverharding | fietspad, parkeervlak, voetgangersgebied, voetpad, de onbegroeide terreindelen met open of gesloten verharding en enkele functionele gebieden zoals sportterrein en begraafplaats | 383,6 mln m2 |
| HalfverhardingWijkweg | rijbaan lokale weg, OV-baan | 391,8 mln m2 |
| HalfverhardingWoonerf | woonerf | 2,3 mln m2 |
| HalfverhardingInrit | inrit | 22,6 mln m2 |
Twee dingen vallen daaraan op. De wijkweg is in oppervlak de grootste van de vier, en het woonerf is verwaarloosbaar: de BGT registreert het overgrote deel van wat in het spraakgebruik een woonerf is als rijbaan lokale weg. De rijbaan van een regionale weg valt in geen enkele groep en krijgt dus nooit een maatregel.
De wijkwegklassen staan ook in de kaart van de holle weg. Dat is bedoeld: een straat kan tegelijk een doorlatende verharding en een hol profiel hebben, en dan tellen de twee kentallen op tot 0,15 m3/m2 op het deel waar beide liggen. Team Stad van Deltares gaf voor de bestaande stad aan dat in de NbS-varianten alle wijkwegen halfverhard zijn en dat daarvan 30 procent hol is (#757); dat is alleen te lezen als twee lagen op hetzelfde oppervlak, want als verdeling zouden de twee percentages elkaar tegenspreken.
Platte en schuine daken
De indicator maakt onderscheid tussen het platte en het schuine deel van een dak. Team Stad van Deltares stelde dat een blauw dak alleen op een plat dak kan, in bestaande en nieuwe stad, en dat een groen dak op een schuin dak niets bergt (#746). Dat besluit is naar de letter doorgevoerd, met twee mechanismen. Het groene dak ligt op het hele dak en krijgt op het schuine deel het kental van de rij GroenDakSchuin in WaterretentieK, en dat is nul: het schuine deel wordt wel groen maar bergt niets. Het blauwe dak ligt alleen op het platte deel, dus de blauwe fractie per variant is een aandeel van de platte daken. In m3 komen beide vormen op hetzelfde neer; in m2 niet, en het aangelegde oppervlak per dakvorm blijft in de items zichtbaar.
De BAG kent geen dakvorm. De container ModelParameters/Piekbuiberging/Dakvorm draagt daarom een proxy op basis van het pandtype van het model: een meergezinspand (appartementen) en een werkpand gelden als plat, een eengezinspand en een verblijfsrecreatiepand als schuin. Dat is een aanname en geen zuivere boven- of ondergrens: onder appartementen en werkpanden zit schuin gedekte bebouwing, onder eengezinswoningen zitten bungalows en andere platte daken, en de pandtypering rekent een gesplitst pand met meer dan een woning tot de appartementen. De fracties staan als getal in die container (FractiePlatDak per WP2, FractiePlatDakWerken en FractiePlatDakVerblijfsrecreatie), zodat een betere bron, bijvoorbeeld het daktype per pand uit 3D BAG, alleen een getal verandert en geen code. In dezelfde container staan ook de blokmaat, de keuze van de dieptekaart, het eindjaar van het tijdprofiel en het wijkwegaandeel in de openbare verharding, zodat alle parameters van de indicator in de metadata van een levering verschijnen.
Waar het platte aandeel vandaan komt verschilt per tak. In bestaand gebied levert BaseData/StateBasisjaar/Wonen/Footprint_WP2 de woonfootprint per cel per woningtype, rechtstreeks uit de BAG-panden van het basisjaar via dezelfde toedelingsmatrix als de stand; de verhouding daarvan wordt op de standfootprint gezet, zodat het totale dak precies de stand blijft, en een controle toetst dat de twee delen samen op de stand uitkomen; de werkfootprint telt geheel als plat. In nieuwe ontwikkeling volgt het aandeel uit het woningtype van het ontwikkelpakket van de cel, en bij BAG-nieuwbouw uit de woningtelling van de cel; nieuwe werkpanden zijn plat, nieuwe verblijfsrecreatie schuin.
Waar (her)ontwikkeling heeft plaatsgevonden
Voor cellen waar wonen, werken of verblijfsrecreatie is gealloceerd wordt het aanbod uit het ontwikkelpakket afgeleid. Bij wonen telt het aanbod op uit zeven onderdelen:
- Groene en blauwe daken op het platte deel van de nieuwe panden, over de pandfootprint uit de stand, afgekapt op het celoppervlak. Het platte aandeel komt uit het woningtype van het ontwikkelpakket, zie Platte en schuine daken hierboven.
- Halfverharding op het verharde uitgeefbare terrein en, met een eigen fractie, op het verharde openbare terrein.
- De holle weg op het wijkwegdeel van het verharde openbare terrein. Het ontwikkelpakket kent geen rijbaan apart, dus welk deel van de openbare verharding rijbaan is staat als
AandeelWijkwegInOpenbareVerhardinginModelParameters/Piekbuiberging. De fractie inVariantKslaat daardoor op de wijkweg zelf, net als in bestaand gebied, en de twee zijn onderling vergelijkbaar. Op uitgeefbaar terrein komt geen holle weg, want daar ligt geen straat. - Wadi’s op het uitgeefbare en het openbare gras.
- Doorlatend groen op het deel van het gras dat geen wadi wordt, en op het overige groen, dus het niet-gras deel.
- Berging op het wateroppervlak van het ontwikkelpakket, via peilopzet.
De terreinaandelen komen uit het ontwikkelpakket van de cel (OP_Buurt/Terreinoppervlakte, uitgesplitst naar uitgeefbaar en openbaar en naar verhard, gras, overig groen en water). Voor gealloceerde BAG-nieuwbouw is er geen ontwikkelpakkettypologie om op te steunen en valt de berekening terug op de werkelijke pandfootprint plus de standaardaannames uit ModelParameters/Wonen: de helft van het restterrein is uitgeefbaar, tien procent daarvan is verhard en veertig procent van het groen is gras. BAG-nieuwbouwcellen worden herkend aan de vlag IsBAGnieuwbouwWonen (of aan een lege OP_rel), want ook een BAG-cel draagt een gematcht ontwikkelpakket (#550) en is aan OP_rel alleen dus niet te herkennen. Alle zeven termen volgen op zo’n cel dezelfde tak. In de BAG-tak zit geen water; dat is een aanname en geen meting, en de vraag of standaardnieuwbouw water hoort te krijgen ligt bij Deltares (#741).
De optelling van de zeven termen
De zeven maatregelen worden elk met MakeDefined opgeteld en niet als kale som. Dat is geen stijlkwestie. Een float-null propageert door een optelling heen, dus een enkele ontbrekende term zou het hele celtotaal null maken, waarna een MakeDefined een laag hoger er stil nul van maakt; zo’n cel zou dan niets leveren, ook niet de zes termen die er wel staan. Met een MakeDefined per term betekent een ontbrekende term alleen dat die maatregel daar nul oplevert, wat op elk van de zeven de bedoelde uitleg is. De diagnose-uitdraai telt de cellen met een ontbrekende term als nb_cellen_termnull, zodat een toename opvalt.
Twee begrenzingen zitten in de wonen-tak zelf. Doorlatend groen telt alleen op de hoge gronden (NbSOPToepassingsgebied/Hoog_NL, de pleistocene helft van de Basiskaart Natuurlijk Systeem Nederland, zie Beschikbaarheid onder Hoge en lage gronden), want infiltreren in de laaggelegen delen levert geen berging op. En de fractie doorlatend groen wordt begrensd op wat er na de wadi-fractie overblijft, zodat hetzelfde gras niet twee keer wordt ingezet.
Werken en verblijfsrecreatie lopen via een gedeeld sjabloon (WerkenEnVerblijfsrecreatie) en kennen vijf containers: groene en blauwe daken, halfverharding op uitgeefbaar verhard terrein, halfverharding en de holle weg op openbaar verhard terrein (de holle weg op het wijkwegdeel ervan), en wadi’s op uitgeefbaar en op openbaar gras. Geen doorlatend groen en geen berging op water. Ook hier ligt het blauwe dak alleen op het platte deel, en dat is bij een werkpand onder de dakvormproxy het hele dak; een verblijfsrecreatiepand geldt als schuin. Zij hebben geen ontwikkelpakketten, dus de terreinaandelen komen uit VariantParameters/FractiesGroenInWerken en FractiesGroenInVerblijfsrecreatie. Verblijfsrecreatie telt alleen mee wanneer die sector in ModelParameters/SectorAllocRegio actief is; staat hij uit, dan valt de term uit de som.
Waar geen (her)ontwikkeling heeft plaatsgevonden
Voor de overige cellen zijn er twee termen.
Groene en blauwe daken op de bestaande bebouwing: het platte deel van het dakoppervlak maal FractieGroenDakBestaandeBouwIn2050 en FractieBlauwDakBestaandeBouwIn2050 maal de bergingscapaciteit van een groen respectievelijk blauw dak; het schuine deel bergt niets, zie Platte en schuine daken hierboven. Het dakoppervlak is de som van de pandfootprint van wonen en werken in het basisjaar. De footprint van verblijfsrecreatie telt daar niet bovenop, ook al bestaat die uit echte panden. Logiespanden vallen via vbo_gebruiksdoel_plus_ref onder de Jobs6-subsector Ov_consumentendiensten en zitten daarmee al in de werken-footprint; erbij optellen zou dubbele daken geven in cellen met logies. Wonen plus werken dekt zo de hele BAG-pandfootprint, op de restcategorie overige gebruiksfunctie na.
Beide termen dragen een tijdprofiel. De fracties dragen 2050 in hun naam: het aanbod in bestaand gebied loopt lineair op van nul in het basisjaar naar de volle fractie in OpbouwEindjaar (ModelParameters/Piekbuiberging, het jaar uit de naam van de fracties) en blijft daarna vlak, op verzoek van Deltares (#746). Zonder dat profiel zou de volle fractie al in het eerste zichtjaar gelden en zou de dekkingsgraad in bestaand gebied een vlakke lijn zijn. Met zichtjaren in stappen van tien jaar raakt het profiel alleen de zichtjaren voor het eindjaar; in de NL2120-toepassing, met basisjaar 2023 en eindjaar 2050, is dat alleen 2040, met factor 17/27. Nieuwe ontwikkeling heeft dit profiel niet nodig, want die komt mee met de allocatie.
Maatregelen op overig terrein: voor elk van de acht maatregelen met velddata levert de BGT een capaciteitskaart in m2 (SourceData/Grondgebruik/BGT), die maal de variantfractie, maal de tijdfactor en maal de bergingscapaciteit gaat. De zes kaarten voor halfverharding, wadi, holle weg, wijkweg, woonerf en inrit worden op 2,5 meter uit de BGT-vlakken afgeleid en naar 25 meter opgeteld. Ze worden weggeschreven door WriteBaseData/Impl/WaterbergingCapaciteit, onder Generate_Run4_IndicatorenData. Ontbreken ze, dan meldt de keten per kaart een leesfout zonder dat de run omvalt, en komt het aanbod te laag uit. De kaarten voor doorlatend groen en berging op water staan op nul, in afwachting van de invoer voor de bestaande stad; die twee maatregelen werken daardoor alleen in nieuwe ontwikkeling, en hun variantfracties voor bestaand gebied zijn zonder effect.
Fracties per variant
Welk deel van elk oppervlak daadwerkelijk als maatregel wordt uitgevoerd staat per variant in VariantParameters/VariantK. Welke varianten er zijn hoort bij de toepassing en niet bij het model; ter illustratie de waarden van de vier varianten uit Toepassing NL2120, waar BAU en BAU2 een terughoudende inschatting hanteren en de twee NbS-varianten een ambitieuze.
| Parameter | BAU | BAU2 | NbSGenuanceerder | NbSGenuanceerd |
|---|---|---|---|---|
FractieGroenDakNieuwbouw | 0,30 | 0,30 | 0,00 | 0,00 |
FractieBlauwDakNieuwbouw | 0,00 | 0,00 | 0,70 | 0,70 |
FractieHalfverhardingNieuwbouwUitgeefbaar | 0,10 | 0,10 | 0,30 | 0,30 |
FractieHalfverhardingNieuwbouwOpenbaar | 0,00 | 0,00 | 1,00 | 1,00 |
FractieHolleWegNieuwbouwWijkweg | 0,10 | 0,10 | 0,30 | 0,30 |
FractieWadiNieuwbouwUitgeefbaarGras | 0,05 | 0,05 | 0,30 | 0,30 |
FractieWadiNieuwbouwOpenbaarGras | 0,10 | 0,10 | 0,50 | 0,50 |
FractieDoorlatendGroenNieuwbouw | 0,00 | 0,00 | 1,00 | 1,00 |
FractieBergingOpWaterNieuwbouw | 0,00 | 0,00 | 1,00 | 1,00 |
FractieGroenDakBestaandeBouwIn2050 | 0,30 | 0,30 | 0,00 | 0,00 |
FractieBlauwDakBestaandeBouwIn2050 | 0,00 | 0,00 | 0,70 | 0,70 |
FractieWaterretentieCapaciteitHalfVerharding | 0,00 | 0,00 | 1,00 | 1,00 |
FractieWaterretentieCapaciteitHolleWeg | 0,10 | 0,10 | 0,30 | 0,30 |
FractieWaterretentieCapaciteitHalfverhardingWijkweg | 0,00 | 0,00 | 1,00 | 1,00 |
FractieWaterretentieCapaciteitHalfverhardingWoonerf | 0,00 | 0,00 | 1,00 | 1,00 |
FractieWaterretentieCapaciteitHalfverhardingInrit | 0,00 | 0,00 | 1,00 | 1,00 |
FractieWaterretentieCapaciteitWadi | 0,10 | 0,10 | 0,50 | 0,50 |
FractieWaterretentieCapaciteitDoorlatendGroen | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
FractieWaterretentieCapaciteitBergingOpWater | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
De bovenste negen gelden bij nieuwe ontwikkeling, de onderste tien in bestaand gebied. Groen en blauw dak wisselen elkaar af: in de NbS-varianten gaat het dak van groen naar blauw, en dat is een tienvoudige bergingscapaciteit per m2. De laatste twee regels horen bij de kaarten die op nul staan.
De waarden voor de halfverharding en voor de klassegroepen komen van team Stad van Deltares (#757) en zijn geen inschatting van het model: geen infiltratie in de BAU-varianten, en in beide NbS-varianten wordt alles wat halfverhard kan worden dat ook. Woonerf en inrit staan in beide NbS-varianten op 1,00: team Stad noemt ze samen, en de BGT kent geen achtertuinen, dus fijner dan de inrit is een tuin niet te lezen. De twee NbS-varianten dragen voor deze indicator dezelfde fracties; wat ze onderscheidt zit in de inrichting van hun ontwikkelpakketten en niet in deze tabel.
Wegstrepen per blok
Op het grid van de blokmaat worden opgave en aanbod tegen elkaar weggestreept.
| Attribuut | Formule | Betekenis |
|---|---|---|
Aanbod | aanbod in het blok, gemaskeerd op bestaand bebouwd gebied | de capaciteit die tegen de opgave mag worden weggestreept |
AanbodBuitenUrbanContour | AanbodOngemaskeerd min Aanbod | capaciteit buiten de begrenzing, telt niet mee |
AanbodOngemaskeerd | alle capaciteit in het blok | alleen als controlesom, de twee erboven tellen hiertoe op |
Restopgave | Opgave min Aanbod | resterende opgave, kan negatief zijn bij overcapaciteit |
Ongedekt | max(Restopgave, 0) | nog niet ingevulde opgave |
AanbodZonderOpgave | max(Aanbod min Opgave, 0) | aanbod dat in zijn blok geen opgave tegenkomt en dus uit de dekkingsgraad valt |
Gedekt | Opgave min Ongedekt | deel van de opgave dat is ingevuld, begrensd op de opgave |
Dekkingsgraad | Gedekt gedeeld door Opgave | fractie van de opgave die is ingevuld, 0 tot 1 |
Dekkingsgraad_Ongeklemd | min(Aanbod, Opgave) gedeeld door Opgave | dezelfde fractie zonder de klemming per blok, alleen op regio- en NL-niveau |
De maskering van het aanbod
Het aanbod draagt hetzelfde masker als de opgave. Zonder die maskering zou binnen een blok alles meetellen terwijl de opgave op celniveau op bestaand bebouwd gebied is gemaskeerd, en dan streept een uitleglocatie tegen de dorpsrand de plassen in de kern weg. Dat lek zou bovendien met de tijd groeien, want het model bouwt aan de stadsrand terwijl de begrenzing op het basisjaar bevroren staat. AanbodOngemaskeerd staat als controlesom naast Aanbod, dus wat de maskering weglaat is per run af te lezen als AanbodBuitenUrbanContour.
Ter illustratie een meting in de NL2120-toepassing, variant NbSGenuanceerd, zichtjaar 2120, met de aanbodkant in beide kolommen op dezelfde code, zodat alleen de maskering verschilt:
| zonder maskering | met maskering | |
|---|---|---|
| aanbod (mln m3) | 361,3 | 146,1 |
| aanbod buiten bebouwd gebied (mln m3) | niet geteld | 215,3 |
| gedekte opgave (mln m3) | 185,3 | 145,5 |
| dekkingsgraad | 37,3 procent | 29,3 procent |
Er hangt een gevolg aan dat bij het lezen van de kaart telt: nieuwbouw die net buiten de basisjaarbegrenzing landt is in het zichtjaar wel degelijk stad en bergt daar echt water, maar levert in deze indicator noch opgave noch aanbod. Dat is de prijs van symmetrie zolang de dieptekaart een basisjaargrootheid op AHN2 is. Een dieptekaart die met de stad meebeweegt zou dat oplossen; die is er niet.
En de post die eruit valt is niet nul waard. Bebouwd gebied is geen gesloten systeem: het is 13,7 procent van het land en de grens loopt dwars door stroomgebieden heen. Een deel van de plassen binnen de kom bestaat uit water dat van buiten kwam, naar schatting 7 tot 30 procent van de opgave, afhankelijk van dezelfde rioollezing en infiltratiecapaciteit als hierboven. Berging bovenstrooms van de kom zou dat echt verkleinen. De juiste variabele is dus niet binnen of buiten de bebouwde kom maar bovenstrooms of benedenstrooms, en die is er niet. Maskeren op de begrenzing heeft het teken goed en de geometrie fout: het gooit de nuttige bovenstroomse rand weg samen met de nutteloze benedenstroomse. Zonder maskering gebeurt het omgekeerde, en veel erger: dan krijgen beide soorten volledig krediet over de 500.851 ha niet-bebouwd gebied die in de blokken van 500 meter met opgave ligt.
Aanbod boven de blokopgave
Aanbod boven de opgave in hetzelfde blok vervalt. Het kan niet naar een naburig blok stromen, want er zit geen afstroming in het model. Met het aanbod op hetzelfde masker als de opgave is deze post klein: in het voorbeeld bij de blokmaat hieronder 0,777 mln m3, 0,5 procent van het aanbod. Zonder die maskering zou het bijna de helft van het aanbod zijn, en dat overschot bestaat dan vrijwel geheel uit aanbod buiten bebouwd gebied dat in een randblok tegen een kleine opgave aanloopt, en niet uit een echte overmaat aan berging op de plek van de opgave. Met de maskering ligt het aanbod vrijwel overal ruim onder de blokopgave. De post staat als AanbodZonderOpgave in de uitdraai, met de ongeklemde dekkingsgraad ernaast, zodat per run te zien is of dat zo blijft.
Wat de blokmaat doet met de uitkomst
Grid_ref heeft twee standen, 100m en 500m; Deltares koos 500 meter. Er is geen onderbouwing in de configuratie voor welke afstand de goede is. Ter illustratie een meting in de NL2120-toepassing, variant NbSGenuanceerd, zichtjaar 2120, met het aanbod op hetzelfde masker als de opgave:
| blokmaat | gedekt (mln m3) | aanbod zonder opgave (mln m3) | dekkingsgraad |
|---|---|---|---|
| 100 meter | 137,3 | 8,196 | 27,6 procent |
| 500 meter | 144,7 | 0,777 | 29,1 procent |
| geen klemming, heel Nederland | 145,5 | 0,0 | 29,3 procent |
De opgave (497,0 mln m3) en het aanbod (145,5 mln m3) zijn in alle drie de regels dezelfde getallen; alleen de afstand waarover ze elkaar mogen vinden verschilt. De hele spreiding is 1,7 procentpunt.
Zonder de maskering van het aanbod zou de blokmaat een veel grotere knop lijken, maar wat de blokmaat dan wegstreept is vooral aanbod buiten bebouwd gebied dat in een randblok tegen een kleine opgave aanloopt. Zodra opgave en aanbod op hetzelfde gebied slaan houdt de klemming nauwelijks nog iets tegen. De twee knoppen hangen ook meetbaar samen: in de blokken met opgave ligt op 500 meter 500.851 ha buiten de begrenzing en op 100 meter 89.742 ha.
Lees de dekkingsgraad als een uitkomst met een marge en niet als een puntgetal, en vergelijk varianten onderling in plaats van het niveau te citeren. De grootste marge zit niet in de blokmaat maar in de bronkaart, zie hierboven.
De hydrologische argumenten wijzen overigens naar 100 meter als werkmaat. Alle maatregelen die het model gebruikt werken aan de bron: op het dak, op het eigen terrein of in de eigen straat, met koppelafstanden van tientallen meters. De drie maatregelen met een wijkbereik, waterplein, infiltratieveld met opslag en infiltratiekratten, hebben HeeftBenodigdeVelddata op false en worden nergens toegepast. Daar komt bij dat het riool met 20 mm per uur al in de opgavekaart zit, dus transport over afstand is aan die kant al verrekend en een koppelafstand van 500 meter telt dat een tweede keer. Tegenover die argumenten staat de positionele onzekerheid van AHN2, en die raakt orde tien procent van de opgave. Omdat de keuze in het voorbeeld hierboven maar 1,7 procentpunt waard is, staat Grid_ref in de NL2120-toepassing op 500m.
Kaarten
Drie rasters gaan mee in de oplevering, alle op de blokmaat en niet op het AdminDomain van 25 meter:
Piekbuiberging_Ongedekt_m3_per500m, het deel van de opgave dat niet wordt gedekt.Piekbuiberging_Gedekt_m3_per500m, de keerzijde daarvan.Piekbuiberging_Dekkingsgraad_per500m, gedekt gedeeld door de opgave per blok; de ondergrens van de bandbreedte, want berging bedient hier alleen zijn eigen blok.
De blokmaat staat in de bestandsnaam, en dat is geen cosmetiek: vierhonderd cellen van de andere kaarten passen in een cel van deze drie, dus wie ze cel voor cel met de 25-meterkaarten combineert krijgt onzin.
Lees een blok niet als een uitspraak over een wijk. Een blok op nul betekent niet dat het daar droog blijft, maar dat er in dat blok ergens meer capaciteit dan opgave is geteld.
Per provincie en voor heel Nederland
PerRegio aggregeert het blokgrid naar de regio-indeling die ModelParameters/Advanced/IndicatorRegio_ref aanwijst, en PerNL telt het hele land op. Elk blok krijgt de meest voorkomende regio van de onderliggende cellen (modus) en geen eigen poly2grid op de regiogeometrie, zodat het blok dezelfde kaart volgt als de celaggregaties en ook een indeling zonder geometrie mee kan doen. Beide geven Opgave, Aanbod, AanbodBuitenUrbanContour, Restopgave, Ongedekt, AanbodZonderOpgave, Gedekt, Dekkingsgraad en Dekkingsgraad_Ongeklemd, en daarnaast de drie kostenposten Aanlegkosten, OnderhoudskostenPerJaar en Onderhoudskosten_NCW. Let op dat Dekkingsgraad per regio uit de opgetelde opgave en dekking wordt berekend en dus niet het gemiddelde is van de gridwaarden.
Aannames en beperkingen
- De opgave is een basisjaargrootheid. De waterdieptekaart en de begrenzing bebouwd gebied zijn die van het basisjaar en veranderen niet mee met het zichtjaar, dus stedelijke uitbreiding vergroot de opgave niet en verdichting binnen de begrenzing evenmin. Alleen het aanbod is dynamisch.
- Bestaande bergingscapaciteit telt als verbruikt. De indicator meet de verandering ten opzichte van het basisjaar en niet het absolute tekort.
- Opgave en aanbod worden pas per blok tegen elkaar weggestreept. Binnen een blok doet de ligging van maatregel en plas niet mee, en er is geen afstroming tussen blokken. Zie hierboven wat die keuze met de uitkomst doet.
- Het aanbod is een rekensom van oppervlakken maal fracties maal kentallen, geen hydrologische berekening. Er zit geen leegloop, geen verzadiging en geen buiverloop in.
- Een cel die aan de sector waterberging wordt toegewezen valt in geen van beide takken: hij telt niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling en ook niet als onaangeroerd bestaand gebied. In bebouwd gebied komt dat zelden voor, want de bergingsclaim landt in het veen.
- De dakvorm is een proxy op het pandtype en geen waarneming: onder appartementen en werkpanden zit ook schuin gedekte bebouwing, onder eengezinswoningen zitten ook platte daken. Een betere bron is het daktype per pand uit 3D BAG; die zit niet in de brondata.
- Doorlatend groen en berging op water zijn wel ingebouwd maar in bestaand gebied niet gevuld. Zolang die kaarten leeg zijn is het verschil tussen de varianten in bestaand gebied kleiner dan de parameters suggereren.
Configuratie
- Indicator:
/Indicatoren/<casus>/Zichtjaren/<jaar>/Piekbuiberging(cfg/main/Templates/Indicatoren/Piekbuiberging.dms, metPiekbuiberging/Aanbod.dmsenPiekbuiberging/Aanbod/WaarAllocatieHeeftPlaatsgevonden.dms). - Opgave-basis:
Basisjaar/Piekbuiberging(cfg/main/Templates/Indicatoren_T/Basisjaar.dms). De blokmaatGrid_ref, de dieptekaartKans_ref, het eindjaarOpbouwEindjaar, het wijkwegaandeel en de dakvormproxy staan incfg/main/ModelParameters/Piekbuiberging.dms. - Waterdieptekaarten:
SourceData/Water/WaterdiepteBijHevigeNeerslag_T100en_T1000(cfg/main/SourceData/Water.dms). - Maatregelen, bergingscapaciteit en kosten per m2:
Classifications/WaterretentieK(cfg/main/Classifications.dms). - Capaciteitskaarten bestaand gebied:
SourceData/Grondgebruik/BGT(cfg/main/SourceData/Grondgebruik/bgt.dms), weggeschreven doorWriteBaseData/Impl/WaterbergingCapaciteit. - Fracties per variant:
VariantParameters/VariantK(cfg/main/VariantParameters/VariantK.dms). - Export:
Piekbuiberging_Gedekt_m3_per500m,Piekbuiberging_Ongedekt_m3_per500menPiekbuiberging_Dekkingsgraad_per500mals raster, plus de kolommenPiekbuiberging_*in de indicatorentabellenIndicatoren_<indeling>.csvenNationaleIndicatoren.csv(Templates/Indicatoren_T/Export.dms). - Uitdraai voor de toets:
/Diagnose/Piekbuiberging/Dekkingschrijftpiekbuiberging_<casus>_<jaar>.txt, gelezen doorbatch/ToetsOplevering.ps1.
Zie ook Uitwerking waterberging voor de sector waterberging, Verharding voor de verhardingsgraad die mede bepaalt hoeveel hemelwater niet kan infiltreren, en Ontkoppelde bestanden voor de BGT-capaciteitskaarten die als tif worden weggeschreven en teruggelezen.
Verantwoording
De keuzes hierboven zijn gemaakt in de volgende issues; daar staat de afweging en de meting die eraan ten grondslag ligt.
- #364: de dakensom in bestaand gebied telt wonen plus werken, omdat logiespanden via de gebruiksdoelen al in de werken-footprint zitten.
- #550: BAG-nieuwbouwcellen dragen een gematcht ontwikkelpakket en worden aan een eigen vlag herkend.
- #698: het toepassingsgebied van doorlatend groen is de pleistocene helft van de Basiskaart Natuurlijk Systeem Nederland.
- #705: een blok krijgt de meest voorkomende regio van zijn cellen, zodat ook een indeling zonder geometrie meedoet.
- #720: de naam piekbuiberging tegenover de sector waterberging, de blokmaat in de bestandsnaam, de kaart van de gedekte opgave en de posten
AanbodZonderOpgaveenDekkingsgraad_Ongeklemd. - #741: het aanbod op hetzelfde masker als de opgave, de dieptekaart van 140 mm in twee uur, de optelling van de zeven termen elk met
MakeDefined, dezelfde tak voor alle zeven termen op BAG-nieuwbouw, en de vragen aan Deltares over het plafond van de opgave en over water op standaardnieuwbouw. - #746: platte en schuine daken met de dakvormproxy, het blauwe dak op nieuwe werkpanden, het tijdprofiel voor het aanbod in bestaand gebied en de parameters van de indicator bij elkaar in
ModelParameters/Piekbuiberging. - #757: de vier klassegroepen van de halfverharding, de holle weg in nieuwbouw met
AandeelWijkwegInOpenbareVerharding, de fracties van team Stad van Deltares en het wegschrijven van de capaciteitskaarten inWriteBaseData. - #798: de aanleg- en onderhoudskosten van de maatregelen als posten van de indicator, met de kostenkolommen in
WaterretentieK. - #801: het tijdprofiel in bestaand gebied vast ingebouwd, zonder schakelaar.