Landschapsregio’s

De landschapsteams leveren hun eigen begrenzingen aan, en die zijn voor de rapportage leidend (#760); zie eerst Landschapsgebieden. De indeling die hieronder wordt beschreven staat in de configuratie, maar is geen optie van de indicatorentabellen.

In het project NL2120 zetten vijf landschapsteams bouwstenen voor een nature based Nederland in 2120 op kaart. Deze indeling verdeelt Nederland over vijf landschapsregio’s die niet overlappen en samen heel Nederland afdekken, behalve de grote wateren, zodat de regio’s optellen tot het land; bij de aangeleverde gebieden kan dat niet. In RSOpen staat de indeling in SourceData/Landschap.dms als LandschapsRegio.

De gekozen kaart

De projectgroep heeft voorlopig gekozen voor een vereenvoudigingsstraal van 2.500 meter. Zo ziet de indeling er dan uit.

Landschapsregio's bij een vereenvoudigingsstraal van 2500 meter

Geel is kust, blauw rivieren, groen veen, bruin zand en grijs overig. Wit is groot water of buitenland en draagt geen regio. De keuze is voorlopig: de straal is een parameter, dus een andere waarde is een run en geen verbouwing.

Gebruik in RSOpen

De schakelaar die bepaalt op welke regio-indeling de indicatorentabel aggregeert, ModelParameters/Advanced/IndicatorRegio_ref, kent deze indeling niet; voor de landschappen biedt hij alleen de vier gebieden van Landschapsgebieden, omdat de teams hun eigen berekeningen op die grenzen hebben geaggregeerd. Zie Effectmodules en indicatoren.

Naast de tabel op de gekozen indeling schrijft elke run altijd NationaleIndicatoren, op heel Nederland en onafhankelijk van welke indeling gekozen is. Dat is een verzoek van de opdrachtgever bij deze indeling: de landelijke getallen moeten er hoe dan ook zijn.

De aangeleverd bouwstenen van de landschapsteams bepalen de grenzen

De regio’s worden begrensd door de gebieden die de teams zelf aanleveren, en niet door een fysische landschapskaart. Dat is een keuze van de opdrachtgever: een landschap is hier het gebied waarover een team iets zegt qua NbS bouwstenen (#705).

regio buitengrens ha
kust de drie kustleveringen, duinen, Wadden en Zuidwestelijke Delta 50.388
rivieren de ecotopenlevering plus de behouden dijken 88.480
veen de peilvakkenlaag van de veenlevering 519.783
zand de beekdal- en droogdallevering, aangevuld met vier hoofdklassen 1.621.050

Wat buiten alle vier valt is de regio overig. Die is daardoor de grootste van de vijf, en dat is een bewuste uitkomst. Het is vooral het kleigebied, plus het zandige land langs de kust waar geen team een ingreep heeft.

Waar twee gebieden elkaar raken geldt een volgorde: eerst kust, dan veen, dan zand, dan rivieren.

Twee van de vier begrenzingen kennen een alternatief, en dat staat als schakelaar in de RSOpen configuratie met de afweging in de Descr. Bij veen is dat de vraag of ook de laag zonder peilvak meetelt; die dekt de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug, hoge zandgrond zonder polderpeil, en hoort in deze indeling bij zand. Het gaat om 10.889 ha, 2,1 procent van het veengebied. Bij zand is het alternatief de grove landschapsomhullende van ruim 3 miljoen ha, die na kust en veen alles zou opslokken wat juist overig moet worden.

De vereenvoudiging

De leveringen zijn grillige polygonen, en bij zand zijn het zelfs tienduizenden losse dalen. Een landschapskaart die daar strak omheen ligt is onbruikbaar. De grenzen worden daarom door de oogharen getrokken, met een straal als knop.

Per cel wordt van elk van de vier landschappen bepaald welk aandeel van de omgeving binnen die straal bij dat landschap hoort. De cel gaat naar het landschap met het hoogste aandeel, mits dat boven een ondergrens ligt; anders wordt de cel overig. Met een kleine straal liggen de grenzen op de leveringen zelf, met een grote straal lopen verspreide polygonen in elkaar over tot een aaneengesloten landschap en verdwijnen enclaves vanzelf.

De berekening staat op 100 meter en niet op de 25 meter van het AdminDomain, omdat een straal van een kilometer op 25 meter een kern van 81 bij 81 cellen over negen miljoen cellen vraagt. Dat is dezelfde afweging als bij de afstandsringen rond het Natuurnetwerk.

De voorlopig gekozen waarde is 2.500 meter. Dit is wat de straal doet, in hectares:

straal m kust rivieren veen zand overig
0 54.249 91.018 539.380 1.545.506 1.267.110
250 65.275 108.189 577.955 1.584.262 1.161.581
500 77.695 125.848 604.760 1.605.170 1.083.789
700 86.004 136.625 619.148 1.615.013 1.040.473
1.000 99.964 153.956 639.926 1.628.927 974.489
1.500 120.124 176.265 665.874 1.647.572 887.427
2.000 138.444 191.911 687.296 1.662.449 817.163
2.500 155.625 203.329 707.480 1.676.362 754.466
3.250 177.749 214.617 733.405 1.699.335 672.156
5.000 210.005 209.587 784.205 1.760.616 532.849

De vereenvoudiging vult vooral de regio overig op en herverdeelt nauwelijks tussen de landschappen onderling. Door de zandvulling hieronder is zand bovendien bijna straalonafhankelijk; de straal bepaalt vooral hoeveel kust, rivieren en veen uit overig oppakken. Dat rivieren tussen 3.250 en 5.000 meter krimpt is geen fout maar de volgorde die zichtbaar wordt: zand groeit daar sneller en zand gaat voor.

De vulling van het zandlandschap

De beekdallevering laat gaten op droge kernen, het duidelijkst midden op de Veluwe, waar geen beekdalen liggen. Meer straal lost dat niet op, want daar valt niets uit te smeren. Op verzoek van de opdrachtgever worden die gaten gevuld met vier hoofdklassen uit de Basiskaart Natuurlijk Systeem: Stuwwallen, Kleileemgebied, Dekzandgebied en Voormalige hoogvenen (#705). Rivierterrassen hoort daar niet bij. De klassen staan als IsZandvulling in Classifications/Landschap, achter de schakelaar ZandVultUitBNSN.

Die vulling doet meer dan gaten dichten: ze voegt 1.400.304 ha aan de zandbegrenzing toe, want de klassen houden bij de rand van het zandgebied niet op. Op 2 kilometer telt de regio zand zonder vulling 1.040.736 ha en met vulling 1.662.449 ha; overig telt 1.349.910 ha zonder en 817.163 ha met. Er is een onafhankelijke aanwijzing dat die uitkomst klopt: 1.662.449 ha ligt binnen een half procent van de eigen begrenzing van team Zand, die 1.618.033 ha hoge zandgronden plus 50.948 ha Heuvelland telt.

Een gevolg voor de volgorde: met de vulling overlappen veen en zand elkaar 95.048 ha, zonder vulling 6.011 ha, dus de keuze wie voorgaat doet ertoe. Veen gaat voor zand. Die volgorde is een schakelaar (ModelParameters/Natuur/Landschap/VeenGaatVoorZand), omdat de opdrachtgever beide versies wil kunnen zien.

Grote wateren en de bestaande stad

Landsdekkend betekent hier: elke cel binnen de provinciegrenzen behalve de grote wateren volgens de CBS-kaart, plus de cellen daarbuiten waar een team iets doet, zoals de buitendijkse stroken langs de Westerschelde. Waddenzee, IJsselmeer en Noordzee zonder ingreep dragen geen regio, net als het buitenland. Het gaat om 14.364 ha groot water; binnen Nederland blijft geen landcel zonder regio.

De bestaande stad is geen zesde regio maar een doorsnijding. De afbakening is BaseData/Omgeving/UrbanContour, de begrenzing bebouwd gebied van het peiljaar in ModelParameters/BegrenzingBebouwdGebied_jaar. Elke stadscel ligt dus in een van de vijf landschappen, en dat is met opzet: alleen zo is de vraag te stellen hoeveel verstedelijking er in het veengebied plaatsvindt tegenover het zandgebied. Een eigen stadsregio zou elke stadscel uit haar landschap halen en die vergelijking onmogelijk maken.

Eisen aan een regio-indeling

Elke indeling die als optie aan IndicatorRegio_ref wordt toegevoegd heeft een name en een Per_AdminDomain_Fijn nodig; die twee gebruiken de indicatorensjablonen. Een vectorgeometrie is niet nodig: de piekbuibergingstabellen leiden hun blokindeling op het 500m-grid af als meest voorkomende regio van de onderliggende cellen, in plaats van met poly2grid op de regiogeometrie. Daardoor kan ook een rasterindeling meedoen.

Die blokindeling kent wel een kleine rest. Een 500m-blok dat deels buiten het regiogebied valt krijgt geen regio, terwijl er bebouwd gebied met vraag in kan zitten. Het gaat om kust- en grensblokken, en op de landelijke indeling om enkele miljoensten van de opgave.