Scenario’s en beleidsvarianten
Terug naar Home
RSopen rekent nooit een enkele toekomst door, maar een combinatie van een scenario en een variant. Deze pagina beschrijft die structuur. Welke scenario’s en varianten er zijn, hoort bij de toepassing en niet bij het model; zie Deel III voor de toepassingen en hun namen.
Scenario, variant en casus
Een scenario beschrijft de omgeving waarin het model rekent: hoeveel woningen, banen en andere functies er bij komen, en waar die vraag regionaal terechtkomt. De claims komen van buiten, meestal uit TIGRIS XL, en zijn per scenario verschillend.
Een variant beschrijft het beleid en het ontwerp: waar wel en niet gebouwd mag worden, welke locaties voorrang krijgen, hoe dicht er gebouwd wordt, welke maatregelen gelden en wat er exogeen wordt opgelegd. Een variant verandert dus niet hoeveel er moet gebeuren, maar waar en hoe het gebeurt.
De combinatie van beide heet een casus, met een naam in de vorm <scenario>_<variant>, bijvoorbeeld WLO_hoog_BAU. Alle resultaten en indicatoren staan per casus.
Varianten zijn projectspecifiek. De Ruimtelijke Verkenningen 2023 werkten met vier omgevingsscenario’s en met varianten die Intensiveren en Transformeren heetten; de proeftoepassing Friesland gebruikte een variant Water en Bodem Sturend; NL2120 rekent met BAU, BAU2, NbSMax en NbSGenuanceerd. Waar in deze wiki een variantnaam wordt genoemd, is dat dus een voorbeeld uit een toepassing.
Waar de variantinstellingen staan
| Onderdeel | Waar | Wat je ermee instelt |
|---|---|---|
| Variantparameters | VariantParameters/VariantK.dms | Een tabel met per variant een kolom: restricties, bouwregimes per overstromingsgevaarzone, dichtheidsfactoren, waterbeheer, claimbronnen en de instellingen van de indicatoren |
| Tredes | VariantParameters/Tredes/ | Welke locatietypen voorrang krijgen, per sector en subsector. Een variant kiest een trede-set met Trede_Variant; de naam van die set hoeft niet gelijk te zijn aan de naam van de variant |
| Ontwikkelpakketten | VariantParameters/Ontwikkelpakketten/ | Hoe een woonwijk eruitziet: dichtheid, bouwwijze, verhard, groen en water |
| Exogene oplegging | Templates/VariantData_T.dms en SourceData/Grondgebruik/Natuur.dms | Welke natuur- en waterkaart een variant oplegt, en welke gebieden op slot gaan |
| Claims | SourceData/RSopen/Claims via ModelParameters/TIGRIS_filedate | Welke claimset en welke scenariovariant daarbinnen wordt gelezen |
Een deel van de instellingen staat bewust niet per variant maar in ModelParameters: peiljaren van de brondata, het studiegebied, het basisjaar en het eindjaar, en de keuze welke sectoren op welk schaalniveau worden gealloceerd. Die gelden voor alle varianten van een toepassing.
Wat een variant kan veranderen
De vier plaatsen waar een variant ingrijpt, in de volgorde waarin het model ze tegenkomt:
- Beschikbaarheid. De zeef bepaalt waar een sector terecht kan. Restricties, bouwregimes en de selectie van evident benut zijn variantinstellingen. Zie Beschikbaarheid.
- Geschiktheid. De tredes bepalen de grove voorkeursvolgorde, de empirische component de fijne. Alleen de tredes zijn variantafhankelijk. Zie Geschiktheid.
- Dichtheid en inrichting. De ontwikkelpakketten en de dichtheidsfactoren bepalen hoeveel woningen er per hectare komen en hoe die wijk is ingericht. Zie Dichtheid.
- Exogene oplegging. Wat een variant zelf neerlegt, natuur en water, gaat aan de allocatie vooraf en wordt daarna vrijgehouden.
De claims zelf horen bij het scenario. Wanneer een variant ergens niet kan bouwen, verdwijnt die claim niet: hij komt als restclaim terug en wordt elders gerealiseerd. Zie Overflow.