Verzilting en zoutschade
Verzilting kan leiden tot opbrengstderving in de landbouw. Zout kan gewassen bereiken via verzilt beregeningswater en via brakke of zoute kwel. De gevoeligheid voor zoutschade verschilt per gewas en wordt daarnaast beïnvloed door bodemomstandigheden, grondwaterstanden, groeistadium en de hoeveelheid beregeningswater. Ondanks veel onderzoek bestaan er nog belangrijke kennisleemtes over de precieze processen en effecten van verzilting op landbouwgewassen.
Status
Het model rekent geen zoutschade. De configuratie bevat wel een toets op verziltingsrisicoklassen uit het Deltaprogramma Zoetwater, maar die is niet aangesloten: het masker AangetastVerziltGebied in SourceData/Landbouw/Verzilting staat voor elke cel op onwaar, zodat geen enkele cel een verziltingsopslag op haar opbrengstderving krijgt (#793). Die toets staat beschreven in Landbouw methode, paragraaf Verzilting.
Deze pagina beschrijft de aanpak die voor zoutschade is gekozen; de bijbehorende dataset is nog niet gemaakt (#616).
Databron en implementatie in de Ruimtescanner
De gekozen bron voor zoutschade is de tabel van de Waterwijzer Landbouw (WWL) versie 1.0.0. Die tabel bevat relaties tussen de zoutconcentratie van het beregeningswater (gram chloride per liter) en de bijbehorende opbrengstderving. De relaties zijn beschikbaar voor veelvoorkomende gewastypen en hangen af van bodemtype, grondwaterstand (GHG en GLG) en meteostation. De tabel wordt vooraf met een script ingelezen en verwerkt tot relaties die de Ruimtescanner per cel kan toepassen.
Bron: waterwijzerlandbouw.wur.nl
Toepassingsbereik en beperkingen
De aanpak geeft een indicatie van zoutschade als gevolg van verzilt beregeningswater. Daarbij gelden enkele belangrijke beperkingen:
- Verzilting zit alleen in WWL versie 1.0.0 en niet meer in versie 2.0.0. Daarom staat deze dataset los van de dataset voor droogte- en natschade, want daarvoor wordt wel WWL versie 2.0.0 gebruikt, zie Droogteschade en natschade.
- Alleen zoutschade via beregeningswater wordt meegenomen. Zoutschade via brakke of zoute kwel blijft buiten beschouwing. Hierdoor kan de zoutschade worden onderschat, met name in gebieden zoals Zeeland.
- Verschillen in zoutgevoeligheid tussen groeistadia worden niet meegenomen, terwijl gewassen vaak het meest gevoelig zijn tijdens kieming en vroege groei.
De resultaten moeten daarom worden gezien als een eerste indicatie van mogelijke zoutschade en niet als een exacte voorspelling.
Waarom deze aanpak
Twee alternatieven zijn verkend en zijn niet toepasbaar. Voor Maas-Hoffman-relaties ontbreekt kennis over de omzetting van zoutconcentraties in beregeningswater naar zoutconcentraties in de wortelzone. De kaarten van de effectmodule verzilting zijn evenmin geschikt, omdat de onderliggende data (de Basisprognoses 2024) daarvoor niet betrouwbaar genoeg zijn.
Aanbevelingen voor doorontwikkeling
Er loopt veel onderzoek naar verzilting en zoutschade. Het verdient aanbeveling om nieuwe kennis actief te volgen en waar mogelijk op te nemen in toekomstige versies van de Ruimtescanner. Belangrijke verbeterpunten zijn:
- meenemen van zoute kwel als aanvullende verziltingsroute;
- onderscheid maken tussen groeistadia van gewassen;
- benutten van nieuwe inzichten uit lopend onderzoek, waaronder een promotieonderzoek en een onderzoeksprogramma over zouttransport.
Verantwoording
De keuzes hierboven zijn gemaakt in de volgende issues; daar staat de afweging.
- #616: de tabel van de Waterwijzer Landbouw versie 1.0.0 als bron voor zoutschade via beregeningswater; de dataset is het openstaande werk.
- #793: de toets op verziltingsrisicoklassen is uitgezet, zodat het model geen zoutschade rekent.