Verzilting en zoutschade
Verzilting kan leiden tot opbrengstderving in de landbouw. Zout kan gewassen bereiken via verzilt beregeningswater en via brakke of zoute kwel. De gevoeligheid voor zoutschade verschilt per gewas en wordt daarnaast beïnvloed door bodemomstandigheden, grondwaterstanden, groeistadium en de hoeveelheid beregeningswater. Ondanks veel onderzoek bestaan er nog belangrijke kennisleemtes over de precieze processen en effecten van verzilting op landbouwgewassen.
Status
Deze pagina beschrijft de gekozen aanpak voor zoutschade. De bijbehorende dataset wordt nog gemaakt, zie issue #616. Wat op dit moment in het model draait is de oudere aanpak op basis van verziltingsrisicoklassen, beschreven in Landbouw methode, sectie Verzilting.
Databron en implementatie in de Ruimtescanner
Voor het meenemen van zoutschade in de Ruimtescanner wordt gebruikgemaakt van de tabel van de Waterwijzer Landbouw (WWL) versie 1.0.0. Deze tabel bevat relaties tussen de zoutconcentratie van beregeningswater (g chloride per liter) en de bijbehorende opbrengstderving. De relaties zijn afhankelijk van bodemtype, grondwaterstand (GHG en GLG) en meteostation. De WWL-tabel wordt vooraf via een script ingelezen en verwerkt tot relaties die binnen de Ruimtescanner kunnen worden toegepast.
Bron: waterwijzerlandbouw.wur.nl
Toepassingsbereik en beperkingen
De huidige aanpak geeft een indicatie van zoutschade als gevolg van verzilt beregeningswater. Daarbij gelden enkele belangrijke beperkingen:
- Verzilting is alleen beschikbaar in WWL versie 1.0.0 en is niet meer opgenomen in versie 2.0.0. Daarom staat deze dataset los van de dataset voor droogte- en natschade, want daarvoor wordt wel WWL versie 2.0.0 gebruikt, zie Droogteschade en natschade.
- Alleen zoutschade via beregeningswater wordt meegenomen. Zoutschade via brakke of zoute kwel blijft buiten beschouwing. Hierdoor kan de zoutschade worden onderschat, met name in gebieden zoals Zeeland.
- Verschillen in zoutgevoeligheid tussen groeistadia worden niet meegenomen, terwijl gewassen vaak het meest gevoelig zijn tijdens kieming en vroege groei.
De resultaten moeten daarom worden gezien als een eerste indicatie van mogelijke zoutschade en niet als een exacte voorspelling.
Waarom deze aanpak
Alternatieve methoden zijn verkend, maar bleken vooralsnog niet toepasbaar. Voor Maas-Hoffman-relaties ontbreekt kennis over de omzetting van zoutconcentraties in beregeningswater naar zoutconcentraties in de wortelzone. Ook de kaarten die met de effectmodule verzilting zijn geproduceerd, zijn momenteel niet geschikt, vanwege onvoldoende betrouwbaarheid van de onderliggende data (de Basisprognoses 2024 zijn daarvoor niet voldoende geschikt).
Aanbevelingen voor doorontwikkeling
Er loopt momenteel veel onderzoek naar verzilting en zoutschade. Het verdient aanbeveling om nieuwe kennis actief te volgen en waar mogelijk op te nemen in toekomstige versies van de Ruimtescanner. Belangrijke verbeterpunten zijn:
- meenemen van zoute kwel als aanvullende verziltingsroute;
- onderscheid maken tussen groeistadia van gewassen;
- verbeteren van kennis over zouttransport naar de wortelzone;
- benutten van nieuwe inzichten uit lopende onderzoeken, waaronder een promotieonderzoek en een nieuw gestart onderzoeksprogramma over zouttransport.