Grondgebruiksverandering

Terug naar Effectmodules en indicatoren


Deze pagina beschrijft de indicatoren die meten hoe het grondgebruik tussen het basisjaar en een zichtjaar verandert. Ze staan samen onder /Indicatoren/<casus>/Zichtjaren/<jaar>/Grondgebruik/Verandering (cfg/main/Templates/Indicatoren/Grondgebruik.dms).

Er zijn drie soorten uitkomsten:

  • Vier bestemmingsindicatoren: verstedelijking, nieuwe natuur, verdwenen natuur en waterberging in het veen (#634, #635, #652).
  • De verlieskant: verdwenen landbouw en verdwenen vruchtbare landbouwgrond, met per bestemming het deel dat op vruchtbare landbouwgrond terechtkomt. Die staan op Vruchtbare landbouwgrond.
  • De volledige overgangsmatrix van basisjaarklasse naar zichtjaarsector.

De bestemmingsindicatoren

Elk van de vier is een kaart met per cel waar of onwaar, met daarnaast een oppervlak in hectare per provincie (Per_Regio) en voor heel Nederland (Per_NL).

Indicator Definitie Bron
Verstedelijking De cel heeft in het zichtjaar een stedelijke sector en ligt buiten bestaand bebouwd gebied De allocatie, via Stand/Sector_rel
NieuweNatuur De cel is natuur in het zichtjaar en was dat in het basisjaar niet De landgebruikskaart, via Landgebruikskaart/Result_SA
WaterbergingVeen De cel is in het zichtjaar waterberging De landgebruikskaart, via Landgebruikskaart/Result_SA
VerdwenenNatuur De cel was natuur in het basisjaar en is dat in het zichtjaar niet meer De landgebruikskaart, via Landgebruikskaart/Result_SA

Alle vier zijn cumulatief ten opzichte van het basisjaar: zowel Stand/Sector_rel als de landgebruikskaart houden vast wat in eerdere zichtjaren is gebeurd. Verstedelijking, nieuwe natuur en waterberging hebben daarnaast een variant die het deel op vruchtbare landbouwgrond telt; verdwenen natuur heeft die niet.

Verstedelijking telt alleen buiten bestaand bebouwd gebied, want binnenstedelijke verdichting is geen ruimtebeslag. Bestaand bebouwd gebied is hier de bevolkingskernenkaart van 2011 (SourceData/RegioIndelingen/Bevolkingskern_2011). Let op: de inbreidingsindicator en de bereikbaarheid van groen gebruiken een andere begrenzing, BegrenzingBebouwdGebied met een instelbaar peiljaar (in NL2120 het jaar 2022). De twee begrenzingen zijn niet gelijk; wie de verstedelijkingscijfers naast de inbreidingscijfers legt, vergelijkt dus twee definities van bebouwd gebied.

Nieuwe natuur wordt via de landgebruikskaart bepaald en niet via de allocatie, zodat zowel gealloceerde als exogeen opgelegde natuur meetelt. Dat is wezenlijk in de NbS-varianten, waar het grootste deel van de natuur exogeen wordt opgelegd en dus nooit in Sector_rel verschijnt.

VerdwenenNatuur is de tegenhanger van NieuweNatuur en de evenknie van VerdwenenLandbouw. Hij is nodig sinds het model bestaande natuur niet meer exogeen oplegt: die grond is nog steeds beschermd voor zover er een restrictie op ligt, en in de NbS-varianten geldt bos en open natuurlijk terrein bovendien als evident benut voor wonen en werken, maar waar dat niet zo is mag de allocatie er terecht. Wat dat kost was daarvoor niet meetbaar. Zie Uitwerking natuur.

Waterberging wordt opgezocht op naam in plaats van rechtstreeks naar de klasse te verwijzen. De klassenset hangt aan de actieve sectoren in ModelParameters/SectorAllocRegio; staat waterberging uit, dan bestaat die klasse niet en zou een rechtstreekse verwijzing een parsefout geven. Nu is de uitkomst dan leeg en zijn de waterbergingsindicatoren overal onwaar.

Twee bronnen naast elkaar

Verstedelijking leest de allocatie en de andere twee lezen de landgebruikskaart. Dat is een bewuste keuze, maar het betekent dat een cel in beide bronnen anders kan staan. In zichtjaar 2030 van WLO_hoog_NbSGenuanceerd ging het om 144 hectare die zowel als verstedelijking als als nieuwe natuur telde. Bij het optellen van de drie indicatoren hoort dus altijd de controle of ze elkaar overlappen.

De overgangsmatrix

Naast de drie bestemmingsindicatoren staat de volledige overgangsmatrix VeranderingK: elke combinatie van een basisjaarklasse (de CBS-hoofdklassen uit het Bestand Bodemgebruik) en een zichtjaarsector, met een naam in de vorm Van_<basisjaarklasse>_Naar_<sector>. Per combinatie is er een oppervlak in hectare voor heel Nederland (Per_NL) en per provincie (Per_Regio), plus het aantal cellen (count).

De matrix is opgebouwd met een transitiecode: de basisjaarklasse plus tien maal de zichtjaarsector. Daarmee is elke overgang een eigen klasse en is de kaart LU_Mutatie in één keer te tellen.

Daarnaast staat de groenindeling van basisjaar en zichtjaar naast elkaar (Groen_Basisjaar en Groen_Zichtjaar), waarbij een onveranderde cel zijn basisjaarwaarde houdt, landbouw naar overig agrarisch gebruik gaat en natuur naar natuur.

Uitvoer

Twee kaarten worden als GeoTIFF weggeschreven in %LocalDataProjDir%/Indicatoren/<casus>/:

Bestand Inhoud
VerdwenenLandbouw_<jaar>_<studiegebied>.tif Cellen waar landbouw is verdwenen sinds het basisjaar
VerdwenenVruchtbareLandbouw_<jaar>_<studiegebied>.tif Hetzelfde, beperkt tot ABCD-klasse A

De exportbundel schrijft daarnaast VerdwenenNatuur als kaart weg. De bestemmingsindicatoren en hun vruchtbare-landbouwgrondvarianten worden meegenomen in de regionale indicatorenexport, zowel per provincie als landelijk. Zie Effectmodules en indicatoren voor het overzicht.