Bereikbaarheid groen
Terug naar Effectmodules en indicatoren
De indicator bereikbaarheid groen beschrijft hoeveel openbaar groen er in de omgeving van woningen beschikbaar is. Het is een post-allocatie indicator: hij wordt per casus en per zichtjaar berekend op het toekomstig ruimtegebruik dat uit de allocatie volgt. De berekening staat in Templates/Indicatoren.dms (container BereikbaarheidGroen) en de bijbehorende templates BereikbaarheidGroenBBG_T en BereikbaarheidGroenBGT_T. Een geïnstantieerd resultaat staat bijvoorbeeld onder /Indicatoren/WLO_hoog_BAU/Zichtjaren/Y2120/BereikbaarheidGroen.
De indicator wordt op 25 m (AdminDomain) berekend en daarna geaggregeerd naar de regio-indeling die ModelParameters/Advanced/IndicatorRegio_ref aanwijst; zie Uitkomststructuur per variant.
Drie maten, twee groenbronnen
Er zijn drie maten, verdeeld over twee bronnen en twee templates.
- BBG-variant (
obv_BBG), klassetak: groen volgens de CBS-aggregatie uit de Landgebruikskaart (GroenInZichtjaar). Het groen is hier een klasse: een cel is wel of niet groen, en valt onder een bepaalde groenklasse (GroenK, de groen-aggregatie vanCBSKlasse). Het is dus een grove, categorale maat op celniveau. Let op de herkomst:GroenInZichtjaaris de groenklasse van het basisjaar, waar elke cel uit wegvalt die in de allocatie een subsector heeft gekregen. De klasse zelf wordt in een zichtjaar niet opnieuw bepaald. Deze maat meet bereikbaar parkgroen. - BBG-variant (
obv_BBG), fractietak: de natuur- plus waterfractie per cel volgens de hedonische definitie uitGroenfracties_T, dezelfde die de woningwaardering en de sterfte gebruiken, zonder de twee drempels hieronder. Toegevoegd in #717. Deze maat meet groen en water in de woonomgeving, maar alleen groen dat hedonisch als natuur telt. - BGT-variant (
obv_BGT): groen als oppervlak (m2 per cel) uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie. Dit is een fijnmazige, continue maat: per cel een hoeveelheid groen in m2, afgeleid uit de BGT-objecten en hun verhardingsgraad. Wat precies als groen telt is hieronder uitgewerkt. Deze maat meet het waargenomen groen in de woonomgeving, inclusief stadsgroen.
De keuze tussen de bronnen is wezenlijk: de BBG-variant zegt alleen of een cel groen is, de BGT-variant zegt hoeveel m2 van een cel daadwerkelijk groen is. De varianten zijn ook twee aparte templates (BereikbaarheidGroenBBG_T en BereikbaarheidGroenBGT_T) met een verschillende uitkomststructuur: alleen de BBG-variant splitst de resultaten uit naar groen-aggregatieklassen. Zie Uitkomststructuur per variant. De afstandsklassen en de drie indicatoren zijn wel voor beide varianten hetzelfde.
Wat elke maat wel en niet ziet in de bestaande stad
De drie maten verschillen het sterkst binnen bebouwd gebied, en dat is precies waar de indicator over gaat. Gemeten op de basisjaarkaarten, BGT 20260819 en BBG 2022, over de 649.040 ha die de BBG als bebouwd gebied aanmerkt:
| maat | wat zij daar als groen registreert |
|---|---|
| klassetak (BBG) | het groen dat een eigen BBG-groenklasse draagt: parken, plantsoenen, sportterreinen, volkstuinen, begraafplaatsen. Zij telt die cellen wel volledig mee, ook al is van de 44.650 ha klasse stedelijk groen maar 53,8 procent fysiek groen. Het groen dat tussen ander gebruik in ligt ziet zij niet: 154.321 ha, waaronder 63.927 ha op woonterrein, 23.834 ha in wegbermen en 23.292 ha op bedrijfsterrein |
| fractietak (BBG) | 6.932 ha natuur en 18.553 ha water. De hedonische natuurdefinitie sluit stadsgroen expliciet uit, dus driekwart van wat deze maat binnen de stad telt is open water |
| BGT-variant | 209.596 ha, dus 32,3 procent van het bebouwde oppervlak. Dit is de enige maat die het groen zonder eigen kaartklasse waarneemt |
De uitsluiting van stadsgroen in de fractietak is geen omissie maar een gevolg van de herkomst: de hedonische coefficient is geschat op een definitie waarin bos en gras in bebouwd gebied stadsgroen zijn en niet als natuur tellen, zie Classifications/Grondgebruik.dms. Voor de woningwaardering is dat juist; of een bereikbaarheidsmaat aan diezelfde definitie vast moet zitten is een open vraag, zie #719.
Welke maat wordt gebruikt
InDezeStudie wijst naar obv_BBG. De BGT-variant is wel aangesloten in Templates/Indicatoren.dms maar wordt door geen enkele consument opgevraagd: hij staat niet in de exportlaag en niet in een Generate-lijst, dus hij rekent niet en schrijft geen bestanden. Welke van de drie maten uiteindelijk de maat wordt, hangt af van de norm waaraan de score wordt getoetst; die keuze staat open in #717.
Wat telt als groen volgens de BGT
De BGT kent geen kant-en-klaar veld groen. Het groenoppervlak wordt afgeleid uit twee stappen: eerst bepalen hoeveel van een BGT-object onverhard is, en daarna welk deel van dat onverharde oppervlak groen is (in plaats van water of kale grond). De codering staat in Classifications/Grondgebruik/BGT met de groenfractietabel in BGT/BGT_Fractiegroen.dms; de vergridding in SourceData/Grondgebruik/bgt.dms.
Stap 1: onverhard deel per BGT-klasse
Elk BGT-vlak heeft een type (visualisatiecode, bijvoorbeeld begroeidterreindeel_loofbos of wegdeel_voetpad). Per type is een gemiddelde verhardingsgraad bepaald (Avg_Verharding), empirisch afgeleid uit een imperviousness-kaart (per provincie, per BGT-type). Enkele typen krijgen een vaste waarde: open water heeft verhardingsgraad 0, en panden worden volledig verhard verondersteld omdat de pandpolygonen onbetrouwbaar uit de BGT komen. Het onverharde deel is dan 1 - Avg_Verharding.
De imperviousness-kaart komt uit de Copernicus Land Monitoring Service, de High Resolution Layer Imperviousness Density 2021 (SourceData/Grondgebruik/Imperviousness_Map). Dit is een Europese kaart op 10 m resolutie waarin elke cel de mate van bodemafdichting geeft als percentage afgedicht oppervlak (0 tot 100). Voor RSopen zijn de relevante tegels in QGIS samengevoegd, geprojecteerd naar het RD-raster (RDC), beperkt tot studiegebied Nederland en naar 5 m en 25 m geaggregeerd. Per BGT-type wordt dan het gemiddelde afdichtingspercentage bepaald over de vlakken van dat type (per provincie). Bron: Copernicus HRL Imperviousness Density 2021.
Stap 2: groen-aandeel van het onverharde deel
Het onverharde deel wordt per BGT-type verdeeld over groen, water en kale grond (bruin), op basis van expert judgement van Deltares (23-11-2025). Het groenoppervlak per type is:
Fractie_Groen = (1 - Avg_Verharding) * Fractie_Onverhard_Groen
Het groen-aandeel van het onverharde deel verschilt sterk per type. Een greep uit de tabel:
| BGT-type | Groen-aandeel van onverhard |
|---|---|
| Loof-, naald- en gemengd bos, grasland, groenvoorziening, heide, houtwal, struiken, haag | 1,00 |
| Park | 0,90 |
| Boomteelt, fruitteelt | 0,95 |
| Volkstuin, landbouw, hondenuitlaatplaats | 0,90 |
| Berm | 0,90 |
| Sportterrein, recreatie, bungalowpark, camping, begraafplaats | 0,80 |
| Bouwland | 0,70 |
| Erf | 0,40 |
| Onverhard / half-verhard terrein | 0,20 tot 0,30 |
| Woonerf, verkeerseiland | 0,20 |
| Voetpad, voetgangersgebied, benzinestation | 0,10 |
| Gesloten verharding, rijbanen, spoorbaan, panden | 0,00 |
Water-rijke typen (waterloop, watervlakte, zee, sloot) krijgen juist een hoog water-aandeel en een groen-aandeel rond 0. Daardoor telt open water niet als groen.
Stap 3: van object naar 25 m-cel
De BGT-vlakken worden vergrid naar 2,5 m, waar per cel het groenoppervlak Fractie_Groen * celoppervlak is. Die worden gesommeerd naar het 25 m-AdminDomain, wat de kaart GroenOpp_AdminDomain oplevert: het aantal m2 groen per 25 m-cel. Dit is het basisjaar-groen voor de BGT-variant.
Groen na allocatie
In een zichtjaar verandert het groen mee met het gealloceerde landgebruik. De volgorde is dezelfde als die van NatuurCel in Groenfracties_T, zodat de twee kanten van het model niet uiteenlopen:
- Wonen: het groenoppervlak komt uit het terreingebruik van het gealloceerde ontwikkelpakket (
OP_Buurt/Terreinoppervlakte/Totaal/Groen), zodat verschillende woonmilieus hun eigen groenaandeel meebrengen. Die terreinoppervlakte is genormaliseerd op een vaste hectare, dus zij wordt metAdminDomain/NrHaPerCellnaar het celoppervlak geschaald; zonder die factor stond er op het 25 m-raster zestien keer te veel groen (#719). Een BAG-nieuwbouwcel draagt sinds #550 wel een gematcht pakket maar geen fysieke inrichting, en houdt daarom het BGT-basisjaargroen. - Werken en verblijfsrecreatie: een groenfractie
1 - verharding, waarbij de verharding variant-afhankelijk is (FractieGroenWerken,FractieGroenVerblijfsrecreatie, geschaald metVerhardingTovDefaultper variant). - Landgebruiksmutatie: een cel waarvan het landgebruik sinds het basisjaar is veranderd krijgt de waarde die bij het nieuwe landgebruik hoort. Is dat hedonisch natuur, dan telt de hele cel als groen, want de BGT-groenfractietabel geeft bos, heide, struik en grasland een groenaandeel van 1,00. Elke andere mutatie zet het groen op nul, open water inbegrepen, want de waarneming uit het basisjaar beschrijft dan niet langer wat er ligt. Een gewaswissel binnen de landbouw kan de waarneming alleen verhogen en niet verlagen, want de landbouwallocatie wisselt elk zichtjaar gewassen over vrijwel het hele landelijk gebied en dat is geen verandering van de landsdekking. Toegevoegd in #719; tot dan bereikten natuur en water deze maat niet.
- Overige cellen behouden het BGT-basisjaargroen.
Daarna vallen de agrarische cellen af: een cel waarvan het landgebruik een landbouwklasse is die hedonisch geen natuur is, telt voor nul. Zonder die uitsluiting is dit een landbouwmaat en geen woonomgevingsmaat, want van de 2.376.119 ha BGT-groen in Nederland ligt 71 procent op agrarisch terrein, en de BGT geeft agrarisch grasland een groenaandeel van 1,00. Dit is dezelfde keuze als TotaalExAgrarisch in de klassebenadering, op een bron die geen klassen kent. Riet, moerasbomen en natuurlijk beheerd agrarisch grasland zijn de uitzondering: die zijn in LU_ModelType landbouw maar hedonisch natuur, en tellen dus wel mee.
Welke cellen tellen als groen
In de klassetak van de BBG-variant telt niet al het groen mee. Een groencel kwalificeert daar alleen als (Extent):
- de cel tot een groenklasse behoort;
- de woningdichtheid niet hoger is dan
MaxWoningenInGroen(5 woningen per ha), zodat dichtbebouwde cellen niet als openbaar groen meetellen; - de cel binnen de beschouwde regio ligt;
- de cel deel uitmaakt van een aaneengesloten groengebied (bepaald met
district_8, 8-connectiviteit) van minimaalMinimumAaneengeslotenOppervlakte(1 ha). Losse snippers groen vallen daarmee af.
De fractietak en de BGT-variant kennen deze twee drempels niet. Deltares heeft in #717 vastgesteld dat de dichtheidseis en de eis van een hectare aaneengesloten bij bereikbaar parkgroen horen en niet bij een maat voor groen in de woonomgeving. Voor de BGT-variant kwam daar een tweede reden bij (#719): op het 25 m-raster is 5 woningen per hectare gelijk aan 0,3125 woning per cel, zodat elke cel met een woning afviel en de pakketgroentak precies daar werd uitgeschakeld waar hij voor bestaat. Bij dezelfde ronde verviel ook de celdrempel MinimumOppervlakteInCelOmMeeTeDoen van 100 m2: op de oude cel van een hectare was dat 1 procent groen, op 25 meter is het 16 procent, en voor een maat die vierkante meters telt hoort er geen ondergrens per cel te staan. Wat overblijft is de begrenzing op de regio.
Welke woningen
De woningen waarvoor de bereikbaarheid wordt bepaald, zijn de woningen na allocatie (Stand/Aantal_Woningen_Totaal), maar alleen op cellen waar in dit zichtjaar daadwerkelijk wonen is gealloceerd (AllocatieHeeftPlaatsgevonden).
Dat is een striktere selectie dan het lijkt, en zij bepaalt wat de indicator betekent. Stand/SubSector_rel zegt wat er in dit zichtjaar is gealloceerd en niet wat een cel is, dus bestaande bebouwing die niet opnieuw wordt gealloceerd valt eruit. Gemeten op zichtjaar 2040 van WLO_hoog_NbSGenuanceerd, stand van 2026-09-01: Woningen0 telt 9.488.437 woningen en Woningen er 1.633.231, dus 17,2 procent. De indicator beschrijft daarmee het groenaanbod rond de woningen die het model dit zichtjaar heeft neergezet of opnieuw heeft toegewezen, en niet rond de Nederlandse woningvoorraad. In het basisjaar staat er iets anders: daar is Woningen := Woningen0, dus alle woningen. Een vergelijking tussen basisjaar en zichtjaar loopt daardoor over een andere woningpopulatie. Dit geldt voor alle drie de maten. Zie #719.
Afstandsklassen
Bereikbaarheid wordt voor drie afstandsklassen bepaald (Bereikbaarheid/AfstandGroen), met bovengrenzen 300, 500 en 1000 m. Per afstandsklasse wordt met een ruimtelijke kernel (potential met een vlak kernel Flat2 binnen de straal) per cel gesommeerd:
- de hoeveelheid kwalificerend groen in de omgeving (
Som_GroenInOmgeving); - het aantal woningen in de omgeving (
Som_WoningenInOmgeving).
Anders dan bij de bereikbaarheid-banen-indicator wordt hier geen afstandsverval (distance decay) toegepast: binnen de straal telt alles even zwaar mee, daarbuiten niet.
De drie indicatoren
Per afstandsklasse worden drie indicatoren berekend (Indicator, namen exact zoals in de code):
Groenaanbod(m2): de totale oppervlakte groen binnen de straal rond cellen waar woningen aanwezig zijn (Som_GroenInOmgeving_metWoning).Cumulatief_Groenaanbod_over_woningen(m2): het groenaanbod maal het aantal woningen in de cel. Dit benadrukt dat nieuw groen in dichtbebouwd gebied veel mensen bereikt, maar verrekent nog niet dat zij dat groen moeten delen (Som_GroenInOmgeving_metWoning * WoningenInThisStRegio_ge1).Drukte_gecorrigeerd_groenaanbod_per_woning(m2 per woning): de som van per-woning groenbijdragen binnen de straal, waarbij per groencel het aanwezige groen wordt gewogen naar het aantal omliggende woningen (Som_AanwezigGroenPerWoning). Dit verrekent juist wel het delen: groen dat door veel woningen wordt gedeeld telt per woning minder zwaar.
In de BBG-variant worden deze drie indicatoren per groen-aggregatieklasse berekend; in de BGT-variant eenmaal voor het hele groenoppervlak (zie hieronder).
Uitkomststructuur per variant
De celresultaten worden uitgesplitst naar regio en afstandsklasse. Hier wijken de twee varianten af: de BBG-variant heeft een extra niveau met groen-aggregatieklassen, de BGT-variant niet.
Gemeenschappelijke niveaus (beide varianten):
PerRegios: één container per regio uit de gekozen regio-indeling, plus eenNationaalover het hele studiegebied. Welke indeling dat is, ligt niet vast in deze indicator maar in de schakelaarModelParameters/Advanced/IndicatorRegio_ref, die voor alle indicatorentabellen tegelijk geldt; de opties zijn NL, Provincie, COROP, Gemeente, NVM en Landschap. In de toepassing NL2120 staat die op NL, zodatPerRegiosdaar naastNationaaléén regiocontainerNederlandheeft; die stand hoort bij het project en niet bij de indicator.Afstanden:Tot300m,Tot500m,Tot1000m, plusInDezeStudie(een alias voorTot300m, de afstand die in de studie wordt gebruikt).Indicatoren: de drie indicatoren hierboven, met onder elke indicator het per-cel attribuutIndicatoren de geaggregeerde parameterIndicator_Aggregated.
Alleen in de BBG-variant zit tussen Afstanden en Indicatoren nog een niveau AggrGroenKlassen, met:
- één container per groen-aggregatieklasse (
GroenK=CBSKlasse/Aggr/Groen):Begraafplaats,parken_en_plantsoenen,sportterreinen,volkstuinen,dagrecreatieve_terreinen,overige_agrarisch_gebruikenNatuur; Totaal: alle groenklassen samen;-
TotaalExAgrarisch: alle groenklassen behalveoverige_agrarisch_gebruik; Fractie: geen groenklasse maar de tweede telwijze uit #717, met dezelfde drie indicatoren; zie De fractietak naast de klassetak hierboven;InDezeStudie: een alias voorTotaalExAgrarisch, dus binnen de klassebenadering is de gebruikte groendefinitie al het groen behalve overig agrarisch gebruik. De alias wijst niet naarFractieen zegt dus niets over welke tak in een levering meegaat.
De BGT-variant heeft dit niveau niet, omdat het groen daar al een enkele continue m2-grootheid per cel is en niet in klassen uiteenvalt. De resultaten gaan daar rechtstreeks van de afstandsklasse naar de indicatoren.
Een volledig pad ziet er daardoor per variant anders uit. BBG (met groenklasse-niveau):
/Indicatoren/<casus>/Zichtjaren/<zichtjaar>/BereikbaarheidGroen/obv_BBG/PerRegios/Nationaal/Afstanden/Tot300m/AggrGroenKlassen/Totaal/Indicatoren/Drukte_gecorrigeerd_groenaanbod_per_woning/Indicator
BGT (zonder groenklasse-niveau):
/Indicatoren/<casus>/Zichtjaren/<zichtjaar>/BereikbaarheidGroen/obv_BGT/PerRegios/Nationaal/Afstanden/Tot300m/Indicatoren/Drukte_gecorrigeerd_groenaanbod_per_woning/Indicator
Wat de indicator niet ziet
De klassebenadering laat in beide varianten nieuwe natuur niet als nieuw groen zien. Dat is de belangrijkste beperking bij het lezen van die cijfers. Voor de fractietak van de BBG-variant geldt de waarschuwing juist niet: die leest LU_Mutatie, het landgebruik van het zichtjaar waar dat van het basisjaar afwijkt, en daarin zitten zowel de gealloceerde als de exogeen opgelegde mutaties. Nieuwe natuur en nieuw water komen in die tak dus wel als groen terug.
In de BBG-variant is het groen de klasse uit het basisjaar. Een cel die in de allocatie een subsector krijgt, valt uit het groen; een cel die exogeen natuur opgelegd krijgt, houdt haar oude klasse, en dat is bij omgezette landbouwgrond overig agrarisch gebruik, precies de klasse die InDezeStudie buitensluit. Gealloceerde natuur haalt het groen dus omlaag en opgelegde natuur verandert niets.
Voor de BGT-variant gold dat tot #719 ook: het groenoppervlak veranderde alleen op cellen waar wonen, werken of verblijfsrecreatie was gealloceerd, en alle overige cellen hielden het BGT-groen van het basisjaar, ook waar het landgebruik naar natuur of water was gegaan. Sinds #719 leest die variant de landgebruiksmutatie van het zichtjaar en komt nieuwe natuur er dus wel in terug. Nieuw open water juist niet, want de BGT rekent water niet tot groen; wie groen en water samen wil tellen neemt de fractietak.
Langs beide klasseroutes kan de uitkomst dus wel dalen en niet stijgen door natuurontwikkeling. In varianten waarin op grote schaal natuur wordt aangelegd, is een gelijkblijvende of dalende groenbereikbaarheid uit de klassetak daarom geen uitspraak over die natuur. Wie het effect van nieuwe natuur op de woonomgeving wil zien, neemt de fractietak, of kijkt naar de natuurfractie in Woningwaarde agv groenveranderingen of de NDVI in Mortaliteit agv groenveranderingen; die drie rekenen wel met het landgebruik van het zichtjaar.
Geen van de drie maten ziet wat er binnen een bestaande wijk met het groen gebeurt zolang die wijk niet opnieuw wordt gealloceerd. De klassetak houdt daar de basisjaarklasse, de fractietak de LGN-basisjaarfractie en de BGT-variant de BGT-waarneming van het basisjaar. Verdichting of vergroening van bestaand stedelijk gebied is dus alleen zichtbaar waar het model zelf ingrijpt.
Bij de BGT-variant hoorde tot #550 nog een tweede punt: het groenoppervlak van een woningcel kwam uit het ontwikkelpakket dat de cel draagt, zonder toets of dat pakket er ook fysiek was ingericht. BAG-nieuwbouwcellen dragen sindsdien een gematcht pakket terwijl ze deels bebouwd zijn. Die toets staat er nu wel, net als in Verharding en in de groenfracties van Woningwaarde agv groenveranderingen.
Verwante indicatoren
Groen rond woningen komt op meer plekken terug in het model:
- Mortaliteit agv groenveranderingen: gezondheidseffect van groen via de NDVI binnen 500 m.
- Woningwaarde agv groenveranderingen: effect van groen op de woningwaarde.
- Bereikbaarheid banen: dezelfde modeluitvraag, maar dan voor de bereikbaarheid van banen per vervoerstype (met afstandsverval).