Bereikbaarheid groen
Terug naar Effectmodules en indicatoren
De indicator bereikbaarheid groen beschrijft hoeveel openbaar groen er in de omgeving van woningen beschikbaar is. Het is een post-allocatie indicator: hij wordt per casus en per zichtjaar berekend op het toekomstig ruimtegebruik dat uit de allocatie volgt. De berekening staat in Templates/Indicatoren.dms (container BereikbaarheidGroen) en de bijbehorende sjablonen BereikbaarheidGroenBBG_T en BereikbaarheidGroenBGT_T; de regio- en indicatorlaag die beide sjablonen delen staat in Templates.dms (BereikbaarheidGroen_Per_Regio_T en BereikbaarGroen_Indicatoren_T). Een geïnstantieerd resultaat staat onder /Indicatoren/<casus>/Zichtjaren/<zichtjaar>/BereikbaarheidGroen, en voor het basisjaar onder /Indicatoren/<casus>/Basisjaar/BereikbaarheidGroen.
De indicator wordt op 25 m (AdminDomain) berekend en daarna geaggregeerd naar de regio-indeling die ModelParameters/Advanced/IndicatorRegio_ref aanwijst; zie Uitkomststructuur per variant.
Drie maten, twee groenbronnen
Er zijn drie maten, verdeeld over twee bronnen en twee sjablonen.
- BBG-variant (
obv_BBG), klassetak: groen volgens de CBS-aggregatie uit de Landgebruikskaart (GroenInZichtjaar). Het groen is hier een klasse: een cel is wel of niet groen, en valt onder een bepaalde groenklasse (GroenK, de groen-aggregatie vanCBSKlasse). Het is dus een grove, categorale maat op celniveau. Let op de herkomst:GroenInZichtjaaris de groenklasse van het basisjaar, weggevallen op de cellen die de allocatie heeft bebouwd, dus de cellen met een subsector die de cel vastlegt (wonen, werken, waterberging en de andere sectoren buiten de landbouw). Een landbouwgewas legt de cel niet vast en laat de groenklasse staan. De klasse zelf wordt in een zichtjaar niet opnieuw bepaald. Deze maat meet bereikbaar parkgroen. - BBG-variant (
obv_BBG), fractietak: de natuur- plus waterfractie per cel volgens de hedonische definitie uitGroenfracties_T, dezelfde die de woningwaardering en de sterfte gebruiken, begrensd op 1 en zonder de twee drempels hieronder. Deze maat meet groen en water in de woonomgeving, maar alleen groen dat hedonisch als natuur telt. - BGT-variant (
obv_BGT): groen als oppervlak (m2 per cel) uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie. Dit is een fijnmazige, continue maat: per cel een hoeveelheid groen in m2, afgeleid uit de BGT-objecten en hun verhardingsgraad. Wat precies als groen telt is hieronder uitgewerkt. Deze maat meet het waargenomen groen in de woonomgeving, inclusief stadsgroen.
De keuze tussen de bronnen is wezenlijk: de BBG-variant zegt alleen of een cel groen is, de BGT-variant zegt hoeveel m2 van een cel daadwerkelijk groen is. De varianten zijn ook twee aparte sjablonen (BereikbaarheidGroenBBG_T en BereikbaarheidGroenBGT_T) met een verschillende uitkomststructuur: alleen de BBG-variant splitst de resultaten uit naar groen-aggregatieklassen. Zie Uitkomststructuur per variant. De afstandsklassen en de drie indicatoren zijn wel voor beide varianten hetzelfde.
Wat elke maat wel en niet ziet in de bestaande stad
De drie maten verschillen het sterkst binnen bebouwd gebied, en dat is precies waar de indicator over gaat. De tabel geeft als voorbeeld de meting op de basisjaarkaarten van de NL2120-toepassing (BGT-levering 20260819, BBG 2022), binnen de 649.040 ha die de BBG als bebouwd gebied aanmerkt; de hectares horen bij die kaarten en niet bij de indicator.
| maat | wat zij daar als groen registreert |
|---|---|
| klassetak (BBG) | het groen dat een eigen BBG-groenklasse draagt: parken, plantsoenen, sportterreinen, volkstuinen, begraafplaatsen. Zij telt die cellen volledig mee, ook al is van de 44.650 ha klasse stedelijk groen maar 53,8 procent fysiek groen. Het groen dat tussen ander gebruik in ligt ziet zij niet: 154.321 ha, waaronder 63.927 ha op woonterrein, 23.834 ha in wegbermen en 23.292 ha op bedrijfsterrein |
| fractietak (BBG) | 6.932 ha natuur en 18.553 ha water. De hedonische natuurdefinitie sluit stadsgroen uit, dus driekwart van wat deze maat binnen de stad telt is open water |
| BGT-variant | 209.596 ha, dus 32,3 procent van het bebouwde oppervlak. Dit is de enige maat die het groen zonder eigen kaartklasse waarneemt |
De uitsluiting van stadsgroen in de fractietak is geen omissie maar een gevolg van de herkomst: de hedonische coefficient is geschat op een definitie waarin bos en gras in bebouwd gebied stadsgroen zijn en niet als natuur tellen, zie Classifications/Grondgebruik.dms. Voor de woningwaardering is dat juist; of een bereikbaarheidsmaat aan diezelfde definitie vast moet zitten is een open vraag, zie #719.
Welke maat wordt gebruikt
InDezeStudie wijst naar obv_BBG, en de exportlaag schrijft van die variant zowel de klassetak als de fractietak weg. De BGT-variant is wel aangesloten in Templates/Indicatoren.dms maar wordt door geen enkele consument opgevraagd: hij staat niet in de exportlaag en niet in een Generate-lijst, dus hij rekent niet en schrijft geen bestanden. Welke van de drie maten uiteindelijk de maat wordt, hangt af van de norm waaraan de score wordt getoetst; die keuze ligt bij Deltares en staat open in #717.
Wat telt als groen volgens de BGT
De BGT kent geen kant-en-klaar veld groen. Het groenoppervlak wordt afgeleid in twee stappen: eerst bepalen hoeveel van een BGT-object onverhard is, en daarna welk deel van dat onverharde oppervlak groen is (in plaats van water of kale grond). De codering staat in Classifications/Grondgebruik/BGT met de groenfractietabel in BGT/BGT_Fractiegroen.dms; de vergridding in SourceData/Grondgebruik/bgt.dms.
Stap 1: onverhard deel per BGT-klasse
Elk BGT-vlak heeft een type (visualisatiecode, bijvoorbeeld begroeidterreindeel_loofbos of wegdeel_voetpad). Per type is een gemiddelde verhardingsgraad bepaald (Avg_Verharding), empirisch afgeleid uit een imperviousness-kaart: per provincie krijgt elk vlak van dat type de gemiddelde afdichting van zijn cellen, en het gemiddelde over alle vlakken van het type is de landelijke waarde. Enkele typen krijgen een vaste waarde: open water heeft verhardingsgraad 0, en panden tellen als volledig verhard omdat de pandpolygonen onbetrouwbaar uit de BGT komen; hun groen-, water- en bruinaandeel staat daarom op nul. Het onverharde deel is dan 1 - Avg_Verharding.
De imperviousness-kaart komt uit de Copernicus Land Monitoring Service, de High Resolution Layer Imperviousness Density (SourceData/Grondgebruik/Imperviousness_Map). Dit is een Europese kaart op 10 m resolutie waarin elke cel de mate van bodemafdichting geeft als percentage afgedicht oppervlak (0 tot 100). Voor RSopen zijn de relevante tegels in QGIS samengevoegd, geprojecteerd naar het RD-raster (RDC), beperkt tot studiegebied Nederland en naar 5 m en 25 m geaggregeerd. Welke jaargang wordt gelezen staat in ModelParameters/Advanced/ImperviousnessMapYear; de jaargangen 2021 en 2024 zijn aangesloten. Bron: Copernicus HRL Imperviousness Density 2021 en 2024.
Stap 2: groen-aandeel van het onverharde deel
Het onverharde deel wordt per BGT-type verdeeld over groen, water en kale grond (bruin), op basis van expert judgement van Deltares (levering 23-11-2025). Het groenoppervlak per type is:
Fractie_Groen = (1 - Avg_Verharding) * Fractie_Onverhard_Groen
Het groen-aandeel van het onverharde deel verschilt sterk per type. Een greep uit de tabel:
| BGT-type | Groen-aandeel van onverhard |
|---|---|
| Loof-, naald- en gemengd bos, grasland, groenvoorziening, heide, houtwal, struiken, haag | 1,00 |
| Park | 0,90 |
| Boomteelt, fruitteelt | 0,95 |
| Volkstuin, landbouw, hondenuitlaatplaats | 0,90 |
| Berm | 0,90 |
| Sportterrein, recreatie, bungalowpark, camping, begraafplaats | 0,80 |
| Erf | 0,80 |
| Bouwland | 0,70 |
| Onverhard / half-verhard terrein | 0,20 tot 0,30 |
| Woonerf, verkeerseiland | 0,20 |
| Voetpad, voetgangersgebied, benzinestation | 0,10 |
| Gesloten verharding, rijbanen, spoorbaan, panden | 0,00 |
Water-rijke typen (waterloop, watervlakte, zee, sloot) krijgen juist een hoog water-aandeel en een groen-aandeel rond 0. Daardoor telt open water niet als groen.
Stap 3: van object naar 25 m-cel
De BGT-vlakken worden vergrid naar 2,5 m, waar per cel het groenoppervlak Fractie_Groen * celoppervlak is; waar vlakken elkaar overlappen geldt de hoogste groenfractie. Die worden gesommeerd naar het 25 m-AdminDomain, wat de kaart GroenOpp_AdminDomain oplevert: het aantal m2 groen per 25 m-cel. Dit is het basisjaar-groen voor de BGT-variant.
Groen na allocatie
In een zichtjaar verandert het groen mee met het gealloceerde landgebruik. De volgorde is dezelfde als die van NatuurCel in Groenfracties_T, zodat de twee kanten van het model niet uiteenlopen:
- Wonen: het groenoppervlak komt uit het terreingebruik van het gealloceerde ontwikkelpakket (
OP_Buurt/Terreinoppervlakte/Totaal/Groen), zodat verschillende woonmilieus hun eigen groenaandeel meebrengen. Die terreinoppervlakte is genormaliseerd op een vaste hectare en wordt daarom metAdminDomain/NrHaPerCellnaar het celoppervlak geschaald. Dit geldt alleen waar het model het pakket ook fysiek heeft ingericht: een BAG-nieuwbouwcel draagt wel een gematcht pakket maar geen inrichting door het model, en houdt daarom het BGT-basisjaargroen, dezelfde toets als in Verharding en in de groenfracties van Woningwaarde agv groenveranderingen. - Werken en verblijfsrecreatie: een groenfractie
1 - verharding, waarbij de verharding variant-afhankelijk is (FractieGroenWerken,FractieGroenVerblijfsrecreatie, geschaald metVerhardingTovDefaultper variant). De tak voor verblijfsrecreatie bestaat alleen als die sector in de toepassing aanstaat. - Landgebruiksmutatie: een cel waarvan het landgebruik sinds het basisjaar is veranderd krijgt de waarde die bij het nieuwe landgebruik hoort (
LU_Mutatie, het verschil tussen de Landgebruikskaart NL2120 van het zichtjaar en die van het basisjaar, dus gealloceerde en exogeen opgelegde veranderingen allebei). Is dat hedonisch natuur, dan telt de hele cel als groen, want de BGT-groenfractietabel geeft bos, heide, struik en grasland een groenaandeel van 1,00. Elke andere mutatie zet het groen op nul, open water inbegrepen, want de waarneming uit het basisjaar beschrijft dan niet langer wat er ligt. Een gewaswissel binnen de landbouw kan de waarneming alleen verhogen en niet verlagen, want de landbouwallocatie wisselt elk zichtjaar gewassen over vrijwel het hele landelijk gebied en dat is geen verandering van de landsdekking; alleen de expliciet natte klassen, riet en moerasbomen, tellen als winst. - Overige cellen behouden het BGT-basisjaargroen.
Daarna vallen de agrarische cellen af: een cel waarvan het landgebruik een landbouwklasse is die hedonisch geen natuur is, telt voor nul. Zonder die uitsluiting is dit een landbouwmaat en geen woonomgevingsmaat: de BGT geeft agrarisch grasland een groenaandeel van 1,00 en bouwland 0,70, zodat het grootste deel van het BGT-groen in Nederland op agrarisch terrein ligt (op de basisjaarkaart ruim twee derde), en intensief grasland is geen groenvoorziening: niet toegankelijk, en zonder de recreatie- en verkoelingsdiensten die aan bewoners toevallen. Dit is dezelfde keuze als TotaalExAgrarisch in de klassebenadering, op een bron die geen klassen kent. Riet, moerasbomen en natuurlijk beheerd agrarisch grasland zijn de uitzondering: die zijn in LU_NL2120 landbouw maar hedonisch natuur, en tellen dus wel mee.
Welke cellen tellen als groen
In de klassetak van de BBG-variant telt niet al het groen mee. Een groencel kwalificeert daar alleen als (Extent):
- de cel tot een groenklasse behoort;
- de woningdichtheid, gemeten op de hele woningvoorraad van de cel (
Woningen0), niet hoger is danMaxWoningenInGroen(5 woningen per ha), zodat dichtbebouwde cellen niet als openbaar groen meetellen; - de cel binnen de beschouwde regio ligt;
- de cel deel uitmaakt van een aaneengesloten groengebied (bepaald met
district_8, 8-connectiviteit) van minimaalMinimumAaneengeslotenOppervlakte(1 ha). Losse snippers groen vallen daarmee af.
De fractietak en de BGT-variant kennen deze twee drempels niet. Deltares heeft vastgesteld (#717) dat de dichtheidseis en de eis van een hectare aaneengesloten bij bereikbaar parkgroen horen en niet bij een maat voor groen in de woonomgeving. Voor de BGT-variant komt daarbij dat de dichtheidseis op het 25 m-raster niet werkt: 5 woningen per hectare is daar 0,3125 woning per cel, zodat elke cel met een woning zou afvallen en het pakketgroen precies daar zou wegvallen waar de maat voor bestaat. Een ondergrens per cel is er evenmin: voor een maat die vierkante meters telt hoort die er niet te staan. Wat overblijft is de begrenzing op de regio.
Welke woningen
De woningen waarvoor de bereikbaarheid wordt bepaald, zijn de woningen na allocatie (Stand/Aantal_Woningen_Totaal), maar alleen op cellen die in de stand van het zichtjaar een woonsubsector dragen (AllocatieHeeftPlaatsgevonden).
Dat is een striktere selectie dan het lijkt, en zij bepaalt wat de indicator betekent. Stand/SubSector_rel zegt welke sector een cel sinds het basisjaar in gebruik heeft genomen en niet wat een cel is: het label wordt gezet zodra het model de cel alloceert, blijft daarna over de zichtjaren staan, en de BAG-nieuwbouw van het eerste decennium draagt het in de startstand al. Bestaande bebouwing die het model niet herontwikkelt valt er dus uit. De indicator beschrijft daarmee het groenaanbod rond de woningen die het model sinds het basisjaar heeft neergezet of opnieuw heeft toegewezen, en niet rond de hele woningvoorraad. In het basisjaar staat er iets anders: daar is Woningen := Woningen0, dus alle woningen. Een vergelijking tussen basisjaar en zichtjaar loopt daardoor over een andere woningpopulatie. Dit geldt voor alle drie de maten; zie #719. Ter illustratie: in de NL2120-toepassing telt de casus WLO_hoog_NbSGenuanceerd in zichtjaar 2040 ongeveer 9,5 miljoen woningen in Woningen0 en 1,6 miljoen in Woningen, dus 17 procent.
Afstandsklassen
Bereikbaarheid wordt voor drie afstandsklassen bepaald (Bereikbaarheid/AfstandGroen), met bovengrenzen 300, 500 en 1000 m. Per afstandsklasse wordt met een ruimtelijke kernel (potential met een vlak kernel Flat2 binnen de straal) per cel gesommeerd:
- de hoeveelheid kwalificerend groen in de omgeving (
Som_GroenInOmgeving); - het aantal woningen in de omgeving (
Som_WoningenInOmgeving).
Anders dan bij de bereikbaarheid-banen-indicator wordt hier geen afstandsverval (distance decay) toegepast: binnen de straal telt alles even zwaar mee, daarbuiten niet.
De drie indicatoren
Per afstandsklasse worden drie indicatoren berekend (Indicator, namen exact zoals in de code):
Groenaanbod(m2): de totale oppervlakte groen binnen de straal rond cellen waar woningen aanwezig zijn (Som_GroenInOmgeving_metWoning).Cumulatief_Groenaanbod_over_woningen(m2): het groenaanbod maal het aantal woningen in de cel. Dit benadrukt dat nieuw groen in dichtbebouwd gebied veel mensen bereikt, maar verrekent nog niet dat zij dat groen moeten delen (Som_GroenInOmgeving_metWoning * WoningenInThisStRegio_ge1).Drukte_gecorrigeerd_groenaanbod_per_woning(m2 per woning): de som van per-woning groenbijdragen binnen de straal, waarbij per groencel het aanwezige groen wordt gewogen naar het aantal omliggende woningen (Som_AanwezigGroenPerWoning). Dit verrekent juist wel het delen: groen dat door veel woningen wordt gedeeld telt per woning minder zwaar.
In de BBG-variant worden deze drie indicatoren per groen-aggregatieklasse berekend; in de BGT-variant eenmaal voor het hele groenoppervlak (zie hieronder).
Uitkomststructuur per variant
De celresultaten worden uitgesplitst naar regio en afstandsklasse. Hier wijken de twee varianten af: de BBG-variant heeft een extra niveau met groen-aggregatieklassen, de BGT-variant niet.
Gemeenschappelijke niveaus (beide varianten):
PerRegios: één container per regio uit de gekozen regio-indeling, plus eenNationaalover het hele studiegebied. Welke indeling dat is, ligt niet vast in deze indicator maar in de schakelaarModelParameters/Advanced/IndicatorRegio_ref, die voor alle indicatorentabellen tegelijk geldt; de opties zijn NL, Provincie, COROP, Gemeente, NVM en de vier landschapsgebieden (Landschap_Kust,Landschap_Rivieren,Landschap_VeenenLandschap_Zand). Zonder omgevingsvariabele staat de schakelaar op NL, zodatPerRegiosnaastNationaaléén regiocontainerNederlandheeft; welke indelingen een toepassing draait staat op de toepassingspagina, zoals Toepassing NL2120.Afstanden:Tot300m,Tot500m,Tot1000m, plusInDezeStudie(een alias voorTot300m, de afstand die in de studie wordt gebruikt).Indicatoren: de drie indicatoren hierboven, met onder elke indicator het per-cel attribuutIndicatoren de geaggregeerde parameterIndicator_Aggregated.
Alleen in de BBG-variant zit tussen Afstanden en Indicatoren nog een niveau AggrGroenKlassen, met:
- één container per groen-aggregatieklasse (
GroenK=CBSKlasse/Aggr/Groen):Begraafplaats,parken_en_plantsoenen,sportterreinen,volkstuinen,dagrecreatieve_terreinen,overige_agrarisch_gebruikenNatuur; Totaal: alle groenklassen samen;-
TotaalExAgrarisch: alle groenklassen behalveoverige_agrarisch_gebruik; Fractie: geen groenklasse maar de fractietak, met dezelfde drie indicatoren; zie Drie maten, twee groenbronnen hierboven;InDezeStudie: een alias voorTotaalExAgrarisch, dus binnen de klassebenadering is de gebruikte groendefinitie al het groen behalve overig agrarisch gebruik. De alias wijst niet naarFractieen zegt dus niets over welke tak in een levering meegaat.
De BGT-variant heeft dit niveau niet, omdat het groen daar al een enkele continue m2-grootheid per cel is en niet in klassen uiteenvalt. De resultaten gaan daar rechtstreeks van de afstandsklasse naar de indicatoren.
Een volledig pad ziet er daardoor per variant anders uit. BBG (met groenklasse-niveau):
/Indicatoren/<casus>/Zichtjaren/<zichtjaar>/BereikbaarheidGroen/obv_BBG/PerRegios/Nationaal/Afstanden/Tot300m/AggrGroenKlassen/Totaal/Indicatoren/Drukte_gecorrigeerd_groenaanbod_per_woning/Indicator
BGT (zonder groenklasse-niveau):
/Indicatoren/<casus>/Zichtjaren/<zichtjaar>/BereikbaarheidGroen/obv_BGT/PerRegios/Nationaal/Afstanden/Tot300m/Indicatoren/Drukte_gecorrigeerd_groenaanbod_per_woning/Indicator
Wat de indicator niet ziet
De klassetak van de BBG-variant laat nieuwe natuur niet als nieuw groen zien. Dat is de belangrijkste beperking bij het lezen van die cijfers. Het groen is daar de klasse uit het basisjaar: een groencel die de allocatie bebouwt valt uit het groen, en een cel die natuur opgelegd krijgt houdt haar basisjaarklasse, bij omgezette landbouwgrond overig agrarisch gebruik, precies de klasse die InDezeStudie buitensluit. Nieuwe natuur komt in het model uit de exogene oplegging en niet uit een sector die de cel vastlegt, dus zij verandert in deze tak niets. De uitkomst kan in de klassetak wel dalen, waar bebouwing een groencel wegneemt, maar niet stijgen. In varianten waarin op grote schaal natuur wordt aangelegd, is een gelijkblijvende of dalende groenbereikbaarheid uit de klassetak daarom geen uitspraak over die natuur.
De fractietak en de BGT-variant lezen de landgebruiksmutatie van het zichtjaar, en daarin zitten zowel de gealloceerde als de exogeen opgelegde veranderingen. De fractietak leest die via de Stand administratie landgebruik (het type van het zichtjaar waar dat van het basisjaar afwijkt, en de sector die de cel heeft genomen), de BGT-variant via LU_Mutatie uit de landgebruikskaart. Nieuwe natuur komt in beide als groen terug; nieuw open water alleen in de fractietak, want de BGT rekent water niet tot groen. Wie groen en water samen wil tellen neemt dus de fractietak. Wie het effect van nieuwe natuur op de woonomgeving wil zien, neemt een van deze twee, of kijkt naar de natuurfractie in Woningwaarde agv groenveranderingen of de NDVI in Mortaliteit agv groenveranderingen; die rekenen ook met het landgebruik van het zichtjaar.
Geen van de drie maten ziet wat er binnen een bestaande wijk met het groen gebeurt zolang die wijk niet opnieuw wordt gealloceerd. De klassetak houdt daar de basisjaarklasse, de fractietak de LGN-basisjaarfractie en de BGT-variant de BGT-waarneming van het basisjaar. Verdichting of vergroening van bestaand stedelijk gebied is dus alleen zichtbaar waar het model zelf ingrijpt.
Verwante indicatoren
Groen rond woningen komt op meer plekken terug in het model:
- Mortaliteit agv groenveranderingen: gezondheidseffect van groen via de NDVI binnen 500 m.
- Woningwaarde agv groenveranderingen: effect van groen op de woningwaarde.
- Bereikbaarheid banen: dezelfde modeluitvraag, maar dan voor de bereikbaarheid van banen per vervoerstype (met afstandsverval).
Verantwoording
De keuzes hierboven zijn gemaakt in de volgende issues; daar staat de afweging en de meting die eraan ten grondslag ligt.
- #550: BAG-nieuwbouwcellen dragen een gematcht ontwikkelpakket maar geen inrichting door het model, en houden daarom in de BGT-variant het basisjaargroen.
- #637: een gewaswissel binnen de landbouw kan het groen van een cel alleen verhogen; de regel is gedeeld met
Groenfracties_T. - #696: de klassetak ziet nieuwe natuur niet; de fractietak en de BGT-variant lezen daarom de landgebruiksmutatie van het zichtjaar.
- #717: de fractietak naast de klassetak, zonder de dichtheidseis en de eis van een hectare aaneengesloten, omdat die bij bereikbaar parkgroen horen; de keuze tussen de maten wacht op de norm waaraan de score wordt getoetst.
- #719: de BGT-variant als derde maat, met het pakketgroen geschaald naar het celoppervlak, de landgebruiksmutatie, zonder drempels en met de agrarische cellen op nul; de vaststelling dat de woningen alleen op gealloceerde cellen worden geteld; de open vraag of een bereikbaarheidsmaat de hedonische natuurdefinitie moet volgen.
- #803: de groenklasse van het basisjaar valt alleen weg op cellen die een sector vastlegt; een landbouwgewas laat haar staan.